Samenvatting

Jan Hendrix Veuger (Voeger) <0-1> , geboren voor 1600, overleed 7.8.1665 in Staphorst, wonende num.38 zuijd (Jan Hendrix veuger, no 38 zuijd, is den 7 aug 1665 christelick in den Heere ontslapen, overleden kerkleden Staphorst 1658-1671 [zie ook de gescande DTB van Staphorst] ), tr. Jantje Herms (Achthoeven, 38 zuid: Jan Hendricksen Voeger & Jantjen Herms sijn h[uisvrouw], lidmatenboek Staphorst ca 1658; de naam van Jan is doorgestreept, er is toegevoegd obijt 1665, 7 Aug:)

Kinderen (onzeker of de moeder Jantje Herms is)

  1. Geert Jansz Veuger <I-1>, geb. ~1620
     
  2. Jan Jansz Veuger <I-2>, geb. ~1620
     

Jan Hendrix Veuger (of Voeger) overleed op 7 augustus 1665 in Staphorst in het huis 38 zuid. Dat is blijkens het lidmatenboek rond 1658 in Achthoeven en wel het meest oostelijke huis aan de dijk in dat deel (nu bij hotel Waanders naast de A28). Rond 1634 blijkt in dat deel van Achthoeven en mogelijk op hetzelfde erf, Geert Voeger te wonen. Jan Veuger wordt dan niet genoemd. In de pagina over Achthoeven en de Achthoevenslag wordt daar door Marco Buitenhuis dieper op ingegaan.

In 1659 maakt de predikant van Staphorst een lijst met eerdere diakenen voorzover hij dat uit oude papieren kon opmaken. Hij noemt in 1631 Jan Hendrix en daarbij num 38 zuid. Het is waarschijnlijk dat hij doelde op de woning van Jan Hendrix Veuger in 1659, die kende hij immers. Maar het leidt geen twijfel dat Jan in 1631 diaken was in Staphorst. Een diaken is belast met de armenzorg, wordt benoemd voor een periode van twee jaar en maakt deel uit van het kerkbestuur. Een diaken zal zelf niet geheel onbemiddeld zijn geweest, en het vertrouwen moeten hebben van de gemeente en er ook wonen. Jan Veuger wordt echter op de lijst landeigenaren van Staphorst en Rouveen uit die tijd niet genoemd. Dat is opmerkelijk, hij was toen wel eigenaar van een erf op de Hogenkamp.

Geert Hendrix Voeger lijkt door het patroniem een waarschijnlijke broer van Jan Hendrix Voeger. Tussen 1629 en 1636 worden ze enkele malen samen genoemd bij de aan- en verkoop, en de strubbelingen en processen daarbij, van het erve de Hogenkamp onder IJhorst. In 1639 wordt er gesproken over saliger Geert Hendrix Veuger, en hij is dus tussen 1636 en 1639 overleden. Een probleem is echter dat er ook een keer Geert henrix ende Jan Henrix sijn swaeger wordt geschreven. Als we dat in hedendaagse zin opvatten dan zou ofwel Geert of Jan met de zuster van de ander getrouwd zijn, en ook nog haar familienaam overgenomen hebben. Anderzins wordt swaeger ook wel heel algemeen als (aangetrouwde) 'verwante' gebruikt. Het zou ook kunnen zijn dat een van beide een zoon is uit een eerder huwelijk van de moeder van de ander en dat zowel patroniem als familienaam van van Hendrik zijn overgenomen. Minder kansrijk lijkt de optie dat ze verschillende moeders zouden hebben. Naaste verwanten waren ze in ieder geval wel, want Jan treedt in 1639 op namens de mede-erfgenamen van Geert. Hij is blijkbaar zelf ook erfgenaam (bijvoorbeeld via moeders erfdeel). Waarschijnlijk van de akker en huis in Achthoeven. Dan is hij daar na 1639 gaan wonen (en er in 1665 overleden), wat verklaart dat hij er in 1634 niet genoemd wordt (en dus elders woonde, maar wel in Staphorst want er is ook sprake van Jan Henrixsz van Staphorst).

Vooralsnog voeren we hier, gezien het gezamenlijk optrekken en het gelijke patroniem, Jan en Geert Henrixsz Veuger als (half)broers op, met ofwel dezelfde vader, ofwel dezelfde moeder.

Het is verder interessant dat in deze tijd de namen Voeger en Veuger door elkaar gebruikt lijken te worden. Het dragen van een familienaam was in die tijd toch nog wel vrij zeldzaam, zeker in Noord-Nederland. Omdat zowel Jan als Geert de familienaam dragen, is de kans groot dat die op zijn minst terug te voeren is op hun vader Hendrik Voeger/Veuger. Een klankovergang van oe naar eu is wel denkbaar (vlg o -> eu in roven -> reuven, en ook van o naar oe, hoger -> hoeger). Dan is de familienaam Voeger op te vatten als iemand die voegt, waarbij voegen dan mogelijk als 'schikken' moet worden opgevat, 'iemand die schikt' of zich aansluit (voegt) bij een procederende partij. In die zin is het wel opvallend dat Jan Hendrixsz Veuger in de gevoerde processen vaak optreedt voor een groep anderen, ofwel als niet direct betrokken buitenstaander, als intervenient (hij die tussen beide komt), of als betrokkene cum suis (met de zijnen). Zie ook een aantal andere speculaties over de familienaam.

In een overzicht van belasting op dieren uit 1602 (het paardengeld) in Staphorst, Rouveen en IJhorst, komt de naam Voeger/Veuger niet voor. De voornaam Hendrik uiteraard wel, maar dat zegt weinig.

De processen over de Hogenkamp namen een einde in 1653. Dat was mogelijk een keerpunt in het leven van Jan Hendrixsz Veuger. Zijn zonen, weer Jan en Geert, hebben waarschijnlijk in Hoogeveen als verveners een nieuwe start gemaakt, terwijl hij zijn dagen tot 1665 in Staphorst sleet. Die basis in Staphorst zien we nog in:

  • het trouwen in 1669 in Staphorst van Peter Geerts [Veuger] met Claesien Arents - hij uit 't Hogeveen, zij uit Staphorst,
  • het trouwen van Hendrik Jans Veuger uit Staphorst met Marregien Andries in Kolderveen in 1677,
  • en de vermelding van Grietje Jans Veugart van Staphorst in 1696

Er zijn weliswaar geen documenten die expliciet aantonen dat Jan Hendrix de kinderen Geert en Jan had, maar dit lijkt een zeer bruikbare hypothese, ook gezien de naam van zijn (half)broer, Geert. Dat ook Aaltje Jansz en Grietje Jans zijn kinderen zijn, lijkt op grond van leeftijden niet zo waarschijnlijk. Ze worden hier opgevoerd als kinderen van Jan Jansz Veuger.

Henk Elsinga, voordat de gegevens rond Staphorst bekend waren: Mogelijk behoorde Geert Jansz Veuger tot de pioniers, welke zich vanaf 1626 vestigden in het gebied tussen Hoogeveen en Meppel, waar Jonkheer Roelof van Echten met zijn Algemene Compagnie van 5000 Morgen een vaarweg aanlegde om de Echtener Venen te ontsluiten. Deze "schipvaart", genaamd Echtener Grifte, was nodig om de turf te kunnen afvoeren. De voorbereiding en uitvoering van dit omvangrijke waterbouwkundige werk trokken niet alleen mensen aan uit de directe omgeving, maar ook uit verderaf gelegen gebieden, zoals Duitsland. Nadat de vaart met zijn 11 sluizen gereed was, verdiende het gros van de mensen in deze streek zijn brood met het produceren en verschepen van turf, waardoor ook handel en nering zich mede konden ontplooien en boeren en handwerkslieden hun producten konden afzetten.