IV-6.9  Trijntje Jacobs Bloothooft  (1760 - 1803)

Trijntje Bloothooft  <IV-6.9> is een dochter van Jacob Claasz Bloothooft <IV-6> en Guurtje Pieters Klaver, RK, ged. Akersloot [1] 21.9.1760 [mtr. Guurtje Claaz (Bloothooft <III-3.12>, tante)], overl. Akersloot 27.10.1803

tr. 1 Pieter Jans Vader Alkmaar [2] 23.1.1785 [impost Akersloot [3] pro deo], wedn. van Petronella (Pietertje) Klaasdr Bakker, testament [4] 9.7.1785, boedelscheiding [5] 12.1.1799, zo. van Johannes Jans Vader en Alida (Aaltje) Pieters Duijneveld, ged. Alkmaar 24.3.1757, overl. Zuid- en Noord Schermer 23.4.1797. Kinderen, gedoopt te Alkmaar [1] Jan 30.10.1785, Gaugerica (Guurtje) 28.7.1787, Jacob 26.3.1789, Willebrordus (Wulbert) 12.9.1792, Guurtje 16.6.1794 en Klaas Vader 29.2.1796. Uit het eerste huwelijk stamt Catharina (Trijntje) Vader, ged. Alkmaar 15.7.1784. Zie parenteel Vaders.

tr. 2 Jacob Klaasz Groot Alkmaar [6] 28.1.1799 [impost Z-N Schemer [7] zij 3e classe, hij won. Heiloo], bouwman, geb. Heiloo 19.11.1771, overl. Z-N Schermer 23.10.1806, zo. van Klaas Lourensz Groot en Guurtje Cornelisd Caandorp, testament [8] 2.3.1799, boedelscheiding [9] 15.6.1804. Kinderen, gedoopt in Alkmaar: Pieter (20.11.1800) en Guurtje (24.4.1803).

Pieter Jans Vader bezat in polder H in de Schermeer 30 morgen en 358 roeden in kavels 17 en 18 met daarbij  het huis no.174, in 1799 toebedeeld aan Trijntje Jacobs Bloothooft. Daarbij kwam ook nog 15 morgen in Polder L kavel 33 [10], het kavel naast die van het Zwarte Kerkje, waarschijnlijk van haar tweede man Jacob Groot. De kavels H 17 en 18 waren al sinds 1744 gedeeltelijk in het bezit geweest van haar oom Pieter Bloothooft <IV-3>,  en werden nog in 1779 onder diens kinderen verdeeld.

Zuidervaart 127. De huidige boerderij Veelust op kavel 18 in de polder beneden GH in het jaar 2000.

De kavels H 17 en 18 grensden overigens aan kavels 19 en 20 die in 1750 in het bezit waren gekomen van Claas Bloothooft <IV-2> met daarop de boerderij "Peijlshoeve" (huis 173). In de tijd dat Trijntje Bloothoofd in boerderij 174 woonde, was ze dus buren van de Erven Claas Bloothooft, mogelijk eerst Pieter <V-3> en Dirk <V-4> maar later Jacob Way, de tweede man van de echtgenote van Dirk, Engeltje Jacobs Beck. Kavels 17-20 waren dus in het einde van de 18e eeuw een echte Bloothooft enclave.

Schermer H 17-18.jpg (66640 bytes)
Kavels 17 en 18 in polder H in de Schermer
Kaart Uitwaterende Sluizen 1745

In het testament van 1785 wordt bepaald dat bij zijn vooroverlijden Trijntje Bloothooft het recht krijgt de boedel te beheren, waarbij uiteindelijk het bezit naar de kinderen moet gaan. Daarbij is tevens Trijntje Pietersdr Vader, zijn kind uit een eerder huwelijk met Pietertje Klaasdr Bakker. Als voogden worden over haar aangesteld Wulbert Pietersz Duineveld <IV-6.6> en Jan Pietersz Duineveld.

Na het overlijden van Pieter Vader wordt Trijntje voogd over haar kinderen Jan, Jacob, Wulbert, Guurtje en Klaas. Daarnaast worden ook haar broer Jan Bloothooft <V-13>, en Lourens Bergen en Teunis Jacobsz aangesteld als voogden. Omdat ze in 1799 wil hertrouwen moet de boedel geinventariseerd worden. 34.5 morgen land wordt getaxeerd op f 250 per morgen en een totaal van f 8625. De boerderij met “leevendig vee en boeren en bouw gereedschappen, midsgaders den inboedel” op f 2000 en contant f 200. Daar gaan de schulden van af, waarin (voornamelijk) zijn inbegrepen de erfrechten van Trijntje Pieters Vader via haar moeder, f 6000. Blijft f 4825 over, welk bedrag voor de helft voor Trijntje is en voor de andere helft voor haar kinderen en Trijntje Vader samen.

Even na het tweede huwelijk wordt een testament opgesteld, waarbij Jacob Groot bij vooroverlijden zonder kinderen, zijn vader een legitieme portie toebedeeld die door de aanwezige vader met f 500 als voldaan zal worden beschouwd. Als er kinderen worden geboren zullen deze uit de erfenis van hun moeder in gelijke portie moeten delen met de al geboren kinderen. Tot voogden over toekomstige kinderen worden dezelfde voogden aangesteld als voor de kinderen van Pieter Vader.

Na het overlijden van Trijntje Bloothooft wordt op 15 juni 1804 een verdeling van het vermogen opgemaakt. Daarbij zijn de voogden van de kinderen aanwezig: Lourens Bergen uit de Schermeer onder Alkmaar, Jan Bloothoofd <V-13> uit Zaandam en Teunis Jacobs uit Haringhuizen. Er is inmiddels 45.5 morgen aan land in bezit plus de boerderij die gelijkgesteld wordt aan 1.5 morgen. Per morgen dit maal f 300 dus tesamen f 14.100. Dan aan levend vee, koeien, varkens en paarden tesamen f 3000. Aan meubelen, huisraad en inboedel een waarde van f 500 en in contanten f 408. Samen het kapitaal van f 18008. Daar gaat dan af aan schulden middels obligaties, f 3300 aan Willem Broekhuizen, f  500 aan Jan Vader, f 400 aan Jan Sijp, f 500 aan Rijnier Grood <VI-14>, f 900 aan Trijntje Bloothoofd’s stiefdochter Trijntje Pietersd Vader voor haar moeders erfdeel, en tenslotte f 2412:10 voor de zes kinderen van Pieter Vader tesamen (conform boven). Er resteert derhalve f 9995:10. Daarvan is de helft voor Trijntje’s tweede man Jacob Klaasz Groot, en de andere helft voor de erfgenamen van Trijntje. Dat laatste deel wordt over de zeven kinderen van Trijntje en haar laatste man Jacob Groot verdeeld, ieder 1/8 is f 624:14:6. Jacob Groot staat garant voor alle betalingen. Hij blijft zelf op de boerderij in polder H wonen, die later overgaat op zijn kinderen Pieter en Guurtje Groot.

Nadat ook vader Jacob Groot overleed in 1806 zijn de kinderen Groot opgevoed door de grootouders aan de vaders kant. Grootvader Klaas Louris Groot was daarom getuige bij het huwelijk van kleinzoon Pieter in 1823. Van deze Pieter Jacobs Groot is bewaard gebleven dat hij als negenjarige jongen langs de weg van Alkmaar naar Den Helder stond toen Napoleon daar in 1809 langs kwam. Ook enkele van zijn schrijfschriftjes zijn nog bewaard.

Boedelscheiding Trijntje Jacobs Bloothooft 1.jpg (132635 bytes) Testament Trijntje Jacobs Bloothooft.jpg (142594 bytes) Boedelscheiding Trijntje Jacobs Bloothooft.jpg (129342 bytes)
Ondertekening 
boedelinventarisatie 
januari 1799
Ondertekening 
testament 
maart 1799
Ondertekening
boedelscheiding
juni 1804

Op 2 april 1807 werd nog de erfenis verdeeld van Jan Klaver, de halfbroer van Trijntje’s moeder Guurtje Pieters Klaver [11]. Daarin:

“En nog dezelve Cornelis Oudes (schepen en weesmeester van Oudorp) in qualiteit als voor en als zodanig ten dezen waarnemende de belangen van Jan, Wulbert, Guurtje en Klaas Vader, als mede nog minderjarige nagalatene kinderen van Trijntje Bloothoofd in huwelijk verwekt bij haare twee mannen, Pieter Vader en Jacob Groot… allen 38:8:14”


Klaas Vader, tr. Aagje Sn Zijp, Zuid- en Noord-Schermer 10.11.1820, do. van Sn Zijp en Grietje Cornelis Gorter

Referenties

[1] Akersloot, doopboek RK kerk 1724-1757, 1757-1812
[2] Alkmaar 105, trouwboek RK kerk
[3] Akersloot, impost op het trouwen 1747-1776, 1781-1798
[4] Alkmaar, not. Cornelis van Oostveen
[5] Alkmaar, not. M.J. de Lange
[6] Alkmaar 105, trouwboek RK kerk
[7] Z-N Schermer, impost op het trouwen 1795-1805
[8]   Alkmaar, not. Adrianus Petrus de Lange
[9]   Alkmaar, not. M.J. de Lange,  OR 862
[10] Schermeer 776, legger der landerijen 1798-1834
[11] Oudorp, allerhande schepenakten 1806-1806, 1807-1810 RA Haarlem OR 6262, 6263