Netwerken van Catharina Questiers



Het is bekend dat zeventiende-eeuwse mannen die mee wilden tellen in de literaire- en geleerdenwereld, door middel van contacten probeerden hogerop te komen. Communiceren met andere geleerden was van essentieel belang om informatie en nieuwtjes uit te wisselen ten behoeve van eigen publicaties en de vooruitgang van de wetenschap. Regel was wel, dat een dienst een wederdienst vereiste. De brief was hierbij het belangrijkste communicatiemiddel. Op deze manier bouwde men een netwerk op van 'utilitaire' vriendschappen: meer zakelijke relaties, waarin men elkaar wel met affectieve termen toesprak; men ging uit van een gelijkheidsrelatie. (Stegeman 1996, p. 113-118). Kooijmans (1997, p.14) karakteriseert vriendschap in de zeventiende eeuw als volgt: "Vriendschap was een relatie tussen individuen die op grond van wederzijdse genegenheid solidair met elkaar waren en dat tot uiting brachten in zowel praktische hulp als morele steun. Maar het was vooral de samenleving die profiteerde: vriendschap diende om de banden binnen een gemeenschap te verstevigen."

Questiers was echter een vrouw en vrouwen bouwden in de zeventiende eeuw meestal geen professioneel netwerk op in de zin van een samenwerkingsverband met personen in hetzelfde soort beroep of bedrijf. Dit wil echter niet zeggen dat een goede maatschappelijke positie niet belangrijk was voor een vrouw, alleen bereikte zij die meestal niet door het uitoefenen van een beroep, maar door een goed huwelijk. Toch is het interessant om te kijken of Questiers een netwerk van vriendschapsrelaties had, vergelijkbaar met dat van mannen, op een meer informele en affectieve manier, namelijk als beoefenares van de dichtkunst. Van haar correspondentie is niet veel bekend, al is er wel een aanwijzing dat ze brieven heeft geschreven. Werk van en aan haar levert echter al een schat aan namen van personen op met wie ze een of andere relatie heeft gehad.

Haar contacten waren zeer divers: ze wisselde gedichten uit met invloedrijke mannen , schilders, kooplieden en grote dichters of ze schreef 'gewoon' een verjaarsdicht voor een nichtje of een huwelijksdicht voor een kennis. Verder ontving ze van velen lofdichten en af en toe een bedankje voor een alledaagse, praktische dienst als het lenen van een potlood of iets dergelijks. Daarnaast had ze contact met een paar dichteressen van haar tijd. Ook leverde ze gedichten voor contemporaine liedbundels en dichtte ze mee aan de Knipzang , een literair spel. In de toneelwereld had ze ook contacten, zoals blijkt uit het voorwerk bij haar toneelstukken.

Uit dit korte overzicht van Questiers' contacten valt al het een en ander op te merken. Naast haar familie verkeerde ze in een wereldje van mannen en een paar vrouwen met wie ze op gelijke voet stond, zoals blijkt uit de gedichten over en weer. De dichtkunst was daarbij hun gemeenschappelijke interesse. Met deze personen wisselde ze gedichten en soms ook boeken of praktische diensten uit. (zie o. m. Lauwer-stryt 1665, p. 62, 102, 147). Waarschijnlijk werd dan voor de ene dienst, hoe klein ook, een wederdienst verwacht. Zo 'betaalde' Catharina eens iemand voor een suikerbrood middels een gedicht op verguld papier. ( Hollantsche Parnas 1660, p. 256). Met een aantal van hen publiceerde ze werk en bovendien kwamen ze bij elkaar op bezoek om bijvoorbeeld elkaars verzameling te bekijken. Ook schreven ze in elkaars stamboek en fungeerden gedichten als geschenk. (zie o. m. Lauwer-stryt 1665, p. 27, 198, 204). Wat Catharina betreft blijkt uit lofdichten, dat ze een schare van bewonderaars had, die haar waardeerden om al haar kunstzinnige activiteiten en talenten, gecombineerd met een aangenaam karakter.

Hoewel Questiers vele contacten had met personen die haar bewonderden, stimuleerden en met wie ze kennis uitwisselde, is het zeer de vraag of het ook echt haar bedoeling was om een netwerk op te bouwen van invloedrijke personen, van wie ze zou kunnen profiteren. Het zou goed kunnen dat ze niet zo ambitieus was, maar dat ze wel serieus met dichten bezig was, waardoor anderen haar talenten opmerkten en zij gelegenheid kreeg met gelijkgestemden kennis uit te wisselen zonder een primair streven naar erkenning en publicatie, al was dit laatste natuurlijk wel mooi meegenomen.