Processen in het hoogschoutambt Hasselt

Op 12 mei 1629 kopen Geert <0-2> en Jan Henrixsen Veuger voor 2189 ggl (goudguldens) een erve en goederen bij de Hogenkamp, onder IJhorst, van Jan Wolters en zijn vrouw Janneke. Jan Wolters wordt al in 1602 genoemd bij de heffing van het paardengeld onder IJhorst (met 3 paarden, 20 schapen en een varken), en wel direct na Roloff Jansen op den Hogen Camp (met 4 paarden 48 schapen en een varken). Het lijkt er op dat Jan Wolters toen ook al op of bij de Hogenkamp woonde.

Geert en Jan Veuger verkopen het erf op de Hogenkamp op 24 januari 1631 voor 2714 gll 21 st door aan Cornelis van Keppel Fox, maar die betaalt niet waardoor het in 1634-1635 tot een eerste proces van hen tegen Keppel Fox komt [Historisch Centrum Zwolle, archief 37.2 processtukken Hoogschoutambt Hasselt - nr 13]. De archiefinventaris geeft de familienaam Veuger niet, maar die verschijnt wel in verschillende stukken in het dossier. Zo is er sprake van Geert henrix ende Jan Henrix sijn swaeger, en te compareren met Geert henrix Veuger, in Hasselt 5 juni 1632, en Jan Henrixsz van Staphorst. Uit de korte tijd tussen koop en verkoop en de klaarblijkelijke winst kan blijken dat het voor de Veugers vooral handel was, en dat ze niet zelf op de Hogenkamp hebben gewoond.

In 1632 eist Cornelis van Keppel Fox (waarschijnlijk een zoon van Hendrik van Keppel Fox, eerder hoogschout van Hasselt) aflossing van een jaarrente uit het erve de Hogenkamp van Jan Wolters. [ibid. - nr 10]. Hij (en zijn moeder) had meer goederen in bezit rond IJhorst, want ook erve Esphorst - de Pol was door de familie van Keppel Fox aangekocht, en werd in 1635 het 'Verlaat van Keppel' genoemd [zie site poortman].

Ook de weduwe van Hendrik van Keppel Fox, Aeltien Russincks liet zich niet onbetuigd. Zij procedeerde op 24 mei 1638 tegen Claas Reintjes [ibid. - nr 17] en eiste dat zij rustig in het bezit werd gelaten van land. In dat proces trad Jan Henrixen Veuger als intervenient van Claas Reintjes op. Het lijkt erop dat er onduidelijkheid is wie het land bezit, en dat er bijvoorbeeld onrechtmatig wordt gehooid. In 1602 wordt bij de heffing van het paardengeld Claes Reijntiens in het zuideinde van Rouveen genoemd met een paard en een varken. Het zou wel betekenen dat Claas Reintjes in 1638 al behoorlijk op leeftijd moet zijn geweest.

Het echt grote proces wordt tussen 1639 en 1654 vijftien jaar lang gevoerd tussen Cornelis van Keppel Fox en Jan Hendrix Veuger [ibid. - nr 22]. De laatste treedt voor zichzelf, als erfgenaam van Geert Hendrix Veuger, en voor de erfgenamen van Jan Wolters op, en dat wordt ook wel met cum suis of consorten aangeduid. De kern is dat Cornelis van Keppel Fox in 1631 het erve bij de Hogenkamp gekocht heeft, zowel het deel van de broers Veuger en als ook het deel van Jan Wolters, maar dat hij maar een zeer klein deel van de kooppenningen betaald heeft [zie het proces van 1634-1635, er is daarna blijkbaar niet tot betaling overgegaan]. Jan Wolters verlaat de Hogenkamp in 1636 maar de Veugers blijkbaar niet. Het erve wordt door hen niet opgeleverd zo lang er niet is betaald, en dat eist hij wel.

Van genealogisch belang is dat in één van de eerste stukken uit het dossier, van 9 mei 1639, er sprake van is dat Jan Hendrixen Veuger handelt voor de mede erfgenamen van S(aliger) Geert Hendrix Veuger. De laatste is dus overleden en er is sprake van meerdere erfgenamen, waaronder Jan zelf. Het stuk is een weerwoord in naam van Claas Reintjes over een verbod op het gebruik van het vierendeel (land) van het gasthuis. De rol van dit stuk (en Claas Reintjes) is enigszins onduidelijk omdat er in het verdere verloop sprake van is dat dit stuk land (uiteindelijk) wel tegen betaling op van Keppel Fox is overgegaan.

Verschene in den gerichte [het gerecht] Ian hendricx voeger voor hem selffe carerende [zorgend] voorde mede erffgenamen van Sl:[saliger] Geert hendricx Veuger als intervinienten [tussenkomst] van Claes reinties,
ende daet alsoodanich verbot als op den 7den deses Claes reinties gerichtelijken [van rechtswege] is geinsunieert [opgedragen] wegens het gebruijk vant Gasthuijs vierdel, wederomme aff ende presentiert sich wijders toe rechte bij soo verre iemants op het voors gasthuijs vierdel iets mochte hebben te pretendieren comen haere saecken naer rechte institueren ende gedenckt
vorderen het voors landt soo lange te gebruijcken ofte te doen gebruijcken ende de geschuttede beesten wederomme daer in te brengen
ter tijt ende soo lange iemants anders als sij het lant voors met rechte wederomme hebben vercreghen, vermits verbott geen inganck van rechte is

Over mogelijk andere landerijen spannen Geert en Jan Hendricksen Voeger zelf een proces aan tegen Hendrik Jan Engbertsen, die in juni 1636 een dagmaat hooiland in Rouveen zou hebben gemaaid. Dit land lag in het zuideinde van Rouveen, aan de oostzijde van de Grift en was eerder door Hillebrant van Dalfsen gebruikt (de laatste wordt inderdaad in 1602 bij het paardengeld onder het zuideinde van Rouveen genoemd, terwijl daar dan ook Johan Engberts woont). Ook betrof het twee akkers waar het land van Jan ten Stapel in 1634 naastgelegen was en dat de Strenck werd genoemd, en daarnaast nog andere percelen die Cornelis van Keppel toendertijd toebehoorden. Heel duidelijk is het allemaal niet.

Hier volgt een voorbeeld van een uitspraak van 11 juli 1639 aangaande het verlopen van een termijn voor het indienen van verweer [standpunt], dit keer verloren door Jan Hendrix Voeger

In saken voor Weled: Gestr: Rotger van Haersolte Schultis tot Hasselt ende Hasseler ambt ongedecidiert [onbeslist] hangende tuschen Cornelis van Keppel Fox, alhier, Anlegger [eiser] ter eener, ende jan Henrixs Voeger verwe[erder]: ter ander sijde.
Posierende [stelt] Anlegger [eiser] Keppel voors: [voorgezegd] dat alsoo den 27 junij Ao: 1639 den termijn was dienende, welcke die Heere Schultis amptshalven geordinierdt [bevolen] ende angestembt hadde, dat die Voegers souden indienen hare deductie [standpunt] tegens den voors: ofte dat in cas [ter zake] van
non exhibiti [niet overleggen] op des comparants Keppels wergegeven deductie [standpunt], vermoegen des comparants requeste [verzoek], ende daer op gedane apostille [waarmerking] in den gerichte vertoont, alleene recht gedaen sal worden; met wijder versoeck, dat die voorbn: Apostille achtervolgt mach worden ende die geexhibierde [overlegde] deductie [standpunt] ad referendum [ter raadpleging] versonden, opdat voors: door dusdanige finistre practiquen [duistere praktijken] niet van sijn recht van losse mach uijtgesloeten worden. Daerbij protestierende dat die onrechtmetige trainieringe van Voegers hem ghensins mach naedelich wesen: alsoo sij met alle devoir [plichten] in liquidatie [afwikkeling] met haer toe treden bereidt is met eisch maeckinge van costen.
Waer tegens Jan Henrixsen Voeger versochte van dese gedingen ende anspraecke sampt daer bij overgelechte requeste [verzoek], die hem behoerlicken ingand van recht is, copiam, ende
terminum ad primam post justitium messium [een copie, en direct eindigend na de uitspraak van de rechter], om alsdan (:vermits daer men erfgenaemen van Sal: Gert Voeger sijn, als hij alleene:) salvis quibus [vanwege hen die in leven zijn] cunge, daer op toe doene, met beding van costen in cas [ter zake] van oppositie.
Gesien die requeste [verzoek] ende marginale apostille [waarmerking] ende relatie des gerichtsdienar sub num 1 Deductie [standpunt] met alle daer geannectierde [aangehechte] documenten sub num 2 ende die prothocollare acten ten weder sijden ten prothocolle gerecessiert [afgesproken] in conformite van den 28 junij Ao: 1639 geteickenden inventaris, ende op alles wel vlijtelick gelettet waer op in desen eenichsins toe letten stonde. Godt ende die Heilige Justitie ten anschou nemende, doende recht (Verclare ick Rotger van Harsolte, Schultis van Hasselt ende Hasselter ampt) voor recht, dat Jan Henrixsen Voeger soo lange ongefundiert is in sijnen eisch van die gevorderde copien [copie], tot der tijt dat hij sijne deductie [standpunt] sal geexsibiert [getoond] hebben. Gelijck hij verclart wordt ongefundiert toe sijn mitsdesen. Voorders wordt geordiniert  dat die voortn: Jan Henrixsen Voeger
cum consortibus [met verwanten] al noch ad primam post justitium messium [direct na de uitspraak van de rechter] peremptorie [onverwijld] sijne deductie [standpunt] tegens Anlegger [eiser] Keppel sal indienen ende dat bij ontstantenisse van sulxs des voortn: Keppels deductie ad referendum [standpunt ter raadpleging] alleene sal versonden worden, mits dat alnoch den voorts: Jan Henrixsen den Anlegger [eiser] nae landtrechte eerst sal betaelen die costen van den 27 junij Ao: 1639 ende daerenboven den termijn van die losse van het erve ten Hoegencamp genoembt den tijt van dit dijlaij [vertraging] geprolongiert [voortgezet] sal wesen. Gelijck hij hier toe gecondemniert [veroordeeld] wordt mits desen. Met den bescheide dan noch, dat Anlegger [eiser] geholden sal sijn van dese peremptore [onheroepelijke] termijn die consorten van jan Henrixsen gerichtlicke insinuatie [bericht] toe doene. Condemnierende den verw[eerder]s: hierenboven noch in die helft van dese beleeringe. Die restierende costen tot uijtdracht ten principael reservierende.

Reden vant gewijsde sijn dese

Eerstlick dat bij d'Apostille [waarmerking] op die requeste [verzoek] van den 18 junij Ao: 1639 constiert, dat partien op den 27 junij simultanie [gezamenlijk] bij deductie [standpunt] sullen indienen. deshalven den Anlegger [eiser] ongeholden was copiam [een copie] toe geven van sijn inbrengen voor ende aleer den verwr: deductie [standpunt] mede ingedient was.
Ende ofwel den 27 junij laestleden den termijn was dat verwr. cum consortibus [en verwanten] haere deductie [standpunt] behoorde nae landtrechte inne toe dienen, daer alle terminen part 1 tit 15 strt 5 peremptoir [onherroepelijk] sijn.
Soo is nochtans clar l. l. dat den Drosten ende Schulten vrij staet die angestelde terminen op versoeck van partien, nae dien het gelegen is, ex officio uijt toe stellen, mits dat die versoeckende partie die daegelickse costen refundiere ende betale.
Weshalven het  gerichte alhier die voorts: prolongatis den xx xx geconsentiert [toegestemd] heeft, omdat die consorten van jan Hendrixsen Voeger met mede die voortn: apostille [waarmerking] geinsinueert [bericht] was, als
ex relatione nuncij ter requeste ad marginem toe sien.
Ende noetsaecklick die mede consorten nae rechten behoorde geinsinuert [bericht] toe worden, opdat die achterbaxs niet moegen verwonnen worden.
Dat des toe meer,
quod probationum facultas non sit coangustanda sed polius amplianda [dat de mogelijkheid tot bewijsvoering niet beperkt maar meer verruimd zij] Gaijl i observat 91 num 7.
Die prolongatie van die losse is daeromme gedaen omdat Anlegger [eiser] door dit uijtstel niet vernaeldeelt moeste sijn.
Die eerste condemnatie [veroordeling] van des daeges costen is gescheedt, omdat verwr: bij tijde gheen uijtstel gesocht ende doet den Anlegger nae landtrechte niet verwittiget heeft. Landtrecht part 1 tit 15 Art 6.
Die andere condemnatie omdat Jan Henrixsen niet paraet [aanwezig] was ende daerenboven copiam [een copie] van des Anleggers deductie [standpunt van de eiser] versochte verder [tot] als hij selfs sijne deductie [standpunt] ingedient hadde. Daer men simultanie [gezamenijk] procedierde ende daer over ordel verwachtede.
Die restierende costen sijn gereserviert omdat die mede consorten [verwanten] die apostille [waarmerking] niet geinsinueert [verwittigd] was.

Ha in hac cansa judicandum censi
[Deze dingen heb ik besloten  te oordelen in deze zaak]

Salvo
[ik groet]
Gerardus Schepping wd

dedus gepronuntieert [uitgesproken] ter presentie van weidersijts partijen coram [in tegenwoordigheid van] Richter Joan Rutger van haersolte coinnote Henrik Blomer ende Gerke Jansen
Keppel bedanckt de sententie [veroordeling]
in piantu pro vd Horst copiam 
Jan henricksen Voeger versocht
copiam et tempo deliberandi [een copie en voldoende tijd om te kunnen overwegen]
Acte 11e July 1639
R: Van Haersolte

In het proces tussen 1639 en 1654 worden circa 14 vonnissen uitgesproken. De documenten beslaan meer dan 100 pagina's, een echt hoofdpijndossier. Waarom het allemaal zo lang duurt en er zoveel processen nodig zijn is vooralsnog nog niet duidelijk, maar van Keppel Fox betaalt in ieder geval niet en Jan Veuger geeft niet vrij. In 1653 lijkt men het procederen moe en is er sprake van een schikking, met hulp van een aantal wijze mannen (referenten). Daarvoor wordt voor Jan Hendrix Veuger een document gemaakt dat in 87 artikelen een overzicht geeft. Uiteraard is dit alleen zijn visie. Het woord straffe voor moet hierin worden opgevat eis van.

Exhibit [getoont] 23 junij 1653, R: van Haersolte

Straffe voor Jan Henrickx veuger ende consorten voor haer selven ende in qualité als cessionarisen [executeurs testamentaires] van sall: Jan Wolters erfgenamen, panteijscheren
op ende tegens
Cornelijs van Keppell, pantweerder

Heer Hooch Scholtis

1. Panteijscheren sijn bedroift dat sij soo veel processen om te geraecken tot haer deugdelijcke coopenn: moeten bekostigen. 2. De pantweerder is well een ongeluckich koopman voor haer luiden geweest. 3. Want het waer haer well twie duisent ggl weert geweest, dat sij noijt met den selven hadden gecontractteert gehadt. 4. Door dien sij door des pantweerders menichvuldige processen worden geruineert. 5. Dominus judicabit [God zal oordelen]. 6. Panteijsseren hadden Anno 1631 opt erve den hogenkamp betaelt 2714 ggl 21 st. 7. Wellicke penningen pantweerder des tijden beloofde aen panteijscheren te restitueeren en 200 gl voor de overdoeninge van de coop. 8. En daer en boven toe betalen aen Jan Wolters de resterende cooppenningen tot 5000 ggl ende 4 rosenobelen. 9. Maer wat genieten panteisscheren? in plaets van gelt, blasphemien. 10. In plaets van eerlijcke voldoeninge schommatike lasterongen. 11. Panteijsseren hebben rechtveerdich ende inderdaet van Keppell niet ander genooten als hondert en drientachtentigh ggl 16 st: ende 585 ggl vant Gasthuis vierendeell. 12. Daertegens hebben sij well twieduisent gl t' sedert Jaer 1635 sijnde nu 18 jaren, om te geraecken tot haer deuchdelijcke cooppenn: verlopen, versuimt, ende te onkoste gedaen. 13. Hebben daer over moeten verwachten dertijn off veertijn sententien. 14. Aldus worden panteijsscheren ommegeleijt. 15. Versoecken nochmaels onvertogene administratien van justitie. 16. Keppell gebruijckt het erve den hogenkamp sonder cooppenn: daer voor te geven. 17. Het halve veene van den hogenkamp holt hij oock aen hem, soo dat panteijsscheren t' sedert jaer 1645 de weerdie van een peninck daervan niet hebben konnen genieten. 18. De twie acker lants op Rouveen genoemt de strenge heeft keppell oock nae hem getrocken. 19. Van de duisent vijffentwintich ggl capitaell opt erve den hogenkamp bij panteijscheren gekost, heeft keppell noijt een stuiver voor intresse aen haer luiden betaelt. 20. Waer uijt men kan oordelen hoe grootlijcke keppell de panteijsscheren verongelijckt. 21. Dewijle dan panteijscheren bij desen mede ageren als cessionarisen van de erfgenamen van Jan Wolters. 22. Die berechtiget sijn tot de 5000 ggl cooppenn: ende vier rosenobelen. 23. Waeraen gedecalceert [afgetrokken] moeten worden 3800 ggl en t' ransoen gelt waervoor keppell het voorschreven erve weder heeft ingelost ende bij voorgaende sententien op zijn calculatien sijn gestelt. 24. Soo dat keppell noch moet betalen 1090 ggl 24 st als overige cooppenn: met de intresse t' sedert Meij Anno 1636. 25. Sijnde de tijt dat Jan Wolters 't erve de hogenkamp heeft verlaten, ende de vacua possessie [als leeg bezit] van dien keppell heeft open gestaen. 26. Door wiens wanbetalonge ende gebreck van gelt alle dese schade, kosten ende moeijte is veroorsaeckt. 27. De hij merito ende nae vereijsch van justitie schuldich ende gehouden is te boeten ende te vergoeden. 28. Om int korte te straffen de ingekomene redenen van pantkeeronge. 29. Daerop wort geseit dat men niet nodich acht in specie alle de contenten aent te trecken. 30. De impertinentien daerinne voorgestelt, daerover sullen de heeren referenten oordelen. 31. De verweerder heeft daerinnen voor genomen calumniare audacter semper aliquid haret [van brutale belasteren blijft altijd iets hangen] . 32. De vuilicheeden ende schommaticke lasterongen sullen den calumniant [lasteraar] selven besoetelen. 33. Gelijck hij vuil ende vals seit art. 43. dat de schribent van de overgegevene pantklachten schaempte ende eedt de kop affgebeten heeft. 34. Het is een verfuijlijke [verfoeilijke] onbeschaemtheit ende een groote godtloosheijt, de advocaet van partie advers [tegenpartij] alsoo toe lasteren. 35. De verweerder kan met soo danige eerrorige ende vuile lasterongen sijn quade saecke niet goet maecken. 36. Het gebeurt veeltijds dat de geene soo het manqueert aen recht ende gerechtigheit, met calumnien ende lasterongen ende eerdieverije voor komen. 37. De verw:r annecteert sijn redenen van pantkeronge de menichvuilge sententien. 38. Sijnde verw:r daer van een oorsaecke dat hij deze saecke soo embrullieert. 39. Ende de panteijsscheren sullicke merkelijcke schaede aenbrenget, niet kunnende geraecken tot haer derichtdelijkce affterweesen. 40. Panteijscheren verwerpen de impertinente acten van consigneeren van eenige gelt, soo verw:r bij sijn redenen van pantkeronge bijvoucht. 41. Ende de calculatien, soo hij daerbij voorstelt, sijn oock vals ende onrechtelijck: soo dat selve int minste niet worden aengenomen. 42. Soo dane acten sijn oock geteickent afterbacks sonder panteijscheren te bevoerens te insinueeren ofte eenige wete te doen. 43. Verw:r heeft an panteijsscheren noit een stuiver vant' geene hij aen haer schuildich is geoffereert. 44. Veellmin dat sij weijgerich geweest sijn pens: van de verw:r te ontfangen. 45. Soo dat de inpertinente ende versierde acten van consignatie de panteijscheren int minste niet toucheeren. 46. Waeruit niet een doit tot profijt van panteisscheren is gekomen. 47. Indien de verweerder eenige penn: op hoijlanden liggende soo tot het erve den hogenkamp gehooren, heeft affgelost. 48. T' selve was hij gehouden te doene uijt de 1325 ggl. daer de hogenkamp mede was beswaert. 49. Wellicke 1325 ggl: hem bij alle voorgaende sententien sijn goet gedaen ende gedecalceert aen de cooppenn: 50. Soo dat des verweerders opgeraepte nieuwichheeden niet anders als dubaelllichten sijn. 51. Om de referenten indien het doenlijck ware te abuseeren [misleiden]. 52. Panteijsscheren beklagen haer tot de H. justitie. 53. Bidden ende versoucken, de bekende Heeren referenten Geluick ende Lipperus. 54.  Als gedelegeerde richters, daer panteijsscheren heell well in geruist sijn. 55. Dat sij eens meugen gereddet worden uijt dit labirinth. 56. Ende dat haer sonder restrictien ofte reserven meuge worden geadjudiceert, daertoe sij deuchdelijck sijn berechtiget. 57. Ende dat deninae sulcx oock meuge ter executie gestelt worden. 58. Verw:r geeft voor, in sijn overgegevene redenen van pantkeronge. 59. Dat hij met de panteijsscheren will liquideeren. 60. Dit is het middell daermede hij de panteijsscheren nu achtijn jaeren heeft slepende gehouden. 61. Ende sall well duiren in eewigheit, indien hijr te lande geen recht off justitie geadministreert [gedaan] sall worden. 62. Verw:r besit het erve den hogenkamp. 63. Waervoor hij solde betalen 5000 ggl: ende 4 rosenobelen. 64. Panteijscheren hebben voor haer selven ende als cessionarisen van Jan Wolters, daervoor effective, gelijck hijr vooreens geseijt is, noyt meer genooten als 183 gll 16 st ende 585 ggl vant Gasthuis vierendeell. 65. In de overgegevene paritie van sententie [verschenen vonnis] is geseijt: oock inderdaet waerafftich ende bij de verw:r niet ontkent. 66. Dat verw:r Keppell het halve veene van den hogenkamp nae hem heeft getrocken ende t' sedert Martini Anno 1643 het gebruick van dien geincorporeert ende genooten. 67. Uit de possessie van de twie ackeren lants op Rouveen heeft hij panteijsscheren met sub ende ob reptitie apostillen [gerechtelijke bekrachtiging] onrechtelijcken gestooten. 68. Van de rente van de 1025 ggl op den hogenkamp heeft hij aen haer luiden noeit een stuiver betaelt. 69. Het is buiten alle reproche dat panteijsscheren sijn berechtigheit uijt den hoofde van Jan Wolters tot 1090 ggl 24 st overige cooppenn: sampt intresse. 70. Uijt kracht van cessie in dato 30 Decemb 1650 de paritie van sententie sub F geannecteert. 71. Het is kennelijck dat de cooppenn: sijn 5000 ggl: ende 4 rosenobelen. 72. Daerop in alle voorgaende sententien op keppels rekenonge is gestelt 3800 ggl ende het ransoen gelt. 73. Keppell is schuldich de intresse van de overige penningen t'sedert Meij 1636. 74. Sijnde de tijt dat Jan Wolters de possessie vant erve den hogenkamp heeft verlaten ende aen keppell open gestaen. 75. Ende bij keppell den 19 November Anno 1635 daer voor belooft 6800 ggl: 76. De intresse moet genoemen worden tegens ses ende een quart p cento: gelijck des verw:rs intressen oock sijn gekalculeert. 77. Panteijsscheren bedancken well de sententie den 10 Octob. Anno 1652 lestleeden gepronuntieert [uitgesproken]. 78. Maer versoucken dat de heeren referenten geen haecken off oogen, reserven off restrictien daerinne believen te laten. 79. Doende recht tusschen partien definitive. 80. Ende rotunde verklarende voor hoeveell de gedaene pandonge sall worden gestarket ende het gepande sall zijn executabell. 81. Met overmalich verbodt, datt hij keppell de panteijsscheren het halve veene van den hogenkamp ende de twie ackeren op Rouveen vrij ende onbespyrt sall laeten gebruicken. 82. Opdat eenmael dese processen een einde meugen hebben. 83. Verwerpende de panteijsscheren overmaels bij impertinentie de meerdere contenten van de ingekomene redenen van pantkeronge. 84. Ende wort versocht dat behoorlijck reguart meuge genomen worden op de kosten. 85. Die altoemael sijn veroorsaeckt door wanbetalonge van den verw:r keppell

Over desen allen oordeelt ende decisie verwachtende.
Etiam ex judicis officio nobili.
Jdg. omni meliori modo
T. Telvoren Dz

86. Met speciale rejectie van des verw:rs valse ende versierde calculatien ende impertinente achterbackxse acten van consignatie. 87. Waeruijt panteijsscheren noeijt heller off peninck hebben ontfangen.

Het is niet helemaal zeker of Jan en Geert Veuger ooit zelf op de Hogenkamp hebben gewoond. Zij kunnen het gebruik ook wel weer verpacht hebben. Enig vermogen hadden ze wel, ten eerste om het in 1629 te kopen, en ten tweede om zo lang te procederen. Vergelijk de genoemde bedragen met een jaarinkomen van een timmerman van zo'n 350 ggl. In ieder geval zal de Hogenkamp uiteindelijk in 1654 definitief ten gunste van Keppel Fox verlaten zijn. In het register van het vuurstedengeld van Vollenhoven wordt in 1682 gemeld dat de erfgenamen Keppel Fox één van de twee eigenaren van de Hogenkamp zijn, met pachter Claas Willems.

Toch zal 1653 een keerpunt zijn geweest. Mogelijk dat de zonen van Jan Hendrix Veuger, ook weer Jan en Geert, elders een nieuwe start hebben gemaakt, terwijl Jan zelf zijn dagen in Staphorst sleet en daar in 1665 overleed.