Van der Veer en Lescailje



Van der Veer meende in Lescailje het geluid van Questiers te herkennen en probeerde daarom een dichtvriendschap met haar op te bouwen. Zij deelde met Lescailje bepaalde opvattingen, zoals: 'Die zeg ik, dat een maagd wel dicht,/ Die God recht eert en menschen sticht' ( Lescailjes Toneel- en Mengelpoezy , p. 340) en 'bijbelse stof is beter dan klassieke': in Van der Veers poŽtica heeft inmiddels een reformatie plaatsgevonden. Ze is weliswaar niet helemaal van haar klassieke 'dichtgeloof' afgevallen, maar ze dient nu twee heren. Ze laat zich naast de Muzen ook door God leiden bij het verzen schrijven. Daarvan was in de Lauerstryt nog nauwelijks sprake, maar net als haar vriend Bara - in een eerder stadium - is ook Cornelia in een andere trant gaan dichten. Ook was Questiers een groot literair voorbeeld; de ingrediŽnten voor een interessante dichtvriendschap waren dus aanwezig. Waarom liep het contact dan stuk? Lescailje was in de ogen van Van der Veer nalatig geweest: zij was nl. de verjaardag van Van der Veer vergeten en liet maandenlang niets van zich horen. Dit maakte Van der Veer zo boos dat zij Lescailje hierover aansprak; deze reageerde eerst rustig, maar verbrak later het contact. Van der Veer was hierover teleurgesteld, maar gelukkig had zij nog andere contacten, waaronder een aantal mannelijke collega's, zoals Johannes Smit, Justus Hoflandt, Justus Waterloos en Mr. H.D. Graef.