De burgemeesters, schout en schepenen vergaderden voor de gelegenheid gezamenlijk en pasten snelrecht toe. Een aantal oproerkraaiers werd ter dood veroordeeld en nog die zelfde dag opgehangen. 's Avonds werd het rustig in de stad.

De volgende dag stak het oproer weer de kop op. Toen werd echter, vooral door het optreden van de ruiterij, de onrust snel de kop ingedrukt. Het oproer had een hoge tol geŽist. Er waren talloze doden en gewonden gevallen en vele oproerkraaiers werden gearresteerd. Het stadsbestuur had het nog een hele week druk met het berechten.

Zijn er nu situaties waarin snelrecht kan worden toegepast? Lijken die situaties op het aansprekersoproer?

Om te zien hoe de rechtspraak in Amsterdam in 1700 gewoonlijk functioneerde, gaan we nu naar een strafrechtelijk proces dat later dat jaar plaatsvond.