Katarina Verwers en Catharina Questiers



In Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez. Bestaende uit veelderhande bootzigh, en geestigh rijm-tuigh, als kusjens, minne-deunen, verjaar-zangen, drink-lieden, klink-rijmen, en tusschen de zelve verzien met rondeeltjens, en andere snaakerijtjens, noit meer in 't licht geweest. (Amsterdam, 1658), staat een reeks gedichten van Verwers aan Catharina Questiers ter ere van haar verjaardag. In het eerste gedicht, 'Geboorte vermaaningh aan de E. Juffr. Catharina Questiers' (p. 169) vraagt Verwers aan Polymnia, één van de negen muzen, om haar steun te geven bij het maken van de gedichten die zullen volgen. Polymnia is de muze van het ernstig lied, waartoe ook de lofzang behoort. Het is dus niet verwonderlijk dat Verwers haar aanroept om ervoor te zorgen dat de regels zo sierlijk zullen worden vormgegeven, dat het Apollo en de andere muzen uit 'Hemels sael' naar beneden zal lokken. Dit gezelschap zal, zo blijkt uit de volgende gedichten, goed genoeg blijken om de verjaardag van Questiers bij te wonen. In het sonnet 'Op-weckingh aan de Amstels Nimpjes van het Y' (p. 170-171), roept Verwers 'Amstels loddre [lieflijke] reyen' op om zich mooi aan te kleden om met haar naar Famaas lofzang op Questiers te gaan luisteren.

Faam zingt vervolgens haar lofzang in het volgende 'Sonnet' (p. 171). Achtereenvolgens worden Questiers poëzie, schilderkunst en boetseerwerk bezongen, waarna ginds in de verte de goden afdalen om Catharina te begroeten.

In het afsluitende 'Lied' (p. 172) op de melodie van 'Nu sich ondanckbaer toont Etc.' worden de hemelse scharen welkom geheten bij het feest ter ere van de geboortedag van Questiers. De goden zingen een loflied, het hele gezelschap groet Questiers, zegent haar welgemaakte poezele [zachte en ronde] leden en spreekt de hoop uit dat ze verder zal leven in vreugde. Tot slot wordt Questiers niets minder dan het hemelse rijk aangeboden.

Verwers vindt dus alleen het beste van het beste goed genoeg voor Questiers: niemand minder dan Apollo en zijn muzen zijn de verjaardagsgasten. Verwers zelf schaart zich tussen Amstels 'rey' die zich eerst netjes moet kleden voor ze van de partij mag zijn. Op deze manier stelt Verwers zich ten opzichte van Questiers nederig op. Die nederigheid blijkt minder uit de andere geboortevermaning van Verwers uit De Amsterdamse mengel-moez. Dit gedicht aan een verder onbekende juffrouw M.V., gaat als volgt: Amstels 'rey' wordt opgeroepen kransen van bloemen te maken voor de nieuwgeborene. De dichteres wenst haar aardse vrede toe en spreekt de wens uit dat ze bij haar dood naar de hemel zal gaan. In dit gedicht is het Verwers zelf die deze laatste wensen uitspreekt, terwijl de wensen aan het einde van het 'Lied' bij Questiers ook door de goden worden onderstreept. Maar er zijn meer verschillen. In het gedicht voor M.V. heeft Verwers geen hulp van Polymnia nodig om haar regels sierlijk te vormen; bij Questiers is dat wel het geval. Daar waar deze laatste maar liefst vier gedichten krijgt, is er maar één gedicht voor M.V. De vier gedichten aan Questiers zijn ook nog eens verschillend van vorm: een vijfregelig inleidend gedichtje, twee sonnetten en een lied. Al deze verschillen in ogenschouw nemend, lijkt het erop dat Verwers Questiers bewonderde en dat ze, met inachtneming van de gebruikelijke bescheidenheidstopoi, haar een proeve wilde geven van haar eigen dichterlijke kunnen. Dit laatste met name vanwege de verschillende genres die ze beoefende.

Het enige gedicht dat ons bekend is van Questiers aan Verwers, is het verjaardagsgedicht uit de Lauwer-stryt. Dit gedicht is echter ook aan Verwers' echtgenoot gericht en vertelt dat het licht van het echtpaar zal blijven groeien in de kinderen die ze op de wereld hebben gezet. Hier dus niets over het dichterschap van Verwers en geen goden die haar lof bejubelen. Het gedicht van Questiers is zeven jaar later gepubliceerd dan de reeks van Verwers. Het lijkt er dus op dat Verwers de initiatiefneemster was en dat Questiers het niet echt belangrijk vond om snel met een antwoordgedicht te reageren. Dit, en het feit dat Questiers het blijkbaar niet van belang vond om het over Verwers' dichterschap te hebben, suggereert een soort afstand tussen de twee dichteressen, namelijk die van bewonderaar en bewonderde.

Naast dit alles schreven Verwers en Questiers allebei in 'De Knipzang'en waren ze buurtgenoten. 'De Knipzang' is in 1655 gedrukt, de gedichten van Verwers aan Questiers in 1658 en het gedicht van Questiers aan de familie Dusart in 1665. In 1669 is Questiers overleden, dus de twee zullen elkaar ongeveer veertien jaar lang gekend hebben. Het aantal gedichten dat in die periode over en weer is gegaan, is niet groot, maar dit soort gedichten is bijzonder moeilijk op te sporen. Veel gedichten van vrouwen zijn niet bewaard gebleven en als ze al gebundeld zijn, dan staan ze vaak in bundels van mannen of door uitgevers samengestelde liedboeken en bloemlezingen. Naast deze publicatievormen, is veel werk overgeleverd in handschriften of pamfletvorm. Hoewel de situatie aan het einde van de zeventiende eeuw wat verbeterd, maakt dit alles het zoeken naar materiaal arbeidsintensief werk.

De beperktheid van het materiaal maakt het geven van antwoorden op vragen als hoe Verwers en Questiers elkaar hebben leren kennen, van wie het contact uitging, waarom ze contact met elkaar hebben gehad enz. moeilijk. Het feit dat ze gedichten aan elkaar schreven en beiden deelnamen aan een georganiseerd taalspelletje, geeft aan dat ze in ieder geval het predikaat 'literaire vriendinnen' verdienen. Zoals al eerder betoogd, is het initiatief waarschijnlijk van Verwers uitgegaan die haar schrijvende buurtgenote bewonderde. Of Questiers een mentor voor Verwers is geweest, valt niet met zekerheid te zeggen. Verwers vond het in ieder geval belangrijk dat Questiers overtuigd was van haar literaire kunnen. De graad van affiniteit valt op grond van het materiaal helaas niet te bepalen, hoewel het aantal jaren dat tussen Verwers verjaardagsreeks en de reactie van Questiers zit en de verschillende toon van de gedichten, geen nauwe band suggereert.