Hans Anten

  VOOR EEN NEDERLANDSE CANON

***

In het volle besef dat ‘de canon’ een subjectief en diffuus begrip is waarop tal van sociale en temporele restricties van toepassing zijn, en wetend dat programma’s met royale titels als ‘Dit zijn de vijftig boeken die iedereen gelezen moet hebben’ niet geheel ten onrechte gelaakt worden om hun wereldvreemd idealisme, onderschrijf ik de stelling krachtig dat Nederland gebaat zou zijn bij een canon.

Ik laat de oorzaken onbesproken van het gegeven dat onmiskenbaar een evidentie geworden is: ook in een universitaire ambiance hebben veel studenten een onthutsend lacuneuze kennis van ons historisch, politiek en cultureel erfgoed in de ruimste zin van het woord. Dat velen thans wèl beschikken over bewonderenswaardige wijsheden en vooral vaardigheden in de context van velerlei hedendaagse verschijnselen, laat onverlet dat niet alleen kennis van markante momenten en manifestaties uit een ver en meer nabij verleden, maar ook uit een relatief recente periode dikwijls zeer te wensen overlaat, ook bij hen van wie je anders mag en moet verwachten.

Als bekend draagt inzicht in het verleden er aanzienlijk toe bij het heden te begrijpen en perspectieven voor de toekomst te zien. Ieder initiatief dat ergens tussen verplichting en vrijblijvendheid zijn beslag krijgt en vanaf de basisschool de noodzaak van die kennis op enigerlei wijze (weer) onder de aandacht brengt, verdient onvoorwaardelijke steun. Wellicht breekt dan de tijd weer aan dat op een college bijvoorbeeld de naoorlogse ‘doorbraak’ niet verward wordt met de gruwelijke watersnoodramp die Zeeland in 1945 trof...

Uit: Nednummer 10 (2005), nr. 2

Terug naar homepage Hans Anten