Twee gedichten van Vondel aan Questiers



Catharina Questiers' beroemde buurtgenoot Vondel schreef aan haar een aantal gedichten, waarin hij vol lof was over haar kunstzinnige bezigheden. In de volgende twee gedichten roemt hij haar dicht-, teken-, en beeldhouwkunst. Haar tekeningen van bloemen bedriegen zelfs de bloemist en haar beelden worden voorgesteld als haar kinderen.
Op
d'AFBEELDINGE
Van de Jonghvrouw
CATHARINA QUESTIERS

Zoo maalde een Schilders hant de schoone KATHARYN,
Doch 't leven overtreft zoo ver den schilderschijn,
Als een gemaalde Roos met hare doove kleuren
Een Roos in 't leven wijckt, wiens levendige geuren
Het hart verquicken, op den oever van de doodt.
Apollo noemde dees de tiende kunst-genoot,
Een waerde Zuster van de nege Kunst-godinnen.
Hy wenschte uyt minne-gloet haer edel hart te winnen:
Maer zy te vrede met der sterfelijken lot,
Ontzey de min van dien onsterfelijken Godt:
En had hy haer bestaen te schaecken teghens d' orden;
QUESTIERS waer gheen Laurier maer eene Roos geworden.
J. v. Vondel t' Amsterdam 1661. den 20.
in Hooimaent.


Op de kunstige
Tekeningen en Bootseersels
van Jonghvrouwe
SAFFO QUESTIERS.

Tweede Saffo in uw Dichten,
Hoe bestiert Natuur uw' geest,
Als ghy levende op haer leest
Ons saizoenen door 't verlichten,
Knoppen, bloemen, airen, ooft,
Ys, en kegels, ziel en leven
Op uw bladen weet te geven,
Ja een' out bloemist berooft
Van zijn sinnen, van zijn oogen,
Die van geen bedrogh bewust,
Waent den levenden August
Aen te zien, en staet bedrogen.
Maer ick stel dit wonder werck,
Sonder schimp, by d'andre zeven,
Dat een Maeght is Maeght gebleven,
Buiten opspraeck van de Kerck,
Schoonse een Kindt bootseerde en teelde,
't Welck natuurlijck leeft, en bloost,
In wiens aanschijn 't eigen kroost
Van de suivre Moeder speelde.
Zoeckt Natuur by Kunst wat viers,
Datze licht hael by Questiers.
J. v. Vondel

(Bron: Lauwer-stryt 1665, p. 36, 78).