Taal- en stijlfouten

 

Inleiding

Als je een werkstuk bij mij inlevert, dan moet dat uiteraard in foutloos Nederlands. Hieronder zie je een aantal veel voorkomende fouten die ik niet wens tegen te komen in je tekst. Controleer je werk op al deze punten.
Investeer ook in een goede schrijfwijzer en raadpleeg deze veelvuldig.

Taalfouten

spelling van werkwoordsvormen
Wat is de laatste letter van de werkwoordstam?
klinker: ik zwaai+Ø hij zwaai+T hij zwaai+DE hij heeft ge+zwaai+D
stemhebbende medeklinker: ik woon+Ø hij woon+T hij woon+DE hij heeft ge+woon+D
stemloze medeklinker: ik fok+Ø hij fok+T hij fok+TE hij heeft ge+fok+T
letter D: ik meld+Ø hij meld+T hij meld+DE hij heeft ge+melD+Ø
ik word+Ø hij word+T (hij werd) hij is ge+word+en
letter T: ik haat+Ø hij haaT+Ø hij haat+TE hij heeft ge+haaT+Ø
Zoek en onthoud de overeenkomsten en verschillen in dit schema.
Let goed op bij woordvormen die soms juist zijn in een andere context, maar toch fout zijn in de huidige context:
het onderscheidt onderscheid (zelfst.nw.), hij onderscheid onderscheidt (persoonsvorm).
de verdachte bekend bekent, hij heeft bekent bekend, het is bekent bekend, de cijfers zijn bekent bekend.
de koning bepaald bepaalt, hij heeft bepaalt bepaald, het is bepaalt bepaald, de grenzen zijn bepaalt bepaald.
iets gebeurd gebeurt, het is gebeurt gebeurd.
hij verkeerd verkeert, hij heeft verkeert verkeerd, het is verkeert verkeerd.
hij verrichte verricht+te zijn werk (persoonsvorm), het verrichtte verricht+Ø+e werk (bijvoeglijk voltooid deelwoord).

NB1: Stemloze medeklinkers zijn die van 't kofschip, d.w.z. P, T, K, F, S, G=CH. Alle andere medeklinkers zijn stemhebbend.
NB2: De werkwoordstam is het "hele werkwoord" minus de uitgang en, ook indien die stam soms anders gespeld wordt.
De stam van werkwoorden als durven, lozen eindigt dus in een stemhebbende medeklinker (V, Z), ook al wordt die soms gespeld als F resp. S. We spellen daarom hij durf+DE en hij loos+DE (tegenover hij maf+TE en hij was+TE).
hele hoge bomen
Als je heel gebruikt als bijwoord, bij het bijvoeglijk naamwoord hoge, gebruik dan de onverbogen vorm heel (vgl. waanzinnig hoge bomen). Als je het gebruikt als bijvoeglijk naamwoord, bij het zelfstandig naamwoord bomen, gebruik dan de verbogen vorm hele (vgl. hele en halve waarheden).
Er is dus een verschil tussen vers schoongemaakte haring en verse schoongemaakte haring.
het boek wat ik gelezen heb
Gebruik het onderschikkend voegwoord die, dat om terug te verwijzen naar bepaalde antecedenten (vrede, boek). Gebruik het onderschikkend voegwoord wie, wat bij onbepaalde of afwezige antecedenten (vgl. niets wat ik gelezen heb, of Ø wat ik nooit begrepen heb).
een aantal sprekers hebben
Het werkwoord moet het getal nemen van het enkelvoudige onderwerp aantal, dus gebruik hier het werkwoord in het enkelvoud.
de data is geanalyseerd
Het werkwoord moet het getal nemen van het meervoudige onderwerp data (meervoud van datum, gegeven), dus gebruik hier het werkwoord in het meervoud.
de boodschap communiceren
Voor mij is communiceren een intransitief (niet-overgankelijk) werkwoord, waar dus geen lijdend voorwerp bij hoort. Je kunt wel een boodschap overbrengen en (met elkaar) communiceren, maar je kunt niet een boodschap communiceren.
perceptueel
Het juiste adjectief (bijvoeglijk naamwoord) van perceptie is, heel eenvoudig, perceptief, net als bv. collectie—collectief, passie—passief. Laat je niet in de war brengen door het Engels (perception—perceptual), noch door andere afleidingen (visie—visueel, procent—procentueel).

Stijlfouten

nietszeggende woorden
Eén goed gekozen woord verdient de voorkeur boven een omschrijving met minder 'sprekende' woorden.
De president zorgde dat het voorstel niet uitgevoerd kon worden.
De president blokkeerde het voorstel.
wijdlopigheid
Schrijf bondig. Vermijd woorden en constructies met weinig inhoud.
Het is zo dat Tobias slaapt.
Het is een feit dat Tobias slaapt.
Zulke zinnen kan je meestal herschrijven naar de kernzin Tobias slaapt, zonder verlies van betekenis.
meer optimale oplossing, meest optimaal
Het woord optimaal is voor mij een overtreffende trap; het Latijnse optimus "best" is de overtreffende trap van bonus "goed". In het Nederlands heeft optimaal als kernbetekenis "hoogst, gunstigst". Naar mijn mening kan dus niets beter zijn dan optimaal. De uitdrukking meest optimaal vind ik een pleonasme.
non sequitur
Deze Latijnse frase betekent ongeveer "het volgt niet".
Deze fout ontstaat als een bewering niet logisch volgt uit de voorafgaande beweringen. Dat gebeurt vaak omdat je denkstappen overslaat die voor jou vanzelfsprekend zijn, maar voor de lezer niet.
Voorbeeld: Van Alkmaar naar Utrecht is 65 km, en van Utrecht naar Eindhoven is 75 km, dus van Alkmaar naar Eindhoven is 140 km. De conclusie in deze redenering is toevallig juist, maar volgt niet logisch uit de voorafgaande beweringen. Er ontbreekt nog een essentiële stap in de redenering: Alkmaar, Utrecht en Eindhoven liggen op een vrijwel rechte lijn. In een wetenschappelijk betoog moet je die tussenliggende stappen meestal expliciteren.
Ter illustratie een onjuiste redenering: Van Alkmaar naar Den Haag is 70 km, en van Den Haag naar Utrecht is 55 km, dus van Alkmaar naar Utrecht is 125 km. Deze conclusie is onjuist.
in het Nederlands
Vermijd onnodig Engels in een Nederlandse tekst. Bijna altijd is er een goede vertaling mogelijk: punt (item), onderwerp (issue), afspraak, overeenkomst (deal), artikel (paper), toets (test), oproep (call), enz.enz. Overweeg zulke Nederlandse alternatieven, bv. uit deze woordenlijst van 2400+ Engelse termen.
geen SMS-taal
Een academisch werkstuk is geen SMS-bericht. Gebruik de juiste conventies voor het genre.
Woorden moet je uitgespeld schrijven (eens even wachten), en niet fonetisch of als rebus (is ff w88).

Opmaak

Vermeld op de eerste pagina altijd de volgende informatie:
  • titel,
  • naam en studentnummer en UU-mail-adres,
  • datum,
  • je opleiding,
  • het soort werkstuk (paper voor cursus, BA eindwerkstuk, MA thesis, enz).
Houd ook rekening met de volgende minimale eisen aan de opmaak (lay-out) van je tekst:
  • standaard papierformaat: stel je document in op A4 (210×297 mm);
  • ruime kantlijnen (margins): minstens 2.5 cm (1 inch) rondom;
  • voldoende regelafstand: minstens 1.5 regel;
  • standaard lettertype (is beter leesbaar);
  • voldoende groot lettertype: liefst 12 pt;
  • genummerde pagina's.

Bronvermeldingen

Wat je beweert in een academisch werkstuk is ten dele gebaseerd op het werk van eerdere onderzoekers. Daarop voortbouwend lever jij een eigen intellectuele bijdrage. Voor de argumentatie van jouw bijdrage is het van groot belang om de gebruikte bronnen correct te vermelden. Er zijn verschillende voorschriften in omloop over hoe je moet verwijzen naar die gebruikte bronnen (boeken, artikelen in tijdschriften en kranten, webpagina's, enz.). Houd je strikt aan één voorschrift, zoals vereist door je docent of uitgever of door de traditie van je vakgebied. In de bibliotheek of op internet kan je de precieze regels vinden. De meest gebruikte voorschriften (stijlen) zijn:
  • MLA (geesteswetenschappen, literatuur)
  • APA (gamma-wetenschappen, waaronder psychologie)
  • IEEE (beta-wetenschappen, ook "engineering" en informatica)
  • Chicago Manual of Style (populair in Noord-Amerika)
Deze stijlvoorschriften betreffen niet alleen je bronvermelding (bibliografie), maar ook tekststructuur, opmaak, citaten, enz.

Beoordeling

Je werkstuk zal vooral worden beoordeeld volgens de hieronder genoemde criteria, voor zover van toepassing. Je kunt bij het schrijven al rekening houden met die criteria.

Verder lezen en grazen