Vrijmetselaar 2

vorige | volgende  


Certificaten

Hieronder staat het certificaat van de meestergraad van Hendricus Veuger (dit document is inmiddels in bewaring bij het C.M.C.)
Op 15 december 1816 kreeg Hendricus Veuger op 30 jarige leeftijd na inwijding 
tot Meester dit certificaat. Met zo'n certificaat kon hij zich in andere loges kenbaar 
maken als vrijmetselaar. 
(Er staat 15-10-5816. In de door vrijmetselaars gehanteerde tijdrekening komt 
1-1-5816 komt overeen met 1 maart 1816).

Op 10 oktober 1821 kreeg Hendricus nog een certificaat van aanvullende hogere graden, waarin zijn verdiensten stonden opgesomd in latijnse tekst, eronder in vertaling (van voor de 2e wereldoorlog van de dokter in St-Maartensbrug):

Aan den Overwinnaar zal ik een wit steentje geven en op dat steentje een nieuwen naam schrijven, dien niemand kent, behalve hij, die het ontvangt!

Met den hoogsten eerbied en vereering jegens den allerhoogste Schepper den geheele wereld de eenige en meest volmaakte Bron des lichts!!

Van een uitermate verheven plaats en machtig door sterke krachten, waar deugd en vrede heerschappij voeren, bedrog, sluwheid, leugenachtigheid en smadelijke bejegenigen beteugeld worden.
Wij, Meester en Grootwaardigheidsbeklederes van het geheiligde hoofd der hoogere rangen in het genootschap der Vrijmetselaren in de machtige en voor ons vorstelijke kunst, op gezag van het hoogste hoofd der hoogere rangen in het Koninkrijk Holland, zoo verdienstelijke stad Amsterdam.

Door het heilige en volmaakte getal!!!

Nademaal onze dierbare broeder Hendricus Veuger (gebooren te Meppel in het jaar 1786, van stand en beroep koopman, wiens handtekening, om bedrog te voorkomen, in de kantlijn te zien is), - van ons, allen hoofden en broeders, die op de juiste wijze deelgenoot geworden zijn van het hoogste licht, een getuigschrift verzocht heeft, dat hij op de gewone en wettige wijze aangenomen is en ingewijd in de hoogere rangen,  - staat de zaak zoo, dat wij, aan dat billijk verzoek voldoende, door dit geschrift bepalen en openbaar maken, dat bovengenoemde broeder, zoodra wij hem erkend hadden als Meester Metselaar, en hij zijn vorderingen en zijn opgewektheid in onze kunst getoont had, aangenomen en ingewijd is in de orde van den Uitverkoren Meester, vervolgens in ander geheimen van de orden der Schotten of van de Ridders van St Andreas, voorts in de orde van den Ridder van het Zwaard van het Oosten en eindelijk in de meer verheven mysteriën van de orde van den Vorst van de Roos des Kruises.

Wij vragen, daar wij ook het belang der zaak op het oog hebben dat alle hoofden en broeders, verspreid over de oppervlakte der geheel wereld, diens broeder Hendricus Veuger, als zoodanig willen erkennen, hem toelaten tot hun werken en hem, zooals onze plichten het voorschrijven, met raad en daad bijstaan en eindelijk zorgen, dat hij alle voorrechten, rechten en uitnemendheden geniet, die reeds van oudsher aan deze orden verbonden zijn, en waaraan hij rechtens en wettelijk deel heeft.

In het vertrouwen op dit alles hebben wij, Meester en Grootwaardigheidsbekleders, dit diploma afgegeven, onderteekend met onze handtekening en bekrachtigd met den groote zegels, ja zelfs met het eigen zegel van ons Hoofd.
 
Gegeven te Amsterdam, den 10den October van het jaar des grooten lichts 5821, gewone jaartelling 1821

Ch. Hagen - Meester    N.J.Grijp - Eerste Wachter
H. Rogge - Kanselier   J.C. Oostmeijer - Plaatsvervanger

                              H. Veuger


De genoemde hoge graden stammen uit het Nederlandse stelsel zoals dat gehanteerd werd in de periode 1803-1854. Het zijn de vier graden die volgen op de drie Sympolieken graden van Leerling, Gezel en Meester: Uitverkoren Meester (ELU-graad), Schots Meester en Ridder van St. Andries (Ecossais-graden), Ridder van de Degen van het Oosten (d'Epée-graad), Prins van het Rozekruis (Rose-Croix-graad).

vorige | volgende