IV-3.3  Maartje Bloothooft (1739 - 1795)

Maartje Bloothooft <IV-3.3> is de dochter van Pieter Klaasz Bloothooft <IV-3> en Maartje Poland, RK, ged. 3.12.1739 [get. lijsbeth knelis (Poland, tante), antje sijmens <III-1.2> (nicht)], overl. de Rijp 29.10.1795 [impost Graft [1] 1e classe]

tr. 1 Arent Brandtjes  Alkmaar [2] [get. Anna jans Gorter en pieter schilder (zwager)] 3.6.1765, boer aan de Volgerweg in de Beemster, zo. van Jan Aritze Brantjes en Niessi Jan Koene [3], ged. de Rijp [4] 29.6.1726 [als Arnoldus Jansse Brantjes, get. Jannitje Engels (moeder van Niesje) en Maerten Arentze Brantjes (oom?)], overl. de Rijp [5] 2.7.1794 [impost 1e classe]

tr. 2 Willem Conijn  (hij Edam [6] impost 1e classe) 17.10.1795, wednr., koopman en vetweider te Edam (in compagnie met zijn broer Cornelis), grondeigenaar (met name in de Purmer), lid der municipaliteit van Edam 1797-1798, commissaris van de  Grondvergadering voor wijk IV ald. (1798), gecommitteerde uit de Patriotse Vaderlandse Sociteit "De Eenhoorn" aldaar, ged. Purmerend 17.1.1732,  overl. Edam 24.3.1803 (wonend op de Voorhaven), begr. Edam (O.L.V. kerk, 1 uur beluid) 31.3.1803, zo. van Willem Willemsz. Conijn (uit de Beemster) en Agatha (Aagje) Cornelisdr. Decker (uit Oost-Zaandam). Hij tr. 1. Edam 23.1.1773 Brigitta (Brechtje) Groenevelt, uit Bovenkarspel, begr. Edam (O.L.V. kerk) 23.5.1792 (1 uur beluid), dochter van Dominicus Groenevelt en Maria Pietersdr. Kuyper en weduwe van Symon Jansz. Brouwer (houtkoper, regent van het Nieuwe Armenweeshuis te Edam). Er waren geen kinderen uit dit huwelijk.

Kinderen 
uit eerste huwelijk

  1. Agnes Brantjes, ged. Alkmaar 21.10.1765, jong overl.

  2. Niesje (Agnes) Brantjes, ged. Beemster 18.12.1766, overl. Edam 20.2.1828, begr. ald. (O.L.V. kerk), tr. Edam 21.6.1789 (na ondertr. Beemster 2-6 en Edam 3.6.1789, impost voor elk fl. 30) Anthonie Cornelis Conijn, ged. Edam 12.11.1767, koopman, houthandelaar (sedert 1787), vetweider, schepen 1797-1801, lid der municipaliteit 1798 en lid der municipale raad 1811-1813 van Edam, commissaris van huwelijkse zaken 1798- en quotisatie ald., heemraad van de Purmer 1798-1804, zetter der verponding in het arrondissement Purmerend 1811-, r.k. kerkmeester 1806 en marktmeester 1808 te Edam, grootgrondbezitter, n der hoogstaangeslagenen van het departement Zuiderzee en hoogstaangeslagene te Edam (1811-1813), overl. Edam 27.6.1814, begr. aldaar (O.L.V. kerk), zoon van Cornelis Conijn (1734-1797), koopman, vetweider, houthandelaar, r.k. armmeester 1783, r.k. kerkmeester 1788-1793, lid der provisionele municipaliteit van Edam 1795, grootgrondbezitter, en van Maria Schrant. Hij was een neef van Willem Conijn, de latere tweede man van zijn schoonmoeder Maartje Bloothooft.

  3. Maria (Maartje) Brantjes, ged. Beemster 12.9.1769, overl. Purmerend 4.2.1823, tr. Purmerend 25.6.1797 (na ondertr. aldaar 10.6.1797, impost voor elk fl. 30) Willem van Broekhuyzen, ged. Purmerend 18.9.1757, mr. koekbakker, lid der municipale raad 1811-1813 en lid der raad 1816- van Purmerend, overl. aldaar 30.5.1827, zoon van Hendrik van Broekhuyzen en Kaatje (Catharina) Pigholt.

Handtekening van de echtelieden onder de boedelscheiding 
van moeder Maartje Poland, 23 december 1779

Maartje Bloothooft werd gedoopt als Miriam maar later was het steeds Maartje. In 1754 ging ze ter communie in Alkmaar [7]. Ze trouwde er in 1769 Arent Brandtjes. Ze was toen al 30 jaar, hij 43. In 1775 kocht Arent Brandtjes de Beemster binnenkavel 22 aan de westzijde van de Jisperweg van Adriaan en Hieronymus Roest, 15 morgen van de in totaal 20 morgen. Het paar ging er mogelijk wonen.

In 1779 kreeg Maartje Bloothooft na het overlijden van moeder Maartje Poland uit de erfenis het bezit van haar tante Lijsbeth Poland in de Heerhugowaard, nl. 15/16 van een boerderij met 40 morgen land, waarvan het huis en 25 morgen land belend met Gerrit Smeenk ten noorden en het schoolhuis ten zuiden en 15 morgen belend Aldert Cornelisz ten zuiden en Claas Poland ten noorden; dan via haar moeder nog in een boerderij met 30 morgen land aan de Zuidervaart in de Schermer (beneden-GH), belend A. Stromer ten noorden en de erven Claas Bloothoofd <IV-2> ten zuijden; en tenslotte een stukje land in de Burenmade (oude polder onder Graft), genaamd in vogelskooy van Peet Jaapke onder Zuidschermeer, groot 2 aggelen en twee vierling, belend Klaas Jacobs Nap ten westen en de meelmolen ten noorden. Waarschijnlijk verkopen ze al deze gerfde landen en blijven ze in de Beemster. 

In 1780 wordt de boedel uit de nalatenschap van Niesje Jans Schone verdeeld onder haar drie meerderjarige kinderen [8]: Jan Brantjes wonende in de Starnmeer, Arent Brantjes wonende in de Beemster, en Maartje Jans Brantjes (weduwe van Symon Jans Duijn) wonende te Crommenie. Arent Brantjes erft hierbij een stuk land gelegen in de Starmeer (6 morgen, 264 roeden). 

Arent Brandtjes had eveneens in de Beemster samen met zijn broer Jan binnenkavel 51 aan de oostzijde van de Jisperweg. In 1787 kreeg Arent dit land geheel voor zichzelf. Broer Jan was 30.9.1724 gedoopt in de Rijp [4].

Binnenkavels 22 en 51 bij West Beemster.
(Kaart Uitwaterende Sluizen 1680)

Het zijn rijke boeren, de Brantjes. Als Arent in 1794 sterft wordt hij voor de 1e classe in Graft begraven [5]. Zijn vermogen was meer dan f 12.000.

Na het overlijden van Arent huwde Maartje een jaar later in 1795, 12 dagen voor haar overlijden (!) met weduwnaar Willem Conijn. Hij was een oom van Anthonie Conijn die zes jaar eerder op 21.6.1789 in Edam haar dochter Niesje Brandtjes trouwde.

Na de dood van Maartje Bloothooft ging BK 22 in 1795 over op haar dochter Maartje Brandtjes [9]. De laatste verpachtte het land later aan haar neef Pieter Bloothooft <VI-6>. BK 51 ging over op dochter Niesje Brantjes die met Anthonie Conijn was gehuwd [10]. In 1796 erfde Niesje bij de boedelscheiding van de nalatenschap van haar ouders o.a. ook nog 6 morgen en 264 roeden grond in het oostergedeelte van de Starnmeer, op de kavelkaart getekend met 48; een stukje land dat haar vader eerder uit de erfenis van zijn ouders verwierf [11].

Informatie over de familie Brantjes mede gekregen van Elmar Brantjes <E.Brantjes@wish.nl>. In 2003 werd dat nog aanmerkelijk uitgebreid door Olivier Mertens. Zie zijn genealogie Conijn, "Nederland's Patriciaat" (1998, jaargang 82, pag. 134-162), en het artikel "Klaas Brantjes (1793-1869) en zijn familie" in: "Terug in de tijd 2. Zaankanters en Waterlanders, een bonte verzameling genealogisch onderzoek" (uitgave van de Nederlandse Genealogische Vereniging 2002, pag. 13-32).

Referenties

[1]   Graft, register impost op het begraven 1785-1805, en overledenen 1806-1813
[2] Alkmaar 105, trouwboek RK kerk St.Jacobsstraat
[3] Gens Nostra (1955), p.123, kwartierstaat van de noord-hollandse familie Conijn, Konijn of Knijn (RK), noemt Marten Brandjes, veehouder, en Age Baltens, maar dit lijkt onjuist. Marten Brandjes was mogelijk een broer van Jan en getuige bij de geboorte van Arent Brantjes.
[4] de Rijp, RK kerk doopboek 21
[5] de Rijp, impost op het begraven (‘alhier overleden dog staat tot Graft begraven te worden’)
[6] Edam, impost op het trouwen 1778-1805, SAW 46a
[7] Alkmaar 108, communieboek  RK kerk St.Jacobsstraat
[8] de Rijp, not. Heinis 31.03.1780, Oud Not. Arch., inv.nr. 4515, akte 19 
[9] Beemster, kohier van eigenaars der huizen en landerijen  1805-1826, SAW (Streek Archief Waterland, Purmerend) L308. Zie no. 444 Maartje Arends Brandjes
[10] Dinkla, Th.A. (1989). Eigenaars van landerijen in de Beemster. Eigen uitgave.
[11] de Rijp, not. Heinis, 12.06.1796  boedelscheiding van de nalatenschap Arent Brantjes en Maartje Bloothooft, Oud. Not. Archief