De hond die beeldhouwer Rombout Verhulst hierop afbeeldde, drukte uit dat trouw ook een eigenschap van een secretaris diende te zijn. Zoals deze hond zijn gestorven baas niet verlaat, moesten ook de twaalf secretarissen en hun klerken de stad bijstaan.

Overigens was dit vertrek een van de weinige kamers die niet openbaar toegankelijk was. De burgemeesters kwamen er natuurlijk wel, en dan met name in de zogeheten kleine secretarie waar de twee stadssecretarissen zetelden.

In de zeventiende en achttiende eeuw was een college verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in de stad. Dat college bestond in Amsterdam uit vier burgemeesters. Drie daarvan werden op 1 februari voor n jaar gekozen door de zittende burgemeesters, de oud-burgemeesters, de schepenen (rechters) en de oud-schepenen. En burgemeester bleef een extra jaar aan, om zo een ervaren man in het college te houden.

Wie vormen nu het dagelijks bestuur van een gemeente?