Samenvatting

Jan Bloothoofd <VIII-12> is de zoon van Adriaan Bloothooft <VII-10>  en  Maartje de Boer, schipper, NH, geb. Zaandam 22.6.1861, overl. Amsterdam 18.8.1924, tr. Jantje Schuring Amsterdam 1.11.1882 [get. Nicolaas Johan Frederik Schenkman, zonder beroep, 48 jaar; Jacob Vlierbergen, timmerman, 46 jaar; Hermanis Westendorp, timmerman, 61 jaar; Matthijs Johannes Dam, werkman, 45 jaar], werkster wonende in Amsterdam laatst gewoond hebbend in Meppel, do. van Harm Schuring, schipper, en Geertje Doek, geb. Zwartsluis 7.9.1859, overl. Amsterdam 2.11.1941

Jan Bloothoofd werd 16 maart 18.. gekeurd voor de Nationale Militie (lotingsnummer 888). Hij was van beroep schipper en werd als enige zoon vrijgesteld. Zijn lichaamskenmerken waren: 1761 mm lang, rond aangezicht, lang voorhoofd, blauwe ogen, kleine neus, kleine mond, ronde kin, blond haar, blonde wenkbrouwen en hij had geen opmerkelijke tekens.

Er was een levendige (turf)vaart tussen Meppel en Amsterdam. Twee schipperskinderen vonden elkaar. Het gezin woonde in de eerste jaren op een ark in de Amsterdamse grachten. Het meest genoemd is daarbij de Eerste Spaarndammerstraat. Vader Adriaan Bloothoofd was regelmatig getuige bij de aangifte van kinderen en woonde in dezelfde buurt.

Kleinzoon Christiaan <X-29>: “Uit gesprekken met mijn vader, Harm Bloothoofd <IX-16>, weet ik dat deze op een woonscheepje in Amsterdam geboren is. Het gezin was groot want mijn vader had vele broers en zusters. Dat aan boord van zo’n klein woonscheepje de leefomstandigheden niet rooskleurig waren is te begrijpen. Toch heeft het grootste gedeelte van zijn broers en zusters hun verdere leven doorgebracht in de welbekende Amsterdamse Jordaan. Een bijzonderheid is nog dat behalve mijn vader al zijn broers zeeman waren, waarvan enkelen zelfs tot hun pensionering.”

Kleindochter Anne <IX-21.6> ging wel bij haar grootmoeder op bezoek in de Baanbrugsteeg. Het belangrijkste was wel dat ze van haar dan een cent kreeg. Ze weet ook nog dat haar vader Gerrit met steenkool, boter en groente van de steun eerst bij zijn moeder - die aan de drank was - langs ging, en dan nog met weinig bij zijn eigen gezin terugkwam. 

Gegevens over het gezin (en alle andere Amsterdamse gezinnen uit het begin van de 20e eeuw) en de woningen die werden bewoond komen uit de gezinskaarten (microfiches) die in 2000 beschikbaar kwamen. Als voorbeeld het eerste blad van Jan Bloothoofd:

Gezinskaart13-12.jpg (270847 bytes)