Op het geestigh conterfeitsel van Juffer me Juffer Maria van Belle: geschildert door Livius



In dit 10-regelig gedichtje schrijft Van Weert dat het Lievens niet zal lukken de deugd en het innerlijk vernuft van Van Belle weer te geven. Daarvoor is een gedicht beter geschikt. Van Weert sluit hier aan bij de oude discussie welke van de twee, namelijk deugd en innerlijk vernuft, het meest effectief is. Van Weert is van mening dat een schilder wel het wezen [het lichaam] kan treffen, maar dat de poëzie beter geschikt is om de deugd en het innerlijk vernuft weer te geven. Op die manier beslecht ze de discussie, zoals vele mannelijke collega-schrijvers, in het voordeel van de dichters. Zo zegt Van Weert dus indirect dat zij, als dichteres, Maria van Belle beter kan treffen dan de zeer beroemde schilder Jan Lievens. Pikant daarbij is dat een vrouw het volgens haar dus beter zal doen dan een man!

Op het geestigh conterfeitsel van Juffer me Juffer Maria van Belle: geschildert door Livius.

Beroemde Lievens wijk, want schoon gij naar het leven,
Kont treffen als Apel, door uw vernuftig zweven;
Zo zult gij deze praal, die als een middagzon
Komt schitteren voor het volk op Amstels Helicon,
Haar deugd, niet schilderen af; de kostelijkste verven,
Die moeten voor dit licht bezwijken, en versterven.
En schoon gij ´t wezen treft, haar over-gouden lof
En innerlijk vernuft zoudt gij met beter stof
Als rijmen, dan met verf, dit hemels beeld doen pralen,
Wanneer gij geesten-schoont´, naar ´t leven af zult malen.

(Bron: Met en zonder lauwerkrans. Amsterdam, 1997, p. 247).