13 Hypothesen over het zingen opgesteld door Cora Canne Meijer

1. Opdracht tot klankgeven zet alle betreffende spieren in beweging:

- inademing
- ademdruk
- stembandinstelling
- articulatie

2. EfficiŽncy van de toonproductie hangt af van de precisie van de innerlijke opdracht.

3. Van nature is een goed gecoŲrdineerd "antwoord" op die innerlijke opdracht te verwachten mits eventuele blokkades, hinderpalen en remmingen zijn geŽlimieerd.

4. Een bepaalde toon kan alleen maar tot stand komen wanneer hij eerst gehoord is met het innerlijke oor. Behalve de precieze toonhoogte kunnen we daaraan ook nog andere eisen stellen zoals: "Helder en Vrij".

5. De reproductie van wat we voelden tijdens het klankgeven, dus wat we ons herinneren (en/of van wat ons gezegd wordt te moeten voelen) kan nooit zo precies gebeuren als de handeling (het klankgeven) oorspronkelijk was. We voelen maar deeltjes van dat totaal en zijn dus niet in staat het totaal middels voelen "na te doen".

6. Men kan geen geluidstrillingen sturen. Er bestaat niet zoiets als een klankstraal.

7. Het "reproduceren" van een trillingsgevoel leidt tot andere spierspanningen dan die welke nodig waren voor de juiste (= goed gecoŲrdineerde) toongeving die dat trillingsgevoel veroorzaakte. M.a.w. oorzaak en gevolg moeten niet omgedraaid worden.

8. We horen onszelf niet zoals anderen, maar we kunnen onszelf wŤl horen en ook leren horen wat juist of onjuist is aan onze klank.

9. Om een klinker te vormen spannen zich automatisch de betreffende spieren in de mond-keelholte (tong, gehemelte, lippen). Nabootsing van de juiste klinkeruitspraak via gehoor leidt tot de juiste spieractie.

10. Het tempo van een te zingen frase kunnen we sneller denken dan voelen.

11. Als we de duur van een te zingen frase hebben leren kennen nemen we, zodra we het plan hebben opgevat die zin te zingen, automatisch de juiste hoeveelheid adem en stelt het lichaam zich daarop automatisch in. Meer of minder efficiŽnt, afhankelijk wederom van de eis "Zuiverheid, luidheid, verstaanbaarheid, vrijheid en muzikale frasering" daaraan gesteld.

12. Het willen geven van expressie veroorzaakt automatisch een impuls die leidt tot de daartoe benodigde acties.

13. De intentie waarmee iets gezongen wordt veroorzaakt de kleuring van de stem.