Goudina van Weert



Over Goudina van Weert is haast niets bekend en er zijn maar een paar gedichten van haar overgeleverd. Toch kon ze niet in dit onderzoek ontbreken, omdat zij één van de deelneemsters aan De Knipzang was en dus wellicht contact heeft gehad met Catharina Questiers en Katarina Verwers.

Van het leven van Van Weert weten we zo goed als niets. Ze is op 13 oktober 1679 te Amsterdam begraven (Met en zonder Lauwerkrans, 1997 p. 244), en dan houdt onze kennis op. Het meest belangwekkende werk dat we van haar kennen is een negatieve reactie op Maria Stuart (1646) van Vondel: 'Vagevier voor Joost van Vondelen, over sijn Stuarts gemartelde majesteyt ghestoockt door Juffr. G.V.W.' (1647). Van Weert beschuldigt Vondel van geloofsdwalingen. Vanwege zijn bekering tot het katholicisme, zag hij niet in dat Stuart fouten beging als het proberen te vermoorden van haar echtgenoot en het op de vlucht gaan met diens daadwerkelijke moordenaar. Terloops gaat ze in op de theologische discussie rondom Vondels Palamedes. Van Weert gelooft net als de Gomaristen in Gods absolute voorbeschikking. (Inhoudelijke gegevens ontleend aan: Met en zonder lauwerkrans. Amsterdam 1997, p. 244) De kritiek van Van Weert zorgde ook weer voor reacties. Dirck Pieterszn Boeterman was het met haar eens, gezien zijn 'Dancksegginghe aen me juffr. Me juffr. G.V.W. over 't aerdigh en waerdigh gedicht bij haer E.E. gestelt, tegen de schantvleck ende grouwel aller christelijcke herten, Joost van Vondelen: aengaende sijn Stuarts gemartelde Majesteyt' [z.p.] [z.j.]. G. Koning gaf in zijn gedicht 'Aen Me-juffr. G.V.W. op haar vagevier ghestoockt voor Joost van Vondelen, over sijn Stuarts gemartelde majesteyt' [z.p.] [z.j.] kritiek op de negatieve houding van Van Weert. Alledrie zijn ze op de hoogte van de discussie naar aanleiding van Palamedes en kenden ze ook Vondels Maria Stuart. Van Weert lijkt zich hier in een gezelschap van literaire critici te bevinden die een inhoudelijk discussie op theologisch gebied niet schuwen.

In de bundel waarin ook de eerste dertien strofen van 'De Knipzang' zijn te vinden, staat een klein gedichtje van Van Weert op de afbeelding van de verder onbekende Maria van Belle, door de Leidse portretschilder en graveur Jan Lievens (Van der Aa, deel 11, p. 432-433).

Met één van de initiatiefnemers van 'De Knipzang', Hieronymus Sweerts, heeft Van Weert zeker contact gehad. In zijn bundel Alle de gedigten is een aantal verzen aan haar opgenomen, waaruit onder andere blijkt dat Sweerts zijn vrouwelijke collega-schrijver zeer bewonderde.