Onderzoeksuggesties

  1. Fonologische zwaarte, frasering en disambiguering van betrekkelijke bijzin-aanhechting
    Zie een uitgebreidere beschrijving. Er is een referentie naar het paper van Frank Wijnen (2004) The implicit prosody of Jabberwocky and the Relative Clause Attachment Riddle

  2. Prosodie van nieuwslezers
    Er is vaak kritiek op het spreken van nieuwslezers. Afgezien van versprekingen zou in het bijzonder de prosodie vaak zwak zijn. In een onderzoekje van Eva Strangert (Umea, Zweden) vond die een tamelijk afwijkend prosodisch patroon, met relatief langere pauzes voor belangrijke nieuwe informatie (alhoewel de totale pauze tijd kort was - tijd is geld -) voor één nieuwslezer. Dat is wat beperkt, en wellicht specifiek voor het Zweeds. Laten we dit prosodisch gedrag voor een aantal Nederlandse TV nieuwslezers onderzoeken. Kun je ook een perceptief experiment bedenken waarin het effect van een bepaald pauzegedrag wordt onderzocht?
     
  3. Leeftijd en klank
    Kunnen we de leeftijd van iemand uit de klank van de stem afleiden? En zo ja, op welke akoestische eigenschappen is dat dan gebaseerd?
     
  4. Veranderde spraakgewoonten
    Waarom klinkt spraak uit oudere opnamen gedateerd? Is dat statige prosodie, preciesere articulatie, langzamer spreken, de woordkeus? Of ligt het aan de opnametechniek en de ruis? Zoek en vergelijk opnamen per periode van 10 jaar, en laat ook luisteraars beoordelen uit welke periode een opname stamt (en waarom).
     
  5. Herkomsttaal
    Kies een taal (dialect) en onderzoek hoe bepaalde elementen uit die taal terug komen wanneer Algemeen Nederlands wordt gesproken. Kan een luisteraar aan de hand van een fragment een inschatting geven wat de moedertaal (dialect) is? Hoe goed kennen we de eigenschappen van een niet-moedertaal eigenlijk?
     
  6. Imitatie
    Wat zijn de eigenschappen van een geslaagde imitatie, welke eigenschappen van een persoon - taalgebruik en/of klank - worden daarvoor gebruikt (en uitvergroot)?