Kennis Letteren en Maatschappij

2003-2004, blok 4, groep Quené


Nieuws | Praktisch | Toetsing | Draaiboek | Opdrachten | Begrippenlijst | Wat nu?


Nieuws

  1. [2004.06.28] Meer cijfers zijn beschikbaar: opdrachten en toetsen.
  2. [2004.06.27] De herkansing van de eerste en de tweede toets zal plaatsvinden a.s. donderdag 1 juli, 9:00 tot 12:00u, Drift 21, zaal 1.05. Deze toets is bedoeld voor wie de eerste toets gemist heeft (1 student), de tweede toets gemist heeft (1 andere student), en voor wie onvoldoende punten heeft behaald tot zover. (Mijn beoordeling van de tweede toets volgt hopelijk vanavond of morgen.) Bereid je net zo voor als voor de tweede toets, volgens de aanwijzingen hieronder. Bestudeer ook weer de begrippenlijst.
  3. [2004.04.27] WebCT wordt voorlopig niet gebruikt. Alle informatie is te vinden via deze pagina. Je/Jullie opdrachten moet je inleveren via dit formulier. Je kunt je tekst eerst voorbereiden in een tekstverwerker en dan in het formulier invoegen.
  4. [2004.04.25] Bij e-mails naar de docent moet je altijd in het Subject-veld vermelden: KLM <naam> <studentnr> onderwerp.
  5. [2004.04.21] Een absolute aanrader is deze begrippenlijst. Alleen deze versie wordt actief bijgehouden. Gebruik dus niet de verouderde begrippenlijst in WebCT Vista.
  6. [2004.04.18] Raadpleeg deze web-pagina regelmatig, zeker voorafgaand aan iedere bijeenkomst.

Praktische informatie

Docent

Deze cursus wordt aangeboden in 2 parallelle voltijds-groepen plus een deeltijd-groep. De informatie in deze pagina heeft alleen betrekking op de voltijds groep met docent Hugo Quené, met bijeenkomsten op dinsdag en vrijdag.
Contact-coördinaten van de docent:
e-mail: hugo.quene WHOISAT let.uu.nl (vervang de hoofdletters in dit adres door een apenstaartje-symbool)
Let op: in het Subject-veld moet je vermelden KLM <naam> <studentnr>
adres: Trans 10, kamer 2.25

Leesstof

Rooster

cursusjaar 2003-2004, blok 4, groep Quené
dinsdag14:00-17:00Drift 21, 0.03
vrijdag14:00-17:00Drift 21, 0.03

Toetsing

De toetsing voor deze cursus geschiedt via de opdrachten (incl. groepsbespreking) en twee toetsen. Op 18 mei is de eerste toets, op 22 juni de tweede. De eerste toets gaat over de stof van de eerste 6 colleges. De tweede toets betreft de volledige stof van de cursus, met de nadruk op die van de tweede helft sinds college 6.

Afwezigheid wordt maximaal twee keer toegestaan — bij méér dan twee gemiste colleges volgt tenminste een gepaste compensatie.

Opdrachten

Studenten dienen vooraf aan iedere college-bijeenkomst een opdracht te maken, met uitzondering van college 1 (de inleiding). Het antwoord op de opdracht moet om middernacht voor aanvang van het college electronisch ingeleverd te zijn via dit formulier. Je kunt je tekst eerst voorbereiden in een tekstverwerker en dan in het formulier invoegen.

De opdrachten worden globaal beoordeeld, dat wil zeggen, ik kijk vooral of ze intelligent en met voldoende zorg en inzet zijn gemaakt. Dus zonder spelfouten! Je krijgt 3 punten voor een goed gemaakte opdracht, 2 punten voor een voldoende opdracht, 1 punt voor een niet al te best gemaakte opdracht. Inhoudelijke terugmelding vindt plenair plaats, tijdens het college. Als je toch met vragen over de opdracht blijft zitten, stel ze dan op het college aan de orde.

Kijk ook naar deze aanwijzingen over taal- en stijlfouten die je niet moet maken.

Print je antwoord ook altijd uit en neem het mee naar het college. Het groepswerk op het college is een integraal onderdeel van de opdracht.

De opdrachten worden individueel gemaakt. Eénmalig krijgt de groep waarbij jij bent ingedeeld een groepsopdracht (je hoeft dan niet de individuele opdracht te maken). Het betreft hier de vertaling en voordracht van een deel van de Three Conversations van Rosenberg, in de colleges 2, 3 en 4.

Voor deze groepsopdrachten geldt het volgende: het is de bedoeling dat de betreffende groep de aangewezen passage geheel vertaalt (zie hieronder bij opdrachten). De vertaling dient vooraf electronisch ingeleverd te worden door één vertegenwoordiger van de groep, onder duidelijke vermelding van de mede-groepsleden.

Op de bijeenkomst zullen de groepen hun eigen vertaling als een soort toneelstukje voordragen, waarna plenaire discussie volgt over de onderwerpen uit de conversaties.

Cijfers

Je verwerft maximaal 3 punten voor een opdracht, voor de 11 opdrachten is dat dus maximaal 33 punten.

Voor de toetsen kan je cijfers tussen 0 en 10 behalen, maar die worden vermenigvuldigd met 3, respectievelijk 3.7 (dit levert maximaal 30 + 37 punten op).

Het eindtotaal (maximaal 100) wordt door 10 gedeeld.

Studenten behalen een voldoende als het eindtotaal van de cursuspunten minstens 5,5 is. Ze verwerven het recht om deel te nemen aan het hertentamen als ze minimaal 5,0 cursuspunten hebben behaald.

De opdrachten worden individueel gemaakt. Eén keer krijgt de groep waarbij jij bent ingedeeld echter een groepsopdracht. Het betreft hier de vertaling en voordracht van een deel van de Three Conversations van Rosenberg, in de colleges 8, 9 en 10. De meeste studenten maken ook bij deze colleges een individuele opdracht. Maar per college worden er enkele groepen aangewezen die een vertalings-en-opvoerings-opdracht uitvoeren. (De groepsindeling hiervoor wordt nog bekendgemaakt).
Een groep moet de hen toegewezen passage (van enkele pagina's) geheel vertalen. De vertaling dient vooraf electronisch ingeleverd te worden via dit web-formulier, door de "primus" van de groep, onder duidelijke vermelding van de mede-groepsleden. Tijdens college zullen de groepen hun eigen vertaling als een soort toneelstukje voordragen, waarna plenaire discussie volgt over de onderwerpen uit de conversatie.

terug naar begin


Draaiboek

(1) dinsdag 20 april: college 1

Inleiding. Kennis, Letteren, Maatschappij. Historisch overzicht.

Lezen: Pollmann, Hoofdstuk 1.

Verwijzingen:

vrijdag 23 april: afscheidscollege Nooteboom

Op deze dag is er geen gewoon college, omdat jullie docent bezig is met het afscheid van prof.dr. S.G. Nooteboom. Ik raad jullie aan om diens afscheidscollege bij te wonen (16:00, Aula, Academiegebouw), met als titel Waar komen de letters van het alfabet vandaan? Een toegankelijk voorbeeld van academische reflexie over taal.
Zie ook deze samenvatting.

(2) dinsdag 27 april: college 2

Skepticisme.

Lezen: Rosenberg, First Conversation.

Huiswerk vooraf: opdracht 1 of groepsopdracht.

Kijken: fragment uit The Matrix (1999).

vrijdag 30 april: Koninginnedag

(3) dinsdag 4 mei: college 3

Wanneer weten we iets?

Lezen: Rosenberg, Second Conversation.

Huiswerk vooraf: opdracht 2 of groepsopdracht.

(4) vrijdag 7 mei: college 4

Rechtvaardiging van kennis.

Lezen: Rosenberg, Third Conversation.

Huiswerk vooraf: opdracht 3 of groepsopdracht.

Kijken: tv-reclamespotje voor vlees-keurmerk, "effe checken", via TROS Radar (kies daar voor: Loden Leeuw > Uitslag Loden Leeuw 2002 > Vlees keurmerk).

Koop op zaterdag 8 mei een dikke zaterdagkrant (Trouw, Volkskrant, NRC Handelsblad) t.b.v. opdracht 5.

(5) dinsdag 11 mei: college 5

Soorten kennis. Demarcatiecriteria

Lezen: Pollmann, Hoofdstuk 2.

Huiswerk vooraf: opdracht 4.

Verwijzingen:

(6) vrijdag 14 mei: college 6

De taal van de wetenschap. Woorden en beelden.

Lezen: Pollmann, Hoofdstuk 3, met uitzondering van §3.3.

Huiswerk vooraf: opdracht 5.

Kijken: Opération Lune, door William Karel.

Verder Lezen: Cicero, M. Tullius (2003) De Ideale Redenaar (vert. H.W.A. van Rooijen-Dijkman & A.D. Leenman, 2e druk). Amsterdam: Polak & Van Gennep. ISBN 90-253-0065-9.

dinsdag 18 mei: eerste toets

19:00-21:45 uur; Educatorium (Uithof), zaal Alfa.
De eerste toets gaat over de stof van de eerste 6 colleges: leesstof, college-stof, begrippenlijst, en opdrachten. De toets zal bestaan uit een selectie uit deze lijst van vragen.

geen colleges

Van 20 tot 29 mei verblijf ik in het buitenland. Er is dus geen college op vrijdag 21 mei, noch op 25 en 28 mei. We halen dat deels in door een dubbel college op 1 juni. Je moet dus de opdrachten 6 en 7 inleveren voor 1 juni.

(7, 8) dinsdag 1 juni: college 7 en 8.

Redeneren: inductie en deductie. Fundamentisme.

Waarnemen.

Lezen: Pollmann, Hoofdstuk 3, §3.3, en Hoofdstuk 4 geheel.

Huiswerk vooraf: opdracht 6 en 7.

Kijken: Forensic Detectives, over DMSO4, van Discovery Channel; deze foto; Change Blindness.

Verwijzingen:

vrijdag 4 juni: geen college

Even uitrusten: docent is alweer in het buitenland.

(9) dinsdag 8 juni: college 9

Interpreteren, verklaren, begrijpen.

Lezen: Pollmann, Hoofdstuk 5.

Huiswerk vooraf: opdracht 8.

Kijken: video over hermeneutiek, advertentie voor Silk Cut sigaretten, panorama van de Annapurna (een bergketen) in Nepal.

(10) vrijdag 11 juni: college 10

Coherentie en coherentisme.

Lezen: Pollmann, Hoofdstuk 6.

Huiswerk vooraf: opdracht 9.

(11) dinsdag 15 juni: college 11

Groei van kennis, relativisme; Popper, fallibilisme; Kuhn, wetenschappelijke omwentelingen, incommensurabiliteit.

Lezen: Pollmann, Hoofdstuk 7.

Huiswerk vooraf: opdracht 10.

(12) vrijdag 18 juni: college 12

Maatschappelijke relevantie van Letteren.

Lezen: Pollmann, Hoofdstuk 8.

Huiswerk vooraf: opdracht 11.

dinsdag 22 juni: tweede toets

19:00-21:30u, Uithof, Educatorium, zaal Bèta. Deze toets zal bestaan uit een selectie uit deze lijst van vragen.

Terug naar het begin


Subgroepen

Q01: 0200018, 0132667, 0257877
Q02: 0232602, 0222690, 0222704
Q03: 0222712, 0032689, 0209953

Q04: 0221619, 0259373, 0116289
Q05: 0361615, 0027383, 0219665
Q06: 0227366, 0057053, 0220779
Q07: 0210307, 0245968, 0210439

Q08: 0210498, 9963472, 0237361
Q09: 0267341, 0113743, 0210242
Q10: 0209872, 0227277, 0268259
Q11: 0209899, 0377198

Opdrachten

Onderstaande opdrachten moet je inleveren via dit formulier, uiterlijk middernacht voorafgaand aan het college. Je kunt je tekst eerst voorbereiden in een tekstverwerker en dan in het formulier invoegen.

Opdracht 1 (individueel, voor de studenten die niet in een van de onderstaande groepjes zitten):

  1. Leg uit wat de scepticus (Skip) inbrengt tegen iemands idee iets te kunnen weten.
  2. Tegen wat voor soort kennis maakt de scepticus vooral bezwaar? Geef twee voorbeelden.
  3. Hoe precies werkt het 'brain in a vat'-argument (dat Skip introduceert als moderne variant op Descartes' scepticisme)?
  4. Welke problemen die in de vorige bijeenkomsten aan de orde zijn geweest, heb je nog niet goed begrepen? Noem alleen de vier belangrijkste en doe een suggestie over hoe je vermoedt dat ze begrepen moeten worden.
  5. Geef er discussiestellingen over die we op de bijeenkomst plenair kunnen bespreken.

Opdracht 1 (groep):
1. Groep Q.01: vertaal deze passage: p. 1-p 5. (tot onderaan "Skip: The French philosopher ..."): het eerste deel van de eerste discussie gaat over de inbreng van de waarneming en het gezond verstand in onze kennis.
2. Groep Q.02: vertaal deze passage: vanaf onderaan p 5. ("Skip: The French philosopher ...") tot p. 13 (tot "Justin: What are you two..."): het droomargument van Descartes en de moderne variant ('brains in a vat').
3. Groep Q.03: vertaal deze passage: vanaf p. 13 ("Justin: What are you two...") tot het einde van de First Conversation (p. 18): het gesprek met Justin over de rol van waarschijnlijkheid.

Opdracht 2 (individueel, voor de studenten die niet in een van de onderstaande groepjes zitten):

  1. Jij weet toch zeker waar je je fiets hebt geparkeerd? Maar weet je even zeker waar hij nu staat? Wat is het verschil tussen deze twee soorten weten?
  2. Volgens Skip (de skepticus, weet je nog?) sluit kennis iedere mogelijkheid van onzekerheid uit. Ben je het daarmee eens? Leg uit.
  3. Is jouw positie externalistisch of eerder internalistisch?

Opdracht 2 (groep):
1. Groep Q.04: vertaal deze passage: p. 18-22. (tot onderaan "Edie: You don't have to be ..."): het eerste deel van de conversatie over Justins externalisme.
2. Groep Q.05: vertaal deze passage: vanaf onderaan p 22. ("Edie: You don't have to be ...") tot p. 27 (tot "Edie: I don't think so..."): bespreking van Edie's internalisme.
3. Groep Q.06: vertaal deze passage: vanaf p. 27 ("Edie: I don't think so...") tot p. 30 (tot: "Skip: Well, what about..."): over Nora, de helderziende die het toevallig goed heeft.
4. Groep Q.07: vertaal deze passage: vanaf p. 30 ("Skip: Well, what about...") tot het einde van de Second Conversation (p. 36): het gesprek over waarneming en interpretatie.

Opdracht 3 (individueel, voor de studenten die niet in een van de onderstaande groepjes zitten):

  • Deze conversatie gaat over de coherentie van iets wat je weet met andere dingen die je weet. Vind je dat coherentie voldoende garantie voor de waarheid van kennis kan zijn? Onderbouw je antwoord goed.
  • Op p. 44 bovenaan beschrijft Skip de positie die bekend staat als fenomenalisme, de opvatting dat onze waarnemingen niet meer zijn dan gewaarwordingen in de waarnemer, en dat men er dus geen realisme over de werkelijkheid op kan baseren. Deze opvatting staat centraal in de sense-data theorie van het logisch positivisme. Leg uit hoe men kan verdedigen dat alle zekerheid op dergelijke gewaarwordingen gebaseerd is en ook moet zijn.
  • Denk je dat je uit dergelijke simpele gewaarwordingen complexe theorieën kunt afleiden? Betoog je antwoord.
  • Opdracht 3 (groep):
    1. Groep Q.08: vertaal deze passage: p. 37-41 (tot onderaan "Gemma: Why couldn't the ..."): Van externalisme naar fundamentisme.
    2. Groep Q.09: vertaal deze passage: vanaf onderaan p 41 ("Gemma: Why couldn't the ...") tot p. 47 (tot bovenaan "Edie: OK. My turn to ..."): coherentisme versus fundamentisme. Reparatie traditionele definitie van kennis: niets afleiden van onware meningen.
    3. Groep Q.10: vertaal deze passage: vanaf p. 47 ("Edie: OK. My turn to ...") tot einde Third Conversation: nog een tegenvoorbeeld tegen de traditionele theorie over kennis als gerechtvaardigde ware mening.

    Opdracht 4: Pseudo-wetenschappen zijn er in veel soorten. Sommige zijn tamelijk onschuldig, zoals bij voorbeeld de theorieën over "graancirkels". Andere, zoals de "astrologie", zijn zeer wijdverbreid, maar ook die worden door veel mensen enigszins lacherig bejegend.
    Maar kijk je rond bij de webstek van SIMPOS, Stichting Informatie over Maatschappelijke Problemen rond Occulte Stromingen, dan zie je dat zulke theorieën vaak onderdeel zijn van complexe stromingen die wel maatschappelijk "verdacht" zijn. Het ene geloof brengt het andere met zich mee.
    Zo is er onlangs door een secte geclaimd dat ze als eersten een mens gekloond hebben.
    Bekijk wat er bij SIMPOS over die Raëlianen staat (maak een selectie) en probeer te bepalen welke irrationele aspecten de stroming heeft — en welke rationele. Probeer tot een waardeoordeel te komen over wat je hebt gevonden.
    Hier volgen nog enkele relevante verwijzingen, naar hun eigen webstek, en naar een kritisch artikel van Marcel Hulspas, Genetisch paradijs: De Raëlianen willen u klonen.

    Opdracht 5:
    De opgave van deze keer heeft betrekking op de mogelijkheden van "beelden" om kennis over te dragen. "Taal is het voertuig van de wetenschap", zegt het cursusboek parmantig. Maar wat is dan eigenlijk de rol van de visuele elementen in wetenschappelijke publicaties?
    Neem De Volkskrant van afgelopen zaterdag. Stel vast welke afbeelding op de voorpagina het meest prominent is en analyseer wat ze 'vertelt' en hoe ze zich verhoudt tot het onderschrift of de tekst.
    Neem een populair-wetenschappelijk tijdschrift, zoals Spiegel Historiael, Literatuur (in LB) of Psychologie Magazine, Scientific American, Natuur en techniek (alle drie in de Leeszaal van de AB: achter de trap rechtsaf). LET OP: Kies geen kunsthistorisch of film-, theater- of televisie-tijdschrift. Daar zijn de illustraties "bron". Bespreek enkele visuele elementen (schema's, grafieken, tabellen, plaatjes, maar geen lay-out-elementen). Probeer van ieder element vast te stellen wat eigenlijk de functie ervan is in het betoog. Bepaal een standpunt ten opzichte van de mening dat de visuele elementen er eigenlijk alleen maar zijn voor de versiering, en geen wezenlijke bijdrage aan de kennisoverdracht leveren. Zou het artikel ook zonder kunnen?

    Opdracht 6:

    1. Wat is inductie? Waarom is het een belangrijk redeneerprincipe voor de wetenschap?
    2. Wat is (volgens Hume) 'het probleem van inductie'?
    3. Wat is deductie?
    4. Wat is het cruciale verschil tussen inductie en deductie?
    5. Wat wordt er bedoeld met de hypothetisch-deductieve benaderingswijze?

    Opdracht 7:
    1. Welke typen waarnemingsgegevens spelen in jouw letterendiscipline/specialisatie (welke is dat?) een centrale rol?
    2. Van welke instrumenten maakt men in jouw discipline/specialisatie gebruik om de waarneming van die gegevens te objectiveren?
    3. Zijn er in jouw discipline/specialisatie waarnemingsgevens waarvan de waarneming zich niet met instrumenten laat objectiveren en die men nochtans een belangrijke rol toedicht?
    4. Geef commentaar: wat vind je van de rol die de gegevens die je bij 1 en 2 vond in jouw discipline/specialisatie spelen?

    Opdracht 8:

    1. Wat is het verschil tussen oorzaken en redenen? (Leg uit aan de hand van een simpele situatie).
    2. Bespreek het belang van causale verklaringen in jouw discipline/specialisatie (welke is dat?).
    3. Spelen redenen een rol in het onderwerp van jouw discipline/specialisatie, of draait het er alleen om oorzaken en gevolgen? Hoe vind je dit terug in de literatuur (artikelen en boeken) van jouw discipline/specialisatie?
    4. Geef commentaar: welke soort verklaringen moeten volgens jou centraal staan (in jouw discipline/specialisatie) en waarom?

    Opdracht 9:

    1. Hoe denkt coherentisme de waarheid van onze opvattingen (beliefs) te garanderen?
    2. Is jouw discipline/specialisatie (welke is dat?) vooral fundamentistisch of coherentistisch opgezet? En waarom, denk je?
    3. Noem een discipline/specialisatie die fundamentistisch opgezet is (of zou moeten zijn).

    Opdracht 10:

    1. Wat is de functie van het demarcatiecriterium? Waarom heeft men het steeds over één demarcatiecriterium?
    2. Wat is verificatie?
    3. Wat is falsificatie?
    4. Met welke argumenten betoogt Popper dat we falsificatie moeten prefereren boven verificatie?

    Opdracht 11:

    1. Noem een maatschappelijk probleem waar een of meer Letterendisciplines/specialisaties een bijdrage aan zou moeten (kunnen) leveren. Gebeurt dat ook, of waarom gebeurt het niet, denk je? Geef enkele voorbeelden van dergelijke bijdragen.
    2. Leg van een typisch voorbeeld uit hoe zo'n bijdrage effect zou moeten sorteren in de maatschappelijke arena, die immers heel anders in elkaar zit dan het wetenschappelijk bedrijf met zijn waarheidsproblemen...? Welke maatschappelijke fenomenen beïnvloeden het gewenste effect? Leg het verschil uit tussen de technische en de culturele rol van de Letteren.
    3. Welke problemen die in de vorige bijeenkomsten aan de orde zijn geweest, heb je nog niet goed begrepen? Noem alleen de vier belangrijkste en doe een suggestie over hoe je vermoedt dat ze begrepen moeten worden.

    Terug naar het begin


    2004.06.27 HQ, RvG