De Toren van Babel — huiswerk bij college 02

  1. Waarom vertonen het Spaans en het Quecha in Equador dezelfde geografische variatie?
  2. Zijn talen met gelijke typologische kenmerken ook altijd genealogisch verwant? En omgekeerd? Waarom wel of niet?
  3. Noem tenminste 3 Nederlandse woorden die geagglutineerd zijn uit morfemen.
  4. Noem tenminste 3 Nederlandse geïnflecteerde woorden, die een flectie-morfeem bevatten met meerdere betekenissen.
  5. Vergelijk de cognate woorden:
    Nederlandsduimduin
    DuitsDaumenDüne
    Welk Duits cognaat voor duin zou je eigenlijk verwachten, op grond van het rijtje op p.24 van de reader? Geef een mogelijke verklaring voor deze uitzondering.
  6. Bepaal de synthese-index van de volgende Nederlandse zinnen:
    1. De jongens zagen een bankje.
    2. Ik hou van jou.
    3. Kom hier!
    4. Uw naam worde geheiligd.

2002.09.18 HQ