De Knipzang



In het midden van de zeventiende eeuw schreven zeventien Amsterdamse poŽten een reeks gedichtjes dat de geschiedenis is ingegaan als 'De Knipzang'. Uitgangspunt was het eerste van Hoofts acht Velddeuntjes 'Roozenmondt, die lag en sliep...'. Elke poŽet schreef een vervolgstrofe met hetzelfde rijmschema waarin het werkwoord 'knippen' centraal stond. De eerste dertien strofen van dit woordspelletje werden als eerste uitgegeven in Het eerste deel van de koddige Olipodrigo, of nieuwe kermiskost (...). (Amsterdam, 1655), waarna het met vier vermeerderd in De nieuwe Hofse Rommelzoo (1655) werd opgenomen (Minderaa, 1964, p. 118-120). Dertig jaar eerder werd een soortgelijk spelletje in het gezelschap van de zusjes Roemer Visscher gespeeld; de zogenaamde 'Schonckensonnetten'.