Dichtende vriendinnen



Hoewel uit het dichtwerk van Questiers meer contacten met mannen naar voren komen dan met vrouwen, had ze zeker ook contact met een aantal dichteressen, al kan je niet spreken van een echt vrouwennetwerk , bestaande uit louter vrouwen die onderling contact hebben op basis van gedeelde interesses met gemeenschappelijke ontwikkeling als doel . Dat de mannelijke contacten overheersten is niet zo vreemd, gezien het feit dat er in die tijd veel meer mannen waren die als dichter naar buiten traden dan vrouwen.

Een Amsterdamse dichteres waar Catharina vrij intiem mee bevriend was blijkens hun veelvuldig contact in een korte periode, is Cornelia van der Veer . Met haar raakte ze verzeild in een poŽtisch spel, waarin ze elkaar om het hardst de lauwerkrans toedichtten. Deze reeks publiceerden ze in 1665 gezamenlijk met andere gedichten van hen aan elkaar of aan anderen of van anderen aan de dames, onder de titel: Lauer-stryt tusschen Catharina Questiers en Cornelia van der Veer, Met eenige by-dichten aan, en van haar geschreven . Uit een gedicht van Catharina aan Van der Veer blijkt dat deze haar ook op kwam zoeken op haar kamer en dat ze daar zelfs haar kouseband vergat! (Al kan er hier natuurlijk ook sprake zijn van een literair spel...) Waarschijnlijk ging hun relatie verder dan een gemeenschappelijke interesse in de dichtkunst en was er sprake van een vrij hecht affinitief contact, waarbij andere interesses en een positieve kijk op elkaars karakter evenzeer een rol speelden. (Lerner 1993, p. 229).

Een andere Amsterdamse waar Questiers contact mee heeft gehad, was haar buurtgenote Katarina Verwers . ( Met en zonder lauwerkrans 1997, p. 241). Van Verwers is een reeks gedichten aan Questiers bekend ( Amsterdamse Mengel-moez 1658, p. 169-172), terwijl van Questiers maar een gedicht aan haar overgeleverd is, namelijk een verjaarsdicht voor Verwers en haar echtgenoot ( Lauwer-stryt 1665, p.42). Dit zou erop kunnen duiden dat Verwers meer behoefte had aan contact dan Questiers. Te verklaren zou dat kunnen zijn uit het feit dat Questiers meer gepubliceerd heeft dan Verwers en misschien meer aanzien genoot in de dichtwereld. Verwers dichtte overigens net als Questiers mee aan de Knipzang . Een andere dichteres die hieraan deelnam was Goudina van Weert , maar van haar is niet bekend of ze verder nog contact had met Questiers. (Minderaa 1964, p. 124, 125). Een interesse die Verwers met Questiers deelde, was toneel : zowel van Verwers als van Questiers is werk opgevoerd in de Amsterdamse schouwburg.

Waarschijnlijk heeft Questiers ook de dichteres Katarina Lescailje gekend, al was die nog jong, 20 jaar oud, toen Questiers stierf. In ieder geval kwam het toneelstuk D' ondancbare Fulvius en getrouwe Octavia in de drukkerij van Lescailjes vader uit. Bovendien had Catharina contact met J. le Blon, een grote vriend van Lescailje. (Van der Aa 1877,dl. 2, p. 661). Met hem wisselde Catharina een reeks gedichten uit. ( Lauwer-stryt 1665, p.169-173). Van een literaire uitwisseling met Lescailje zelf is echter niets bekend.

Vriendschappen met vrouwen hebben in Questiers' leven zeker betekenis gehad, ook op dichterlijk vlak, blijkens de publicatie met Van der Veer. Van der Veer is wel de enige dichteres met wie ze geregeld gedichten uitwisselde. Zelf had ze waarschijnlijk door haar goede reputatie als dichteres een voorbeeldfunctie voor andere dichtende vrouwen zoals Verwers. Het contact hierbij ging waarschijnlijk niet van Questiers uit.