Inleiding



In 1665 gebeurde er in Amsterdam, het centrum voor dichters en kunstenaars, iets bijzonders: twee vrouwen namen het initiatief om eigen werk te publiceren. Geheel tegen de gewoonte in wilden zij poŽzie van en aan hen laten circuleren in een bredere kring. Het gaat om de bundel Lauer-stryt tusschen Catharina Questiers, en Cornelia van der Veer. Met eenige Bydichten aan, en van haar geschreeven.


Titelpagina


Beiden hebben het initiatief genomen om te publiceren, maar waarschijnlijk heeft Questiers, omdat zij nogal vermogend was, de kosten van deze publicatie voor haar rekening genomen (Met en zonder Lauwerkrans, p. 28. Uit de lofdichten op de bundel blijkt dat het initiatief zeer gewaardeerd werd, zoals bijvoorbeeld verwoord in dit vers van J. Smidt: 'Twee nimphen (blies 't Basuyn) ghevest aan d'Amstelstroomen:/ Questiers en Van der Veer, zijn t'saam in Lauwer-strijdt;/ Elk is een wonder aan Parnas langhtoeghewijt:/ Op, op beooght haar kunst, en staackt u suffich droomen.' (Bron: Lauerstryt, p. 5)
In de literatuurgeschiedenis heeft men tot dusver weinig aandacht geschonken aan deze primeur, slechts een enkele opmerking is er aan gewijd. Voorafgegaan door een tiental lofdichten begint de bundel met een gedichtenuitwisseling tussen de vriendinnen Questiers en Van der Veer, waarin zij elkaar om beurten de lauwerkrans schenken als honorering voor hun literaire prestaties. Op deze reeks volgen nog tal van andere gedichten, meest gelegenheidspoŽzie, het genre dat zowel door mannen als vrouwen het meest beoefend werd in de zeventiende eeuw ( Met en zonder lauwerkrans. Amsterdam, 1997. (p. 27-29)).
Om een beter beeld te krijgen van het leven van Van der Veer, volgen hier enkele biografische gegevens (soortgelijke gegevens van Questiers Catharina Questiers zijn elders te vinden).