Samenvatting

Hendrik Geerts Veuger <IV-2>, schipper, was een zoon van Geert Hendriks Veuger <III-2> en Jantje Alberts Knapper, ged. Hoogeveen 18.10.1711 (w.s., geen naam in doopboek), begr. Hoogeveen 1.2.1792, tr. Aaltien Jans van Hesselinge(n) (ook (van) Hesselen) ~1735, do. van Jan Geerts en Hillegien Jans, ged. 1.4.1714, do. van Jan Geerts van Hesselinge en Hillegien Jans, lidmaat 25.12.1734. 7 kinderen.

Op 16.2.1736 deelt Hendrik Feugers mee in de boedel van zijn in 1730 overleden schoonvader Jan Geerts van Hesselinge.

Na het overlijden van zijn zuster Hendrikje (getrouwd met Klaas Reynders) wordt Henrik Geerts Veuger op 5.1.1743 tot hoofdmomber benoemd over haar dochter Aaltien Claas (MP 358.02.080). Op  9.1.1756 rekent hij als hoofdmomber af met zijn zwager Klaas Reynders en diens kind inzake de nalatenschap van wijlen zijn vader Geert Veuger. Op 26.1.1767 is de eindafrekening wanneer Aaltien Claas trouwt met Remmelt Leunge (M.P. E.Hgv 35802 fol 179)

Op 3.2.1763 wordt Hendrik Veuger tot medemomber benoemd over de 3 onmondige kinderen van wijlen zijn zwager Jan Jans Smit alias Troost en Grietjen Jans (van Hesselinge); op 6.6.1770 treedt Hendrik Veuger nog op als getuige bij het hertrouwen van Jan Jans Smit Junior (=n van de pupillen, welke intussen reeds meerderjarig is).

Hij wordt voor het haardstedengeld in het Zuidwoldiger Hoogeveen belast voor .4-0-0 in 1742 (Zuijtwolinger Rot), 1754 (Westerse rot), 1764 (Wester rot, een praam), 1774 (Wester rot, heeft een praam), 1784 (Wester rot, Een praam). Hij was dus een veenpraamschipper.