Melodie en Ritme in Talen

cursuscode 200500180

2013-14, blok 1, september-november

 

Nieuws

Praktisch

Docent

Hugo Quené
e-mail: h punt quene AT uu nl,
adres: opleiding Taalwetenschap, Trans 10, 3512 JK Utrecht, kamer 2.12
spreekuur: dinsdag 14:00-15:30 en op afspraak

Rooster

Kijk voor het meest recente rooster en zalen-informatie in het online cursusaanbod of in Osiris.

Leesstof

Doel en inhoud

Deze cursus heeft tot doel om diepgaande kennis en inzicht te verwerven in de prosodie van gesproken taal, in het gebruik daarvan tijdens gesproken communicatie, en in de relatie daarvan met abstracte taalkundige structuren. Ook verwerft de student inzicht en ervaring in de belangrijkste onderzoeksmethodes op dit gebied, en leert hij of zij om empirische resultaten te evalueren voor theorievorming. Tenslotte maakt de student kennis met praktisch onderzoek naar melodie en ritme van talen.

Gesproken taal wordt gekenmerkt door melodische en temporele patronen die zich uitstrekken over meerdere lettergrepen. In deze cursus bestuderen we verschillende aspecten van deze melodische en temporele patronen (prosodie), zowel vanuit productie als vanuit perceptie bezien. Belangrijke aspecten daarbij zijn: wat is de relatie tussen de taalkundige structuur (fonologisch, syntactisch, pragmatisch) en de fonetische vorm van een uiting? Wat zijn de verschillende communicatieve functies van melodie en van ritme? Hoe gebruiken sprekers en luisteraars deze functies? In hoeverre houden fonetische verschillen tussen talen verband met andere taalkundige verschillen tussen talen?

Werkvorm en toetsing

Deze cursus heeft de vorm van 2 werkcolleges per week, elk 2 uur. Daarnaast is er een practicum van 2 uur per week. De cursus is begroot op een inspanning van gemiddeld 20 uur per week.

De cursus omvat drie deeltoetsen. De eerste deeltoets is een schrijfopdracht, nader beschreven in het onderstaande draaiboek (30% van eindcijfer). De tweede deeltoets is een tentamen over de behandelde leesstof en collegestof (40% van eindcijfer). De derde deeltoets bestaat uit een schriftelijk verslag van de practica (30% van eindcijfer).

Alle verslagen moeten worden ingeleverd in PDF. Volg ook mijn aanwijzingen voor taalgebruik, stijl en opmaak van werkstukken.

Het is nadrukkelijk de bedoeling dat je uitsluitend eigen werk inlevert ter beoordeling. Je mag dus niet antwoorden en verslagen kopiëren van anderen, en evenmin mag je je werk samenstellen uit tekstfragmenten geschreven door anderen. Zulk plagiaat wordt beschouwd als een vorm van fraude. De sancties daartegen kan je nalezen in de Onderwijs- en Examenregeling Taalwetenschap, Artikel 4.11.
Lees ook deze uitleg van plagiaat: Wat is citeren, parafraseren, plagiaat? (van UB Universiteit Utrecht, ontleend aan lesmodule Hoe verwerk ik literatuur in mijn verslag? van de UB Vrije Universiteit Amsterdam).
Je mag wel samenwerken aan de opdrachten, maar je mag alleen zelf geschreven werk inleveren ter beoordeling. Als je twijfelt over de juiste werkwijze, vraag dan vooraf om opheldering bij de docent.

Draaiboek

9 en 11 sept: zelfstudie en voorbereiding

De bijeenkomsten beginnen pas in de tweede onderwijsweek van blok 1 (in week 38), wegens afwezigheid van de docent in de eerste week.

Om de beperkte onderwijstijd toch goed te gebruiken, dienen jullie de eerste week te besteden aan zelfstudie. Het gaat om stof ter voorbereiding op de eerste bijeenkomst (Nooteboom, 1997), om achtergrondkennis over intonatie ('t Hart, Collier en Cohen, 1990) en om opfrissen van benodigde voorkennis (tutorial speech analysis).

  • Nooteboom, S. (1997). The prosody of speech: Melody and rhythm. In W. J. Hardcastle & J. Laver (Eds.), The Handbook of Phonetic Sciences (pp. 640-673). Oxford: Blackwell.
    NB: Concentreer je op paragrafen 1 en 4 van dit hoofdstuk. NB: Dit boek is niet meer beschikbaar. Het manuscript van dit hoofdstuk is wel beschikbaar via Blackboard, Course Content, Leesstof.
  • 't Hart, J., Collier, R., & Cohen, A. (1990). A perceptual study of intonation: An experimental-phonetic approach to speech melody. Cambridge: Cambridge University Press. Ch.1 (Introduction) and Ch.2 (Phonetic aspects of intonation), pp. 1-37.
    NB: Dit boek is online beschikbaar bij de Universiteitsbibliotheek. NB: Voor het tweede college moet je ook Ch.3 en Ch.4 uit dit boek bestuderen.
  • tutorial about Phonetics and Speech Analysis, modules A, B, C en E !!

Voorbereiding op practicum:

  • Maak een geluidsopname van gesproken Nederlands van radio of televisie. Je opname hoeft niet van CD-kwaliteit te zijn: voor prosodisch onderzoek is een bemonsteringsfrequentie van 16 kHz voldoende. Zorg wel dat je opnames geen muziek, of ruis, of andere stoorgeluiden bevat. Probeer het geluidssignaal rechtstreeks (zonder microfoon) op te nemen. Je opname moet bestaan uit minstens 10 volledige zinnen. De zinnen mogen afkomstig zijn uit een dialoog of monoloog, spontaan of voorbereid, maar niet geacteerd.
    Neem je opnames in digitale vorm mee naar het eerste practicum. Maak ook aantekeningen over waar en wanneer en waarvan je opnames hebt gemaakt.
  • Zorg dat je (weer) vertrouwd bent met het programma Praat dat we gebruiken voor akoestische en fonetische analyses en bewerkingen. Dit programma is al geïnstalleerd in de computerleerzalen. Je kunt dit programma ook downloaden en installeren op je eigen computer. Gebruik het bovengenoemde tutorial om je vaardigheden in het gebruik van dit programma op te frissen (of te verwerven). Je wordt geacht bekend te zijn met de stof in de modules A, B, C en E !!

ma 16 sept: werkcollege 1

Inleiding; huishoudelijke zaken.
Overzicht. Functies van prosodie. Structuur en prominentie in spraak. Intonatie: Terminologie. Over toonhoogte, klemtoon, accent, toon, contour, beweging, niveau.

Bestuderen:

  • Nooteboom, S. (1997). The prosody of speech: Melody and rhythm. In W. J. Hardcastle & J. Laver (Eds.), The Handbook of Phonetic Sciences (1st ed., pp. 640-673). Oxford: Blackwell.
    NB: Zie opmerkingen hierboven (9-11 sept) over dit hoofdstuk.

Verwijzingen:

woe 18 sept: werkcollege 2

Intonatie: de perceptieve IPO-benadering

Bestuderen:

  • 't Hart, J., Collier, R., & Cohen, A. (1990). A perceptual study of intonation: An experimental-phonetic approach to speech melody. Cambridge: Cambridge University Press. [beschikbaar online via UB] Ch.3 (The IPO Approach) en Ch.4 (A theory of intonation), pp. 38-120.

Extra:

overzicht intonatie-bewegingen

Overzicht van Nederlandse intonatie-bewegingen volgens de IPO-benadering.

Uit: Rietveld & Van Heuven (2001). Algemene Fonetiek (p.267). Bussum: Coutinho.

In deze week is er nog geen practicum.

ma 23 sept: werkcollege 3

Intonatie: de linguïstische AM-benadering

Bestuderen:

  • Ladd, D. R. (1996). Intonational Phonology. Cambridge: Cambridge University Press. Ch.1 (Introduction) en Ch.2 (Fundamental concepts), pp.6-78.

woe 25 sept: werkcollege 4

Intonatie: een hybride benadering

Bestuderen:

  • Xu, Y. (2005). Speech melody as articulatorily implemented communicative functions. Speech Communication, 46 (3-4), 220-251. [doi:10.1016/j.specom.2005.02.014]

Verwijzingen:

woe 25 sept: practicum 1

In de practicum-bijeenkomsten gaan we zelf prosodische analyses van spraak uitvoeren met behulp van de computer. Het practicum sluit aan bij eerdere oefeningen in fonetische analyse, zoals bv opgedaan in de cursus Spreken en Verstaan. Je dient zelf een koptelefoon mee te nemen; deze zijn ook te leen bij het CIM op vertoon van collegekaart. We gebruiken het programma Praat voor akoestische en fonetische analyses en bewerkingen. Dit programma is al geïnstalleerd in de computerleerzalen. Je kunt dit programma ook downloaden en installeren op je eigen computer.

In het eerste practicum gaan we melodieën analyseren volgens de IPO-benadering. Voor tenminste drie zinnen uit je opnames (zie eerste week, hierboven) moet je een close-copy stilering maken, die auditief niet te onderscheiden is van het origineel. Baseer je daarbij niet alleen op je eigen oordeel, maar ook op dat van je mede-studenten. In het eerste uur gaan we diverse stileringen maken, en in de loop van het tweede uur gaan we die van elkaar beluisteren en beoordelen.
In vervolg hierop gaan we ook onderzoeken in hoeverre de hoge en lage kantelpunten op een (declinatie)lijn liggen, en in hoeverre de stijgingen en de dalingen dezelfde helling hebben. Hoe erg is het als dat niet het geval is?
Houd aantekeningen bij voor je verslag!

ma 30 sept: werkcollege 5

Intonatie: toontalen en absolute toonhoogte-waarneming

Bestuderen:

  • Deutsch, D. (2006). The Enigma of Absolute Pitch. Acoustics Today, 2, 11-19. [doi:10.1121/1.2961141]
  • Deutsch, D., Dooley, K., Henthorn, T., & Head, B. (2009). Absolute pitch among students in an American music conservatory: Association with tone language fluency. J. Acoust. Soc. Am. 125 (4), 2398-2403. [doi:10.1121/1.3081389]

Verwijzingen: Diana Deutsch homepage, Wikipedia page.

woe 2 okt: werkcollege 6

Toonhoogte en sexuele selectie

Bestuderen:

  • Puts, D. A., Gaulin, S. J. C., & Verdolini, K. (2006). Dominance and the evolution of sexual dimorphism in human voice pitch. Evolution and Human Behavior, 27(4), 283-296. [doi:10.1016/j.evolhumbehav.2005.11.003]
  • Apicella, C. L., Feinberg, D. R., & Marlowe, F. W. (2007). Voice pitch predicts reproductive success in male hunter-gatherers. Biology Letters, 3(6), 682-684. [doi:10.1098/rsbl.2007.0410]

Verwijzingen:

woe 2 okt: practicum 2

In het tweede practicum gaan we melodieën analyseren volgens de Autosegmentele-Metrische benadering (AM-benadering). We gebruiken daarbij het zgn ToDI-systeem (Transcription of Dutch Intonation), dat is een Nederlandse uitwerking van het ToBI-systeem (Tones and Break Indices) dat weer is gebaseerd op de AM-benadering van Pierrehumbert en anderen. (ToDI negeert de Break Indices die de diepte van een grens of pauze aangeven.)
Voor ToDI is een aparte website die we gaan gebruiken: http://todi.let.kun.nl/ToDI/home.htm.
Tijdens het practicum moet je zelfstandig de volgende modules doorwerken: 0, 1, 5. Luister naar alle voorbeelden en doe ook de oefeningen. Gebruik daarbij de Synthesize-knop om jouw voorgestelde analyse te beluisteren, en vergelijk deze met het origineel. Als je denkt dat jouw analyse correct is, controleer 'm dan met de Check-knop. Houd bij in je verslag hoe vaak je een juiste danwel onjuiste analyse hebt gemaakt.
Probeer ook om je correcte analyse te benoemen in termen van toonhoogte-bewegingen uit de IPO-benadering. Dat hoeft niet voor alle zinnen uit alle oefeningen, maar wel voor minstens 1 zin uit elk deel van de oefeningen bij iedere module/hoofdstuk, dus in totaal voor 5 zinnen van module 1 (A t/m E) plus 3 zinnen van module 5 (A t/m C), dus in totaal voor minstens 8 zinnen. Rapporteer voor deze geselecteerde zinnen allebei de analyses in je practicum-verslag.
Update: In de computerleerzalen bleek het lastig om deze analyses en oefeningen te maken. Je kunt het beste de browser Opera gebruiken (Start > Standard Applications > Opera), die geeft het minste problemen. Aan een oplossing wordt nog gewerkt.

ma 7 okt: werkcollege 7

Tempo.

Bestuderen:

  • H. Quené (2008). Andante of allegro? Verschillen in spreektempo tussen Vlamingen en Nederlanders. Onze Taal, 77 (6), 179-181. [PDF].
  • Jacewicz, E., Fox, R. A., & Wei, L. (2010). Between-speaker and within-speaker variation in speech tempo of American English. Journal of the Acoustical Society of America, 128 (2), 839-850. [doi:10.1121/1.3459842]

Verwijzingen:

woe 9 okt: werkcollege 8

Ritme. Wat is ritme? De vruchteloze zoektocht naar isochronie. nPVI en andere ritmische maten.

Bestuderen:

  • Grabe, E. & Low, E.L. (2002). Durational variability in speech and the Rhythm Class hypothesis. In C. Gussenhoven & N. Warner (Eds.) Laboratory Phonology 7 (pp.515-546). Berlin: Mouton de Gruyter. ISBN 978-3-11-017087-0. [collegeplank; ook via books.google.com]
  • White, L., & Mattys, S.L. (2007). Rhythmic typology and variation in first and second languages. In P. Prieto, J. Mascarò & M.-J. Solé (Eds.), Segmental and Prosodic issues in Romance Phonology (pp. 237-257). Amsterdam: John Benjamins.
  • optioneel: Loukina, A., Kochanski, G., Rosner, B., Keane, E., & Shih, C. (2011). Rhythm measures and dimensions of durational variation in speech. Journal of the Acoustical Society of America, 129 (5), 3258-3270. [doi:10.1121/1.3559709; recente, boeiende evaluatie van rhythm measures; enige voorkennis vereist]

woe 9 okt: practicum 3

Spreektempo. In dit practicum moet je het spreektempo gaan bepalen in de Troonrede van 2013. Doe dat voor iedere frase afzonderlijk, zodat je voor iedere frase het spreektempo weet.
We zullen een script gebruiken, genaamd tempo.praat. Een script is een soort programmaatje voor Praat, waarin een aantal commando's voor Praat zijn gebundeld. Het script voor dit practicum is een aangepaste versie van een script van mijn collega Nivja de Jong om speech rate te bepalen. Het moeilijkste daarbij is het opsporen van de lettergrepen, maar die lastige taak voert het script voor je uit.
Controleer de resulterende lettergrepen, door het betreffende Sound en TextGrid objecten samen te selecteren, klik dan Edit, en inspecteer de lettergrepen.
Kijk in de taakverdeling voor de begintijd en eindtijd van jouw portie.
Bewaar je TextGrid-object met lettergrepen voor latere analyse en vergelijkingen.

Verwijzingen: audio Troonrede 2013 (1036 s), tekst Troonrede 2013 (2227 woorden)

Sla je werk regelmatig op. Bewaar je geluidsbestand en TextGrid in afzonderlijke bestanden, dus niet bij elkaar in een Collection file.
Als je het geluidsbestand opnieuw inleest, zal je merken dat de tijds-as altijd begint bij nul, en niet bij de oorspronkelijke begintijd (bv. 450 s). Om de oorspronkelijke tijden terug te krijgen, moet je in Praat eerst het her-ingelezen Sound object selecteren, en dan de opdracht geven Modify > Modify times > Shift times by..., en daarbij de oorspronkelijke begintijd invoeren.

Als je klaar bent, stuur dan de laatste bijgewerkte versie van je TextGrid naar h quene.

eerste toets: schrijfopdracht

De eerste toets bestaat uit een schrijf-opdracht. Deze opdracht bestaat eruit, dat je een kritische reflectie moet schrijven over de leesstof van een van de bijeenkomsten, aangevuld met een daaraan gerelateerd, recenter, niet behandeld artikel of hoofdstuk over hetzelfde onderwerp.
Kies dus eerst uit over welk onderwerp (bijeenkomst) je iets wilt onderzoeken en uitwerken. Kies daarna een ander artikel (of hoofdstuk) over dat onderwerp. Dat aanvullende artikel moet (a) recenter zijn dan de wel behandelde leesstof, (b) verwijzen naar een wel behandeld artikel of hoofdstuk, en (c) van hoog wetenschappelijk niveau zijn, d.w.z. peer-reviewed en in een internationaal tijdschrift (of boek). Om zoiets te vinden kan je gebruik maken van Scopus of Web of Science via de webpagina's van de Universiteitsbibliotheek. Bestudeer alle teksten.
Schrijf daarna een samenhangende, goed doordachte, kritische reflectie over de behandelde leesstof en de mogelijke bezwaren of aanvullingen die daarbij aangevoerd kunnen worden. Toon hierin je academische vorming. Je tekst moet bestaan uit 4 of 5 pagina's A4 (gerekend zonder voorwerk, referenties, e.d.), met dubbele regelafstand, lettergrootte 12pt (dat komt neer op ca. 1000 woorden). Gebruik mijn aanwijzingen voor taal en stijl, en zorg voor correcte bronvermeldingen. Vergeet niet om ook je naam en studentnummer te vermelden.
Sla je document op in PDF formaat (dus niet .doc of .docx), en lever het in via Blackboard. Deadline is vrijdag 18 oktober 2012, 23:59u.
Deze toets telt mee voor 30% van het eindcijfer.

ma 14 okt: werkcollege 9

Ritme: metronomen en speech cycling.

Bestuderen

  • Cummins, F., & Port, R. (1998). Rhythmic constraints on stress timing in English. Journal of Phonetics, 26 (2), 145-171. [doi:10.1006/jpho.1998.0070]
  • Port, R. F., Tajima, K., & Cummins, F. (1999). Speech and rhythmic behavior. In G. J. P. Savelsburgh, H. van der Maas & P. C. L. van Geert (Eds.), Non-linear Developmental Processes. Amsterdam: Royal Dutch Academy of Arts and Sciences. [collegeplank]

woe 16 okt: werkcollege 10

Ritmische verschijnselen: klemtoonverschuiving (stress shift), schwa-epenthese.

Bestuderen:

  • H. Quené & R.F. Port (2002). Rhythmical factors in stress shift. In: M. Andronis, E. Debenport, A. Pycha & K. Yoshimura (eds.) CLS 38: Papers from the 38th Meeting of the Chicago Linguistic Society (Volume 1: The Main Session, pp.549-562). Chicago: Chicago Linguistic Society. [preprint].
  • H. Quené (2006). Rhythmic factors in weak-syllable insertion: An Internet corpus study. In: Proceedings of the Third Int. Conference on Speech Prosody, Dresden, Germany, 2-5 May 2006. [handout].
  • Kuijpers, C., & van Donselaar, W. (1998). The Influence of Rhythmic Context on Schwa Epenthesis and Schwa Deletion in Dutch. Language and Speech, 41(1), 87-108. [doi:10.1177/002383099804100105]

Aanvullende leesstof:

  • Grabe, E., & Warren, P. (1995). Stress shift: do speakers do it or do listeners hear it? In B. Connell & A. Arvaniti (Eds.), Phonology and Phonetic Evidence: Papers in Laboratory Phonology IV (pp. 95-110). Cambridge: Cambridge University Press.

Dit werkcollege had de vorm van een debat tussen twee teams. De notulen van dit debat staan op Blackboard, kies optie Collaboration in menu linksboven. Met dank aan de notulisten Marjan en Aimée!

woe 16 okt: practicum 4

In het vierde practicum gaan we verder met de analyse van melodieën volgens het ToDI-systeem (zie practicum 2) en van tempo (zie practicum 3).

vrijdag 18 okt 2013: deadline schrijfopdracht

De deadline voor de eerste schrijf-opdracht is vrijdag 18 oktober 2013, 23:59u, zie aanwijzingen hierboven.

ma 21 okt: werkcollege 11

Modellering van segment-duren

Bestuderen:

  • Nooteboom, S. (1997). The prosody of speech: Melody and rhythm. In W. J. Hardcastle & J. Laver (Eds.), The Handbook of Phonetic Sciences (pp. 640-673). Oxford: Blackwell. [herhaling van leesstof bij werkcollege 1]
  • Klatt, D. H. (1976). Linguistic uses of segmental durations in English: Acoustic and perceptual evidence. Journal of the Acoustical Society of America, 59 (5), 1208-1221. [doi:10.1121/1.380986]

woe 23 okt: werkcollege 12

Toepassingen en gebruik van prosodie: auditieve woordherkenning.

Bestuderen:

  • Cutler, A., & Norris, D. (1988). The role of strong syllables in segmentation for lexical access. J. Experimental Psychology: Human Perception and Performance, 14, 113-121. [doi:10.1037/0096-1523.14.1.113]
  • Quené, H., & Port, R. F. (2005). Effects of timing regularity and metrical expectancy on spoken-word perception. Phonetica, 62(1), 1-13. [doi:10.1159/000087222]

Aanvullende leesstof:

  • Cutler, A., Dahan, D., van Donselaar, W., 1997. Prosody in the comprehension of spoken language: A literature review. Language and Speech, 40, 141–201. [doi:10.1177/002383099704000203]

woe 23 oktober: practicum 5

Ritme; zelf nPVI en andere maten bepalen in eigen opnames spraakfragmenten.

Voor deze opdracht werken we verder met dezelfde opnames waarvan je vorige week het spreektempo hebt bepaald. Open de opname (Sound) en de bijbehorende annotatie (TextGrid, resultaat van script tempo.praat). Selecteer beide, en kies dan Edit. We gaan nu de nPVI per zin of frase bepalen. Daarvoor moet je van iedere klinker de precieze duur (in seconden of in ms) bepalen. De markeringen in het TextGrid kan je gebruiken als hulpmiddel bij het vinden van de klinkers in het spraakgeluid.

Maak in hetzelfde TextGrid object een nieuwe interval-tier aan, in positie 2, genaamd klinkers. Markeer in deze tier iedere klinker door de begin-grens en eind-grens van die klinker aan te geven. Geef iedere klinker het label v (vocaal).

Tips: Zorg dat spectrogram en intensiteit zichtbaar zijn. Voor het bepalen van segment-grenzen van klinkers vind je nuttige aanwijzingen in het artikel van Klatt (1976), zie hierna. Selecteer de gewenste klinker in het oscillogram of spectrogram (klinker is dan roze gemarkeerd). Kopieer de grenzen van het geselecteerde interval naar je klinker-tier via de menu-optie Interval > Add interval on tier 2 of bijbehorende sneltoetsen. Zorg dat je resulterende TextGrid goed is opgeslagen.

Je wilt nu de duren van de klinkers gelabeld v uit je TextGrid halen. Dat kan met behulp van het script tg2df2.praat. Download dat script, pas het working directory aan (string variable mydir$), selecteer je TextGrid, en Run dan het script. Dat levert een bestand op in je working directory met begintijd, eindtijd, en duur van iedere gelabelde klinker. Tip: Als extra service worden de duren van de klinkers ook gerapporteerd in het Info-venster van Praat, voor knip-en-plak-werk.

De gevonden klinkerduren per zin moet je vervolgens gebruiken om de Normalized Pairwise Variability Index te bepalen. Dat kan je met de hand doen, volgens de formules in de leesstof. Je kan daarvoor ook deze online nPVI calculator gebruiken (van Ani Patel). Die calculator geeft je de nPVI in procenten (=nPVI), alsmede de standard deviation (=ΔV), en Coefficient of Variation (=VarcoV) die je ook kunt vermelden in je verslag.

Je moet tenminste 20 tot 30 sec spraak analyseren, en tenminste 40 tot 50 klinkers. Bepaal de nPVI niet voor alle 40+ klinkers tegelijk, maar afzonderlijk voor iedere zin of frase in je opname. Tip: Nadat je klaar bent met klinkers labelen, knip dan je TextGrid in stukjes ter omvang van een frase. Ga naar de TextGrid editor; selecteer een frase; kies File > Extract selected TextGrid (preserve times); ga naar Objects venster; Rename naar troonredeJAARXN (bv troonrede2010h3 voor troonrede 2010, portie h, frase 3); ga naar Script-venster van tg2df2.praat; Run script; herhaal al deze stappen voor iedere frase.

Als je de nPVI zo over meerdere frasen berekend hebt, dan kan je ook een gemiddelde, standaarddeviatie en 95% betrouwbaarheidsinterval berekenen over je metingen (zie hieronder).
Bespreek de overeenkomsten en verschillen met de nPVI-waarden die genoemd worden in de leesstof.
Om het 95% betrouwbaarheidsinterval goed te berekenen, moet je de kritieke waarde gebruiken van de statistische grootheid t* met het juiste aantal vrijheidsgraden. Het aantal vrijheidsgraden is hier (N−1), d.i. het aantal observaties (frasen) minus 1. In de bijgaande figuur zie je bv. dat bij N=7 frasen, dus df=N−1=6, dan t*=2.45. Het 95% betrouwbaarheidsinterval is dan (gemiddelde − 2.45 × s ⁄ √N, gemiddelde + 2.45 × s ⁄ √N).

Overzicht van kritieke waarden voor t bij verschillende vrijheidsgraden, t.b.v. 95% betrouwbaarheidsinterval.

ma 28 okt: geen bijeenkomst

woe 30 okt: werkcollege 13

Afsluiting, terugblik, vragen, nabespreking.

Als je nog vragen hebt over de leesstof en/of colleges, stuur die dan bij voorkeur vooraf per email!

woe 30 oktober: practicum 6

Dit laatste practicum kan je nog gebruiken om achterstallige opdrachten uit te voeren en aan je practicumverslag te werken.

ma 4 nov 2013: tentamen

Het tentamen zal plaatsvinden op maandag 4 nov 2013, van 11:00 tot 13:00u, Drift 25, zaal 0.02.

Hieronder vind je een paar oefen-vragen uit eerdere tentamina.

  • 2. Wat is het verschil tussen klemtoon (stress) en accent?
  • 3. Ladd (1996) noemt vier hoofdkenmerken van de autosegmentele-metrische theorie van intonatie. Geef een korte beschrijving van tenminste 2 van die kenmerken, en vermeld daarbij ook de empirische evidentie voor de besproken hoofdkenmerken.
  • 4. Op grond van de bijgaande F0-contouren van Chinese intonatie beweert Xu (2005, p.237) dat "question intonation is independent of lexical tone". Licht dat toe aan de hand van de figuur (Xu, 2005, Fig.8.d, p.235; Q: question, S: statement, F: fall).
  • 6. Leg uit waarom het onderscheid tussen stress-timed en syllable-timed talen problematisch is.

woe 6 nov 2013: deadline practicum-verslag

Lever je verslag in op dezelfde wijze als de schrijfopdracht. Deadline is woensdag 6 november 2013, 23:59u.

Aandachtspunten practicumverslag

Streef naar maximaal 2 pagina's voor iedere wekelijkse opdracht, dus 10 pagina's totaal (ca 5000 woorden). Zorg voor foutloze spelling en correcte grammatica (zie mijn aanwijzingen voor taal en stijl).
Je schrijft een verslag, en niet een antwoord op een toets, en je moet dus aangeven wat je vraag (of opdracht) is. Beschrijf daarna je werkwijze in algemene termen, met samenvatting van belangrijkste overwegingen. Bijvoorbeeld: Het gebruikte analyse-script miste echter ook lettergrepen, vooral als die onbeklemtoond waren. Ik heb daarom handmatig 30 lettergreepmarkeringen toegevoegd in de lettergreeptelling (5% van totaal), waarvan de meeste bij onbeklemtoonde lettergrepen. Vermijd persoonlijke ontboezemingen en vermijd technische details van de hardware of software, tenzij die details relevant zijn voor je bespreking of conclusie. In figuren moet je aangeven wat de assen voorstellen, en geef een schaalverdeling bij de assen. Verwijs naar figuren vanuit de tekst.
Bespreek knelpunten en problemen die je tijdens je analyse bent tegengekomen. Bespreek je resultaten: wijken ze af van je verwachtingen? Is je vraag afdoende beantwoord? Waarom wel of niet? Trek heldere conclusies. Geef uiteraard een complete vermelding van al je geraadpleegde bronnen.

Verder lezen

Verder grazen

Overzicht collegeplank