Van der Veer en Waterloos



De manier waarop Van der Veer met mannen van gedachten wisselde, verschilde nauwelijks van haar contacten met vrouwen/dichteressen. Op anekdotische wijze komen allerlei zaken ter sprake en van een sekseverschil lijkt geen sprake. Met H.F. Waterloos bijvoorbeeld werkte zij samen aan een huwelijksgeschenk voor Joannes de Hoest en haar vriendin Questiers: Van der Veer schreef tien pagina's vol huwelijksheil en Waterloos zette dat om in proza. Waarschijnlijk hebben ze dat samen aangeboden op de bruiloft van hun gezamenlijke vrienden. Ook bezong Waterloos eens het portret van Van der Veer , waarbij hij ondertekende met "Ued. Alleronderdaanighsten Dienaar en leerzamen (!) Kunstgenoot, H. F. Waterloos.' Uit zijn poŽzie aan haar blijkt dat hij veel leerde van haar verzen, ondanks dat dat een topos was, zal hij het niet voor niets geschreven hebben. Het was echter een wederzijdse onderwijzing, want deze kunstgenoot roept haar elders op de bijbelse stof te verkiezen boven de klassieke ( Lauerstryt , p. 351) en al ben je dan - zo waarschuwt hij - misschien niet vermaard om je poŽzie, de kern ervan is vroomheid en dat is essentieel in het leven. Het verwondert dan ook niet dat Waterloos van beroep krankenbezoeker en voorzanger in de kerk was ( Lauerstryt , p. 312): zijn poŽticale opvattingen haalde hij uit het Woord. Hij verzette zich tegen de in zijn ogen heidense aspecten van de contemporaine poŽzie: 't Is langh genoegh gezongen, van / Den Piemondtschen Rijx-tyran;/ Die Christus Kerck zoekt in te stampen; Ik luister liever hoe Godts tolk/ Vry onbeschroomt dat heiloos volk / Ja zelfs de hel aan boort durf klampen' etc. (Lauerstryt, p. 353-354).Cornelia betreurde het vroege sterven van haar vriend zeer, zij heeft hem nog menig keer in haar verzen aangehaald.