Oudaan aan Questiers



In dit gedicht van Oudaan aan Questiers uit Lauwer-stryt (1665, p.102), vraagt hij haar zijn boek te aanvaarden als blijk van waardering voor haar kunsten:

Aan Me-Iuffr. CATHARINA QUESTIERS. Met een Boeck genaemt, De Roomsche Mogentheyt.

Letterlust, en hoog gedacht,
Rijck bezit van schat en gaven,
Om de stand voor by te draven
Van het vrouwelijck geslacht,
Zijn my in uw' gunst gebleken,
O doorluchte KATHARIJN;
Dies is 't billijck, dat de mijn',
Tot erkentenis en teken
Van mijn plicht, bekent mach staan;
Wen gy dit, van kleener waarde,
Op die wijs belieft t' aanvaarden
Als 't u toekoomt van
OUDAAN.