Het Multiculturele Voordeel: Meertaligheid als Uitgangspunt

We spreken niet met één tong en niet met één stem

Taalverarming: de humuslaag is verdwenen

Nederland is een open land, behalve als het gaat om meertaligheid

Het overheidsbeleid is: de exoot moet dood

Twintig procent van de kinderen in de grote stad heeft een diploma ver beneden zijn potentie

Taalbeschouwing stimuleren, binnen en buiten het gezin

Voetbal illustreert de interne differentiatie van de nationale eenheidsstaat

Taal is eigenlijk een Zwitsers zakmes. Maar een echt mes snijdt veel beter

De wetenschap heeft de politiek in de steek gelaten

Meertaligheid moet niet de doelstelling zijn

Petje af voor veel leerkrachten

Waar zijn de taalwetenschappers?

Allochtone kinderen hebben recht op hun taalachterstand

Meertaligheid begint bij jezelf, bij ons allemaal

Multiculturaliteit moet in alle vakken op de Pabo

De eigen taal: het gaat niet over de prestaties, het rendement, het gaat over het leven

Alle migrantenouders willen dat hun kinderen Nederlands leren

Het Nederlands is in Nederland de taal waarmee men maatschappelijk functioneert

Een meertalige bevolking vormt een sociaal-economisch voordeel

Taalwetenschap en taalbeschouwing binnen het onderwijs

MANIFEST

Ondertekenaars

 

Verslag Debat

23 juni 2000

Trippenhuis

Amsterdam

 

Gemaakt door Studio Taalwetenschap

 

Openingswoord

Dr. Hans Bennis, directeur Meertens Instituut

Inleidingen

Achterstand en Verschil: Prof. dr. Pieter Muysken, Hoogleraar Talen en Culturen van Latijns Amerika, Universiteit Leiden

Rechten en Plichten: Prof. dr. Guus Extra, Hoogleraar Taal en Minderheden, Katholieke Universiteit Brabant

Taal en Onderwijs: Dr. Jacomine Nortier, coördinator TCULT, Universiteit Utrecht

 

 

Panelleden

Prof. dr. René Appel, Hoogleraar Verwerving en Didactiek van het Nederlands

als Tweede Taal, Universiteit van Amsterdam

Drs. Judith Belinfante, Lid Tweede Kamer, PvdA

Drs. Rob Dekker, Dienst Stedelijk Onderwijs, Rotterdam

Prof. dr. Kees de Glopper, Hoogleraar Onderwijskunde, Universiteit van Amsterdam

Dr. Hetty Kook, Onderwijsinspectie, Primair Onderwijs

Drs. Mohamed Rabbae, Lid Tweede Kamer, GroenLinks

 

 

 

 

Hans Bennis Openingswoord

De aanleiding voor het manifest Het Multiculturele Voordeel: Meertaligheid als Uitgangspunt is de maatschappelijke en politieke onrust rond het thema multiculturaliteit. De media hebben veel aandacht besteed aan het ‘multiculturele drama’. Taal speelt in deze discussie een centrale rol, maar de taalkunde is tot nu toe vrijwel onzichtbaar gebleven.

De opstellers van het manifest vormen het team van coördinatoren van TCULT, een onderzoeksproject naar de Talen en Culturen in het Utrechtse Lombok en Transvaal. Het manifest is met veel bijval ontvangen in taalkundig Nederland. Zo’n honderdvijftig taalkundigen hebben het ondertekend.

Het debat is georganiseerd door de opstellers van het manifest, door de Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap, en door Studio Taalwetenschap. Het doel is taalkundige visies en andere opvattingen over meertaligheid met elkaar te confronteren. Het is slechts een begin van een gesprek tussen maatschappelijke en wetenschappelijke specialisten over de rol van taal in de multiculturele samenleving.

Het panel is breed samengesteld met vertegenwoordigers uit de politiek (Judith Belinfante en Mohamed Rabbae), het onderwijs en onderwijsbeleid (Hetty Kook en Rob Dekker), en uit de wetenschap (René Appel en Kees de Glopper).

 

 

Pieter Muysken Achterstand en Verschil

De taalkunde spreekt niet met één tong, en ook niet met één stem. Toch geloven wij dat het belangrijk is om dit debat aan te gaan, om taalwetenschappelijke inzichten met u te delen.

Kijk naar voetbal. Het EK is het feest van de nationale eenheidsstaat, maar kijk je naar de voetballers wanneer ze het volkslied zingen, dan zie je dat ze dat lied op heel verschillende manieren beleven. En nu spelen ze tegen voetballers met wie ze in september weer een clubelftal vormen. Voetbal illustreert de interne differentiatie van de nationale eenheidsstaat.

Activiteiten van de nationale eenheidsstaat zijn allang internationaal geworden. In feite functioneert iemand niet alleen maar als Nederlander, maar ook als een specifiek soort Nederlander, en niet alleen maar binnen Nederland, maar ook binnen een veel groter geheel.

Het is onze taak om deze interne differentiatie en dit onderdeel-binnen-een-groter-geheel te vertalen in taalbeleid.

Het is belangrijk de meertaligheid van onze samenleving niet te zien als een verstoring van de eenheidstaal, maar als een uitgangspunt aan de hand waarvan onderwijs en beleid moeten worden georganiseerd.

 

Achterstand en Verschil. Een aantal punten.

In Istanbul is een Duitstalige universiteit opgericht voor teruggekeerde Turken, de zogenaamde Rückkehrer. Deze Turkstalige Duitsers of Duitstalige Turken zijn vloeiend tweetalig. Zij vormen een klasse van tussenpersonen, een schakel in het intensieve economische samenwerkingsverband tussen Duitsland en Turkije. Tussen Nederland en Turkije bestaan er vergelijkbare culturele, economische en toeristische banden.

De Verenigde Staten zijn in NAFTA-verband handelsbetrekkingen met Mexico en met Zuid-Amerikaanse landen aangegaan. Goedopgeleide Spaanstalige Amerikanen spelen hierin een cruciale rol, in weerwil van protesten van bewegingen als English First of Only English.

Deze situaties illustreren het belang van een meertalige bevolking. In potentie vormt een meertalige bevolking een sociaal-economisch voordeel.

Welke rol speelt het gezin bij de taalontwikkeling? Het is een gegeven dat veel kennis van taal niet specifiek aan één taal gebonden is. Veel van de cognitieve en psychologische processen die samenhangen met het leren van taal gaan voorbij aan de specifieke taal die het kind leert spreken.

Kinderen uit hooggeschoolde Oost-Europese gezinnen, bijvoorbeeld, verwerven het Nederlands zeer snel, ook al spreken de ouders geen Nederlands. Deze gezinnen kenmerken zich door een hoge mate van geletterdheid, veel scholing in algemene zin. Het hoeft dus geen probleem te zijn wanneer er thuis geen Nederlands gesproken wordt. Het is wel een probleem wanneer er binnen een gezin niet veel aan taal gedaan wordt.

Het is de taak van de overheid taalbeschouwing te stimuleren, zowel binnen als buiten het gezin. Het gezin mag niet buitenspel gezet worden.

 

Guus Extra Rechten en Plichten

Om pedagogische redenen is het sterk aan te raden dat ouders hun kinderen opvoeden in de taal die ze zelf het beste spreken. Erkenning van deze thuistaalrechten begunstigt tegelijkertijd de inzet om Nederlands te leren. Ethisch gezien, tenslotte, heeft iedereen recht op gelijke behandeling, d.w.z. zowel sprekers van autochtone als allochtone minderheidstalen.

In Zweden heeft in 1976 een publiek en parlementair debat geleid tot thuistaalwetgeving. Directeuren van scholen zijn verplicht jaarlijks te inventariseren welke talen kinderen thuis spreken, en welke wensen de ouders hebben ten aanzien van onderwijs in deze talen.

In de Scandinavische landen krijgen leerlingen geen cijfer voor "taal", maar voor Zweeds of Noors, en, indien van toepassing, voor vorderingen in de eigen taal. Dit zou ook in Nederland moeten gaan gebeuren.

In Nordrhein-Westfalen heeft de minister van onderwijs, Gabriele Behler, onlangs Turkse ouders opgeroepen met hun kinderen de taal te spreken die ze zelf het beste beheersen, en tevens te investeren in het leren van Duits. Meertaligheid is daar een doelstelling van het onderwijs en vorderingen in de eigen taal worden ook als schoolsucces erkend. Er zijn uitgebreide voorzieningen voor onderwijs in twee talen.

In Australië propageerde in de jaren ‘70 de immigratiepolitiek het Engels als de thuistaal. Immigranten werden geacht hun moedertaal op te geven als teken van integratie. Nu wordt in Victoria State (Melbourne) het tegenovergestelde ondersteund. Op school kiezen alle leerlingen een tweede taal, een Language Other Than English. Er is nu publieke steun en overheidssteun voor minderheidstalen. Net als in Nederland is in Australië deze taal thuis soms heel vitaal en soms heel zwak.

In januari 2000 organiseerde de Europese Culturele Stichting een internationaal symposium over dit thema waarbij Europese landen hun ervaringen uitwisselden op het gebied van meertaligheid.

 

Jacomine Nortier Taal en Onderwijs

Laatst sprak ik een Marokkaanse moeder. Zij beklaagde zich over de manier waarop men op school over meertaligheid denkt. Als haar zoon het even wat minder doet, last heeft met rekenen of met taal, of concentratieproblemen heeft, is de reactie van de leerkracht steevast: "Ja, uw zoon is tweetalig, dat is ook niet makkelijk voor een kind!"

Dit raakt aan de kern van het probleem.

Maar tweetaligheid is niet slecht, nadelig of uitzonderlijk.

De wetenschappelijke literatuur geeft argumenten voor de stelling dat meertaligheid niet tot achterstand leidt, soms zelfs tot voorsprong.

Is het slecht voor het Nederlands van anderstalige kinderen om in hun moedertaal onderwijs te krijgen?

In Leiden en Enschede is geëxperimenteerd met transitioneel onderwijs: de moedertaal wordt als voertaal gebruikt, en maakt geleidelijk plaats voor het Nederlands. Deze methode benadeelde niet de verwerving van het Nederlands. René Appel heeft hierover gepubliceerd.

Vergelijkbare resultaten komen ook uit onderzoek van J. Cummins en M. Swain naar Frans-Engels taalonderwijs in Canada. Cummins' ideeën over de overdraagbaarheid van linguïstische en cognitieve vaardigheden van moedertaal naar tweede taal zijn invloedrijk geweest in Nederland.

En wat zijn de gevolgen van meertaligheid op andere terreinen dan taal? A.D. Ianco-Worrall (1972) liet zien dat tweetalige kinderen vroeger zijn met abstract denken dan eentaligen. Vergelijkbare resultaten komen uit onderzoek van E. Bialystok in de jaren ‘80. In 1962 werd al door E. Peal en W.E. Lambert aangetoond dat tweetalige proefpersonen beter scoorden op verbale en non-verbale intelligentietesten dan eentaligen. De proefpersonen waren tien jaar oude, Frans- en Engelssprekende Canadese kinderen. De controlegroep bestond uit Franssprekende kinderen.

Ook blijkt er een positieve relatie te zijn tussen tweetaligheid en creatief, probleemoplossend denken. En het leren van vreemde talen is voor tweetaligen makkelijker dan voor eentaligen, en leidt tot betere resultaten.

Wetenschappelijk gezien is tweetaligheid dus een verrijking, met cognitieve voordelen.

Negatieve gevolgen van meertaligheid komen vaak voort uit een gebrekkige beheersing van de moedertaal. Een zich volwaardig ontwikkelende moedertaal lijkt dus een voorwaarde voor meertaligheid.

Onderzoek van Cummins heeft ook uitgewezen dat het van groot belang is dat de instructietaal op school, in ons geval het Nederlands, al bekend is voordat die taal als instructietaal gebruikt gaat worden. Begin dus vroeg met het Nederlands. Hoe eerder het contact met het Nederlands begint, hoe beter. Maar het Nederlands mag niet in plaats van de moedertaal/thuistaal komen, het mag geen volledige onderdompeling in het Nederlands zijn.

  1. Het TRIAS-project, ontwikkeld in Rotterdam door het Projectbureau. TRIAS stimuleert bij kleuters de ontwikkeling in de eigen taal, en ondersteunt tegelijkertijd de verwerving van het Nederlands. Deze methode is bedoeld voor anderstalige kinderen die hun moedertaal beter beheersen dan het Nederlands. De resultaten die met dit programma worden bereikt zijn veelbelovend.
  2. Op verschillende basisscholen is geëxperimenteerd met pre-teaching lessen: kinderen worden in hun eigen taal voorbereid op wat ze vervolgens in het Nederlands krijgen aangeboden. Op die manier ontwikkelen ze hun moedertaal èn hun cognitieve vaardigheden.
  3. De kopklassen in Utrecht. Basisschoolkinderen met een VMBO-advies komen na een jaar in een speciale klas (kopklas) op de Havo of het Vwo terecht. In NRC Handelsblad van 10 juni 2000 stond een uitgebreid artikel over de kopklas.

In het algemeen laten deze projecten ons zien dat het ook zeer leerzaam is naar succesvolle leerlingen te kijken. Waarin onderscheiden succesvolle leerlingen zich van hun minder succesvolle klasgenoten? Daar zou een analyse van gemaakt moeten worden. Kunnen we met die kennis minder succesvolle leerlingen helpen?

Wat de ondersteunende functie betreft moet opgemerkt worden dat in veel gevallen de taal in kwestie thuis helemaal niet gesproken wordt, zoals het Arabisch in Berbergezinnen, of het Portugees bij Kaapverdianen. Hoe kan de functie dan ondersteunend zijn? Wij kunnen het ons hier misschien moeilijk voorstellen, maar voor veel Marokkanen is het ondenkbaar dat er op school Berber wordt geleerd. Misschien is het nog het best te vergelijken met het leren van Amsterdams of Achterhoeks voor Nederlanders. Het kan nog zo hard de moedertaal zijn, mensen geloven nou eenmaal niet dat de kansen op een mooie toekomst beter worden door het leren ervan. Wat langzamerhand wel geaccepteerd wordt, is dat het gebruik van het Berber een instrument kan zijn om andere vaardigheden te leren, zoals het Arabisch, de standaardtaal van Marokko. Er zijn nu ook projecten, bijvoorbeeld bij het School Advies Centrum in Utrecht, die gericht zijn op het gebruik van de moedertaal (dus ook Berber) bij methodes voor onderwijs in eigen taal. Dit is een goede zaak die aandacht en ondersteuning verdient.

Samenvatting Reacties Panelleden en Zaal

 

1. Meertaligheid: Vloek of Zegen?

 

2. Meertaligheid: Rechten en Plichten

 

3. Meertaligheid: Politiek en Overheid

 

4. Meertaligheid: Onderwijs

 

5. Meertaligheid: Gezin

 

6. Meertaligheid: Cognitieve Ontwikkeling

 

7. Meertaligheid: Leer-/taalachterstand

 

8. Meertaligheid: (Taal)wetenschap