Een gedicht als bedankje



Met het hier volgende gedicht bedankte Catharina Questiers de magistraat van Amsterdam voor het bijwonen van haar toneelstuk Casimier, of gedempte hoogmoet . Hem vallen lovende woorden ten deel, terwijl Catharina de nederigheid zelve is. Voor Questiers zal het een eer geweest zijn om zo'n belangrijk persoon onder haar publiek gehad te hebben. Omgekeerd vond de magistraat het kennelijk van belang om bij de opvoering van Questiers' toneelstuk aanwezig te zijn en om daar 'gezien' te worden. Dit geeft een indicatie van de niet gering reputatie die Questiers opgebouwd had.

DANK-OFFER
Aen den
E.E.Achtb're Magistraat van Amsteldam.
Na 't spelen van
CASIMIER,
of
Gedempte Hooghmoedt.
In den Schouwburgh.

Met wat voor slach van groote dankbaarheden,
Zal best ons Pen verschaffen zulke reden,
O Opperhoofden van het hooft der Steden!
Die na waardy
Van u Groot achtbaarheên te pas nu komen?
Wijl ge u ontslaat van Roer en Goude-toomen,
Waar meê ghy stiert des wijde werelds stroomen,
Alhier aan 't Y.
Die 't Burgerlijk bestier om ons wilt staken;
Neen: die slechs adem haalt, om te vermaken
In Maatgezangh, die Letterliên niet smaken;
Zoo is ons Dicht.
Regeerders van het achtste werelds wonder,
Hoe blinkt u kennis uit, in elk byzonder!
Gy ziet van 't hoogste hoogh, na 't laaghste onder;
Dies stelt de plicht,
Ons schreumend' maaghden hart, vol danken, ope,
Omheint met zorgh, gestijft door duizent hope.
Ik offer dank, Vree-Vaders van Europe,
Door slecht gedicht.

Catharina Questiers.


(Bron: Lauwer-stryt 1665, p. 245-246).