Als je op de plattegrond van de eerste verdieping kijkt, zie je dat de tot nog toe genoemde vertrekken aan één galerij liggen. Die galerij omringt een grote zaal, de burgerzaal geheten. Dat was dé ontmoetingsplaats voor de Amsterdamse burgers. Je kon er zelfs je hond en je kinderen mee naartoe nemen. Het is een heel bijzondere ruimte met een plafond van maar liefst zevenentwintig meter hoog: te vergelijken met een flatgebouw van negen verdiepingen.

Niet alleen de burgerzaal, maar ook de schepenkamer, het burgemeestersvertrek en menig ander vertrek op de eerste verdieping was openbaar toegankelijk. De Amsterdammers liepen er in en uit.

Burgemeesters, schepenen, oud-burgemeesters en oud-schepenen hielden de gewone Amsterdamse burger ondanks de toegankelijkheid van het stadhuis toch enigszins op afstand. Daarmee hadden ze in januari 1696 dus een kans gemist.

We nemen een kijkje in de burgerzaal.