Claes' bekentenis gaat naar schepenen en burgemeesters. Die komen naar de pijnkamer. In aanwezigheid van de schout en patiŽnt leest de secretaris de bekentenis voor. De schout eist de doodstraf. Hij verlaat met de misdadiger het vertrek, zodat burgemeesters en schepenen kunnen beraadslagen.

De burgemeesters geven advies. Aan de hand daarvan stemmen de schepenen voor de doodstraf. Daarna wordt de schout binnengeroepen. Hij krijgt opdracht het schavot te laten bouwen en een beul te regelen. Amsterdam had in die tijd geen eigen beul, maar moest er één uit Haarlem laten komen.

De dag vůůr de terechtstelling wordt Claes naar de noordelijke binnenplaats gebracht waar hem, in de open lucht, door schout en schepenen wordt meegedeeld dat hij ter dood veroordeeld is. Daarna hoeft Claes niet terug naar de boeien. Hij gaat naar de pijnkamer, waar deze keer geen martelwerktuigen wachten, maar een predikant en ziekentrooster. De cipier geeft hem een goede maaltijd: zijn galgenmaal. Dat woord spreekt waarschijnlijk voor zich. Ken je het niet, gebruik dan een woordenboek.