In de schepenzaal waarvan je het poortreliëf net zag, werd twaalf maal per jaar gedurende drie dagen recht gesproken. Alle niet-calvinisten (niet-gereformeerden) moesten daar ook trouwen. Zij die wel calvinist waren, trouwden in de kerk.

In de zeventiende eeuw hing aan de schoorsteen dit schilderij van Jurriaan Ovens. Klik voor een vergroting. Dit ziet er heel wat vriendelijker uit dan het reliëf. In het midden zie je de Gerechtigheid - de vrouw ook in het midden van het poortreliëf -, nu geflankeerd door twee andere personificaties. De vrouw links houdt met haar linkerhand het wrekende zwaard tegen opdat het niet te snel gebruikt zal worden. Zij staat voor de Voorzichtigheid - wat toen `wijsheid' betekende.

Wat heeft de vrouw rechts in haar linkerhand, en waarvoor staat dat symbool?