Deze homepage is tot stand gekomen naar aanleiding van een onderzoekscollege van de afdeling Renaissance Letterkunde van de UU. In dit college, getiteld 'De Amsterdamse grachtengordel; netwerkende dichteressen in de 17de eeuw', hebben we geprobeerd te onderzoeken hoe netwerken hebben gefungeerd bij vijf (minder bekende) dichteressen.
Hiertoe hebben we bestaande literatuur over de betekenis van vriendschap en netwerken in de vroeg-moderne tijd bestudeerd en vervolgens hebben de afzonderlijke deelnemers ieder een dichteres onderzocht op haar literaire activiteiten en het bestaan en de functie van haar netwerk hierbinnen. Van beide onderdelen wordt op deze page verslag gedaan.
Uit veel primair materiaal uit de 17de eeuw van zowel mannen als vrouwen blijkt dat het hebben en onderhouden van contacten van groot belang is geweest. Zo is er een grote hoeveelheid (persoonlijke) brieven en gedichten, waarin men elkaar bezingt, waarin men elkaar vraagt te helpen in een bepaalde zaak of bedankt voor een bewezen dienst of gift. Deze contacten blijken nogal eens puur zakelijk van aard, wat alles te maken heeft met de toenmalige opvatting van het begrip vriendschap. Wilde men verder komen op maatschappelijk, wetenschappelijk gebied, dan had men relaties nodig. Zo ontstonden grotere of kleinere, dichte of minder dichte netwerken van contacten. En hoewel vrouwen in die tijd niet de mogelijkheid hadden zich een vooraanstaande positie te bemachtigen en daarom minder belang hadden bij zo'n netwerk, bestonden er wel degelijk relaties tussen dichteressen, voornamelijk schriftelijk onderhouden, die ook het eigenbelang dienden. Zo kon men bijvoorbeeld via een vriendschap, zeker wanneer die met een prominent persoon was gesloten, eigen werk laten lezen, becommentariŽren en op deze manier ook naamsbekendheid krijgen en mogelijk een groter een publiek.
Deze in zeker opzicht te betitelen als 'voor-wat-hoort-wat-relaties' beslaan echter niet het geheel van relaties in de 17de eeuw. Er bestonden wel degelijk onbaatzuchtige, innige vriendschappen en combinaties van beide. Het bleek vaak moeilijk een relatie te karakteriseren, en haar als puur affinitief of juist volledig zakelijk te benoemen. Het is waarschijnlijk een kwestie van accentverschillen. Correspondentie speelde een belangrijke rol bij het ontstaan en onderhouden van deze vriendschappen. Zo blijkt uit de correspondentie van Questiers dat zij met verschillende 'hoge heren' contact onderhield, waarbij soms sprake was van het vervullen van wederzijdse verplichtingen. Een vrouw met wie zij nauwe banden had, was Van der Veer ., die naast dat ze veel gelegenheidspoŽzie schreef, veel belang hechtte aan relaties met collega-dichteressen/dichters. Een andere dichteres die met Questiers in verband kan worden gebracht, is Verwers. Zij schreef, net als Questiers en vijftien andere poŽten in de bundel De Knipzang). De dichteres en uitgeefster Lescailje correspondeerde onder andere met toneelschrijvers en schouwburgdirecteuren, wat wellicht diende ter vergroting van haar bekendheid en om haar eigen werk op de planken te krijgen.