startpagina | voor de bouw | de bouw | Smitt | 1915-1928 | Woittiez | jaren 70 | recent | renovaties

Familie Woittiez

13 jaar na de bouw, in 1928, wordt de villa eigendom van W.J. (Willem Jan) Woittiez. Hij kocht het op 30 april 1928 (verleden voor notaris la Chapelle, overgeschreven hypotheekkantoor op 1 mei in deel 1013, nr 117; het pand was inmiddels kadastraal sectie F no 634). Van deze overdracht dateert ook een erfdienstbaarheid. Omdat Smitt tevens eigenaar was van de achterliggende fabriek aan de Middellaan (sectie F no 635) werd bedongen dat Woittiez al voor 5 mei een schutting van hout met rietmatten moest maken. Bovendien werd het recht van uitlozing van de fabriek naar de reeds bestaande putten in de tuin bedongen. Onderhoud van schutting en putten en het legen van de putten zou voor gezamenlijke kosten zijn. Ook mocht er binnen een afstand van 5 meter van de erfgrens geen bebouwing worden geplaatst die het licht naar de fabriek zou belemmeren.

Woittiez vraagt toestemming voor aanbouw van een serre en bijkeuken en het afbreken van de houten schuur (om plaats te maken voor de bijkeuken) . Op 5 juli 1928 wordt dat goedgekeurd. Uitvoerder is W. Palland die woont op het naastgelegen Spoorlaan 50. Door de bouw van de bijkeuken verviel de keukenafvoer naar de zinkput aan de achterzijde. Die is toen waarschijnlijk rechts van het huis geplaatst.

Nieuwe serre 1928. Links de aanblik vanaf de achterzijde. In de rechterschets is ook de nieuwe bijkeuken erbij getekend.

Nieuwe bijkeuken (en verlenging logeerkamer boven) 1928. Boven het niet
geheel complete rechter zijaanzicht met nieuwe buitendeur, onder een
dwarsdoorsnede.

Het jaar daarop krijgt de weg de naam Koppellaan (raadsbesluit 28 februari 1929); het adres wordt dan veranderd van Kruislaan 9 in Koppellaan 2.

Willem Jan Woittiez was in 1879 in Terneuzen geboren, en trouwde in 1912 in Kloetinge (Zeeland) met Jacoba Kruijs Voorberge (geboren in 's Gravenpolder 1877). Dat ging met de handschoen want hij werkte sinds 1911 als onderwijzer in Magelang in Nederlands Oost Indië. Dat was hij tot 1927, laatstelijk als directeur van de opleidingsschool voor inlandse ambtenaren in Fort de Kock. In 1927 was hij op 48 jarige leeftijd met pensioen naar Nederland teruggekomen. Bij zijn afscheid had hij van de sultan een massief gouden kris gekregen. Daar werd het huis naar genoemd, "De gouden kris", wat op de voorgevel stond tesamen met een houten copie van de kris (die is op onderstaande foto uit de familie Woittiez niet te zien, waardoor de foto op eind jaren twintig moet worden gedateerd, want het erop zichtbare Koppellaan 4 was gebouwd in 1929). Woittiez (1879-1945) overleed kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. Zijn vrouw, de dan Wed. J. Woittiez geb. Kruijs Voorberge (1877-1966), woonde er tot haar overlijden (de laatste jaren werd zij elders verpleegd, ze overleed in Oosterhout). Zij bewoonde de achterkamer (van de ensuite). Het huis was in die tijd naar verluid donker.

Tussen 1945 en 1947 was mevr de Jong als jong meisje inwonend - door de woningnood was er verplichte inwoning. Zij kwam in 2010 langs en vertelde: "Ik had de voormalige kinderkamer (nu de badkamer). Op de plaats van de huidige berging (eertijds de meidenkamer) was toen een badkamer met bad en fonteintje. Zoon Wim Woittiez (1920-1996) was inmiddels getrouwd met Jennie Polée (1924-2012) en die bewoonden de kamers boven: voor de slaapkamer, achter de woonkamer. De deur tussen de meidenkamer en de voorkamer zal toen al wel dichtgemaakt zijn, terwijl dat ook de plaatsing van een fonteintje in de voorkamer op die plek mogelijk maakte.

Mevr Woittiez sliep beneden in de huidige studeerkamer. De meest gebruikte kamer was de achterkamer. Mevr Woittiez zat daar vaak bij de haard. Men at er met zijn allen aan een tafel die midden in de kamer stond. Er waren dubbele glazen deuren naar de serre, waar grote schelpen (uit Indië?) op de vensterbank lagen.

In de tuin stond achter een schuurtje, voor was er een ijzeren hek. De kris boven de voordeur kon ze zich niet herinneren en ook niet of er koude kassen in de achtertuin waren. Waarschijnlijk was er toen nog geen CV installatie, de haarden werden met hout gestookt."

In de periode erna werd waarschijnlijk de centrale verwarming aangelegd. Boven werden zachtboard plafonds aangebracht en verdere aftimmering met hardboardplaten bekleed met raufasen behang.

In de achtertuin stonden (koude) kassen (achterin, langs de erfgrens met Koppellaan 4) en er was een groententuin. De kassen werden later gesloopt maar restanten van de fundamenten en glas worden nog steeds gevonden. Er stond ook een sterappelboom, met volgens Theo van Ling erg lekkere appels. Deze is later ook verdwenen.

In de zijtuin voor, rechts van het huis, heeft in deze tijd een prieeltje gestaan.

Koppellaan 2 ten tijde van de familie Woittiez, vermoedelijk 1929
Zelfde positie 2006

In de jaren dertig zijn een aantal luchtfoto's gemaakt waar wijk Vogelzang ook op staat. Heel scherp zijn ze niet, maar de omgeving is te herkennen. Hieronder een foto van voor 1936 - de bebouwing langs de Spoorlaan en de Leijenseweg is nog niet compleet. In de rode cirkel Koppellaan 2, met eronder de fabriek van Smitt en daaronder de school aan de Leijenseweg.