Vrijmetselaar

volgende  


Hendricus Veuger trad in Amsterdam, op voordracht van J.A. Santink, op 22 januari 1816 toe tot de vrijmetselaarsloge "La Paix" (opgericht in 1755 uit de eerste Amsterdamse loge "De la Paix", die als tweede Nederlandse loge in 1735 werd gestart). Hij wordt in de notulen van La Paix beschreven als 'H. Veuger, oud 30 jaren, wonende op de Haarlemmerdijk nr. 327 te Amsterdam, commissionair en geboortig van Meppelt'. De vader van Jan Arend Santink, Roelof Santink was in 1767 poorter van Amsterdam geworden, en was afkomstig uit Kolderveen bij Meppel. Mogelijk dat Jan Arend en Hendricus elkaar via de ouders als oud-streekgenoten kende, want Hendricus werd pas in 1786 geboren. Jan Arend Santink woonde bij zijn huwelijk in 1792 op de Brouwersgracht bij de Heerenmarkt, terwijl Hendricus aan die markt in 1805 zijn eerste kamer vond. Wellicht niet toevallig allemaal.

Op 4 december 1816 kon Hendricus niet ingewijd worden omdat hij niet in de stad was, en werd hij op 15 december 1816 werd hij in één keer 'bij communicatie' (bij briefwisseling) ingewijd als Leerling, Gezel en Meester, zonder de gebruikelijke afzonderlijke ceremoniën. Dat werd ook wel als een aanstaand Broeder op het punt stond naar het buitenland te vertrekken. Als Broeder kon hij daar dan een welkom vinden in andere loges. Hendricus komt pas twee maanden later op de presentielijst van "La Paix" voor, op 5 februari 1817. Ook later blijkt hij regelmatig "overzee" te zijn. Ondanks dat verblijf in het buitenland, vervult Hendricus al snel en voortdurend bestuursfuncties in de loge: op 8 april 1817 wordt hij hofmeester, op 7 februari 1819 2e aalmoezenier, op 2 februari 1820 2e ceremoniemeester, en op 22 februari 1821 weer hofmeester (nadat hij op 31 augustus 1820 had bedankt als lid, maar dat werd niet aanvaard omdat bestuurders hun jaar moesten volmaken). In de tussentijd heeft Hendricus zich op 15 januari 1821 weer bedacht want op 10 oktober 1821 wordt hij ingewijd in hogere graden, tot en met die van de Rozenkruisers. Op 3 augustus 1822 vraagt hij echter per brief de loge te mogen verlaten. Dat wordt vooreerst geweigerd omdat bestuurderen dat niet tussentijds mogen. Het volgend jaar wordt het ontslag geëffectueerd. [archieven van "La Paix" die in het Cultureel Maçonniek Centrum "Prins Frederik" in Den Haag worden bewaard, inv. nr. 39.3; informatie via Andréa Kroon, zie onder; iets meer detail dan zij geeft P.Dekker (2004), "Een 'gulden snede'", p462-466]

Een indruk van de achtergronden en de werkwijze van een vrijmetselaarsloge in die tijd kan gevonden worden in de geschiedenis van de vrijwel gelijk opgerichte Amsterdamse zusterloge "La Bien Aimée" (in 1754 eveneens opgericht uit "De la Paix") die beschreven staat op het internet. Ze is waarschijnlijk vergelijkbaar met die van "La Paix". Een loge bestond uit 40 tot 80 leden, vooral kooplieden, intellectuelen en kunstenaars. Aan het einde van de 18e eeuw voelden patriotten er zich thuis, maar in de loop van de 19e eeuw blijkt uit het grootmeesterschap van prins Frederik een meer koningsgezinde houding. Hoe dan ook, Hendricus had als alleenstaand jong koopman, in 1816 was hij dertig jaar, duidelijk ambities om tot een groep te behoren waarin hij zich opgenomen kon voelen en waarin hij zich geestelijk kon ontwikkelen. Bovendien was in 1815 een einde gekomen aan de Franse tijd, en kon de handel zich weer ontwikkelen. Er waren kansen, en die zal hij hebben willen grijpen. 

 

volgende