Inleiding

 

‘Nearly Extinct Language’. Zo troffen wij het Jiddisch aan op het Internet. Hoe komt het dat een taal die zo duidelijk bij een cultuur en een bevolkingsgroep hoort, op sterven na dood is? Probeert iemand deze ontwikkeling tegen te houden? Hoe is het Jiddisch eigenlijk ontstaan en wat is het precies? In dit essay hebben wij geprobeerd deze vragen (zij het oppervlakkig) te beantwoorden. We hopen dat het voldoende is om de lezer te overtuigen dat deze taal niet mag verdwijnen!

 

 

Maike Hellings

Annemarie Eikelboom

Tjarda Hesselink

Jeltje Driessen


Het ontstaan van het Jiddisch

 

Het Jiddisch een mengeling van Hebreeuws en hoog Duits. Tevens bevat het Romaanse en Slavische elementen en het komt van het Judisch. Het Hebreeuws komt uit de Afro-Aziatische taalfamilie en is een van de semitische talen. Het Duits is een taal die komt uit de Indo-Germaanse taalfamilie en behoort tot de West-Germaanse taalgroep.

 

De traditionele taal van de Ashkenazim, dat zijn joden van centraal-Europese

afkomst, ontstond aan de oevers van de Rijn en vooral de Donau. Dit gebeurde ongeveer duizend jaar geleden, toen de eerste bewoners hun Hebreeuws mengden met het Aramees en een klein beetje Romaans. Ook werden er enkele variaties van het lokale Duits aan toegevoegd.

Hun nieuwe joodse beschaving stond bekend onder de naam Ashkenaz. De term betekende in het begin “Duitsland”, maar later duidde het alle aangrenzende landen aan, die gesticht waren door de Ashkenazim, en tenslotte, hun cultuur. Al vanaf vroege tijden maakte de Ashkenazim zich los van de ineenstortende centrums van het rabbijnse gezag in het nabije oosten en ontwikkelde verder autonome lijnen. De symbolische onafhankelijkheidsverklaring van het oosten was het bevelschrift tegen polygamie, verschenen bij de millenniumwisseling door Rabeynu Gershom (960-1028).

Jiddisch is een van de drie Ashkenazische talen die deel uitmaken van een drietalig geheel, waar ook de talen Hebreeuws en Aramees toe behoren, die naar centraal Europa werden gevoerd door de eerste Ashkenazische bewoners. Jiddisch was de inheemse taal. Alle drie de talen werden gebruikt voor het schrijven: het Jiddisch aanvankelijk voor wereldlijk werk en particuliere communicatie; het Hebreeuws voor gemeentelijke correspondentie, voor bijbelse commentaren en een grote reeks van genres; het Aramees tenslotte voor de twee ‘meest geleerde’ genres: wettige verhandelingen (vooral commentaren over de Talmud en over andere commentaren) en Kabbalah (joodse mystiek).

Een serie van catastrofale vervolgingen, waaronder de kruistochten (vanaf 1096), de Rindfleisch moorden van 1298, de oproeren die het gevolg waren van de pest (1348-9) en een stel bloedbaden droegen bij tot een toegenomen migratie. Vele Ashkenazim emigreerden naar de Slavische en Baltische landen, die tolerant waren met betrekking tot rassen en religies. In het ‘nieuwe Ashkenaz’ van Oost-Europa kreeg het Jiddisch zijn Slavische component.

Op zijn geografische hoogtepunt in de zestiende eeuw strekte het Jiddisch zich uit van Nederland en ItaliŽ in het westen, tot diep in Rusland in het oosten. Het westelijke Jiddisch, de oudere tak, omvat het noordwestelijke (Nederland, Noord-Duitsland en Denemarken), het middenwestelijke (centraal Duitsland) en het zuidwestelijke Jiddisch (Elzas, Zwitserland, Zuid-Duitsland). Het oostelijke Jiddisch heeft ook drie grote dialecten: het noordoostelijke (Litouwen, Letland; modern Litouws), het middenoostelijke (Polen, Hongarije; modern Pools) en het zuidoostelijke Jiddisch (OekraÔne, RoemeniŽ; modern OekraÔns).

Vanaf 1500 begon het oostelijke Jiddisch aan zijn opmars, om tenslotte de dominante tak te worden. In het westen eisten de lagere bevolkingsconcentraties en de wrijving met Duitsland zijn tol, vooral in de achttiende eeuw. Laat in die eeuw voerde de ‘Berlijnse Verlichting’ van Moses Mendelssohn en zijn volgelingen, die het Jiddisch verachtte en probeerde het te vernietigen, omdat het als joodse verwachtingen voor integratie werd gezien, een campagne tegen de taal. Het westelijke Jiddisch kromp en stierf op grote schaal uit, hoewel ‘eilanden’ werden ontdekt in de jaren ’50 van de negentiende eeuw in Zwitserland. Individuele sprekers van het Nederlandse Jiddisch en het Jiddisch uit de Elzas overleefden tot in het eind van de twintigste eeuw.

Het oostelijke Jiddisch daarentegen maakte een linguÔstische, literaire en demografische ontwikkeling door. In de jaren rond 1880 waren in de hele wereld zeven miljoen Ashkenazim te vinden, met de grootste concentraties in de Russische en Oostenrijks-Hongaarse rijken. Dit zijn de gebieden van de drie oostelijke dialecten (die ook de drie dialecten zijn die tegenwoordig nog gehoord worden). Massieve migratie bracht het Jiddisch naar alle continenten van de wereld.

 

 


De typologie van het Jiddisch

 

Het Jiddisch is ontstaan uit twee talen. Dat heeft gevolgen voor alle aspecten van de taal. Men zou kunnen zeggen dat ťťn van de gevolgen is, dat het een creooltaal is. De sprekers van deze taal zullen dit echter niet in dankbaarheid afnemen: zij willen hun taal zien als een volwaardige, onafhankelijke taal, en willen daarom niet als creooltaal-sprekers betiteld worden.

 

Morfologie

 

Deze taal heeft zijn eigen typologie ontwikkeld. Onmiskenbaar is dat deze typologie deels uit het Hebreeuws en deels uit het Duits is overgenomen.  Flecterende kenmerken zijn te vinden bij

*het vormen van het meervoud; dit wordt gedaan door zowel Hoog-Duitse als Hebreeuwse uitgangen te gebruiken (bv –er resp. –im).

*de conjugatie; dit wordt ook door middel van semitische en germaanse affixen gedaan. Bv ‘redden’ ratyvyst, ratyvyt, ratyvyndik, gratyvyt (=> hebreeuwse uitgangen)

                        ‘staan’ schtech, schtechst, schtechn, geschtochn (=> duitse uitgangen)

*het gebruik van affixen voor het aangeven van comparatief en superlatief.

Isolerende kenmerken komen echter ook voor, en wel bij

*de afwezigheid van naamvallen;

Samengestelde woorden worden gevormd op de germaanse manier, ook als het hebreeuwse woorden betreft.  Bv ‘doodsvijand’ is in het Jiddsich ‘dam-soiny’ (letterlijk ‘bloed-vijand’). In het Hebreeuws zou dit echter ‘bloed van een vijand’ betekenen.

Wat sterke en zwakke werkwoorden betreft: sinds de Middeleeuwen heeft het Jiddisch zijn eigen weg gevolgd. Het werkwoord ‘niesen’, dat toen sterk was, is in het Duits zwak geworden, maar is in het Jiddisch nog steeds sterk: ‘gynosn’

 

Fonologie

 

                Aan het contact met vele talen heeft het Jiddisch een brede erfenis aan fonologische kenmerken over gehouden. Omdat het Jiddisch ten tijde van het Middel-Hoog Duits is ontstaan, heeft het zich ontwikkeld vanuit de uitspraak van die tijd. Deze ontwikkeling is niet hetzelfde gelopen als die van het Middel-Hoog Duits naar het huidige Duits. Bv Middel Hoog Duits ‘tavel’ (tafel)  is ‘tuvl’ geworden., en ‘pfšrt’ (paard) ‘feierd’.

Ook consonanten zijn veranderd: MHDuits ‘buter’ (boter) is in het Jiddisch ‘pjter’.

 

Syntaxis

 

            Hier zien we weer Hebreeuwse elementen terug. Hoofd- en bijzin hebben bijvoorbeeld dezelfde woordvolgorde.

 

Semantiek

 

            Opmerkelijk in de semantiek is dat woorden uit de Mischna worden overgenomen, maar van betekenis veranderen.  Het jiddische woord ‘batlyn’ betekent  in de Mischna ‘iemand die vrije tijd heeft’, maar wordt in het Jiddisch gebruikt voor ‘een naÔef iemand’.

           

 

Wat is de oorzaak van het uitsterven van Jiddisch?

 

Jidisch is een van de drie traditionele talen van de Ashkenazim, De Joden van Centraal-Europese afkomst. De taal is ongeveer duizend jaar geleden ontstaan en werd gebruikt voor de particuliere communicatie.

            Door de vervolgingen door de eeuwen heen verspreidde de Joden zich over heel de wereld.  Door die migratie werd de taal ook over allerlei landen verspreid, zoals Duitsland, Nederland, Italie, Rusland, Zwitserland, Denemarken. Door de variatie in gebieden is er binnen de taal ook een variatie ontstaan. De twee hoofd takken die zijn ontstaan zijn het Westelijk en het Oostelijk Jiddisch. Door sociale, economische, politieke en geografische ontwikkelingen is de taal ook veranderd. De ontwikkeling van het Jiddisch zodanig negatief, dat het Jiddisch nu tot de bedreigde talen hoort

 In de 18e eeuw liepen de conflicten tussen Duitsland en de Joodse bevolking hoog op. Zelfs zo hoog, dat er op een gegeven moment campagne tegen het Jiddisch gevoerd werd., omdat men vond dat het in stand houden van de taal integratie in de weg zou staan. Vanzelfsprekend heeft dat een negatieve invloed op de taalontwikkeling. Daarbij komt nog dat rond 1850 in het westen van Duitsland de bevolkingsconcentraties van Joden zo laag dat er langzamerhand een verschuiving begon plaats te vinden van het Jiddisch als hoofdtaal naar het Duits als hoofdtaal. Het was voor de Joodse bevolking moeilijk om in de gebieden met lage bevolkingspercentages constant Jiddisch te spreken. Men was genoodzaaakt om Duits te spreken, omdat men in het dagelijks leven was aangewezen op de Duitse voorzieningen. Dit proces vond op grote schaal plaats afhankelijk van de regio, de periode en de sociale en economische omstandigheden. Aan het eind van de twintigste eeuw waren er nog genoeg mensen te vinden di het Jiddisch beheersten, maar tegenwoordig is het proces van de negatieve taalontwikkeling(de taalverschuiving) zo ver gevorderd dat het Jidisch tot de bedreigde talen behoort.

 Door de sociale en economische veranderingen in Europa zijn sprekers van het Jiddisch de laatste jaren sterk afgenomen. Een economische oorzaak is de economische groei en de waarde die tegenwoordig gehecht wordt aan hoogopgeleiden. Wil een allochtoon meegaan met de moderne maatschappij dan zal hij genoodzaakt zijn de hoofdtaal van het land te beheersen. Door die economische en sociale druk is er een verschuiving van het Jiddisch als hoofdtaal naar het Duits of Russisch of  Italiaans geweest(afhankelijlk van het woonachtige land).  Dit proces is zo goed als voltooid. Kinderen leren van hun ouders niet alleen of helemaal geen Jiddisch, maar Duits of een andere hoofdtaal, omdat de ouders zich goed bewust zijn van het belang ervan. In de vergevorderde toestand verdwijnt de vraag naar Jiddische scholen ook. En dat is het punt waarop de taal zo goed als uitgestorven is, want als er geen mensen meer zijn die de taal leren dan verdwijnt de taal als communicatiemiddel. Er bestaan nu nog wel Jiddische scholen verdeeld over allerlei continenten, maar zij zijn bij wijze van spreken op een hand te tellen.

 Er zijn groeperingen binnen de Joodse gemeenschap die het Jiddisch proberen in stand te houden. Zolang er genoeg mensen hun best voor doen, is er enigszins nog hoop, maar als niemand er zich meer voor inzet dan is het Jiddisch een verloren zaak.


Het voortbestaan van het Jiddisch

 

Sinds het Internet ervoor zorgt dat mensen over de hele wereld met elkaar in contact staan, lijkt het Jiddisch te herleven. Toch is dit niet alleen aan computers en moderne technologie te danken. Er zijn vele individuen en instanties die zich inzetten voor het voortbestaan van het Jiddisch - zoals het Yiddish Theater – maar het is het Internet dat deze mensen en instanties met elkaar in contact brengt. Zo zijn er bijvoorbeeld vele Jiddische websites op Internet te vinden.

Een van de organisaties die zich als doel heeft gesteld de Jiddische taal en

cultuur voort te laten bestaan en die probeert om kennis hierover en waardering hiervoor te verspreiden is het “Dor Hemsheh Ohavei Yiddish”. Deze instantie die opereert vanuit IsraŽl en over de hele wereld wordt gesteund, levert financiŽle en allerlei andere mogelijke soorten steun aan een reeks van onderwijskundige, literaire en recreatieve activiteiten in IsraŽl.

Ook het YIVO Institute for Jewish Research draagt haar steentje bij; opgericht in Polen aan het begin van de 20ste eeuw en in de jaren veertig verhuisd naar New York City, bestudeert de ontwikkeling van de Jiddische taal in een poging deze Oost-Europese cultuur voort te laten bestaan.

Ook zijn er de afgelopen jaren wereldwijd ettelijke Jiddische festivals gehouden. Zo wordt er bijvoorbeeld jaarlijks het Annual International Yiddish Festival georganiseerd.

Het “Spoken Yiddish Language Project”

Dit project maakt deel uit van een poging op de lange termijn om gesproken taal van Jiddische sprekers vast te leggen, te bewaren en toegankelijk te maken voor eenieder die hierin geÔnteresseerd is. Meer dan 6000 uur aan opnamen van gesproken Jiddisch zijn gedurende een periode van meer dan 50 jaar verzameld, met als doel het realiseren van een  taalkundige “Atlas of Ashkenezic Yiddish across Europe”.Aanleiding voor dit project was de uitroeiing van het grootste gedeelte van

de Europese joden gedurende de Tweede Wereldoorlog. Omdat hierna onder de overlevenden veel sprake was van emigratie, werd het van het grootste belang

beschouwd om deze cultuur te documenteren nu er nog betrouwbare informatie van deze migranten te verkrijgen was. De verzameling werd begonnen door Professor Uriel Weinreich, hoofd van het Department of Linguistics aan Columbia University. Professor Mikhl (Marvin) Herzog zette het project na de dood van dr. Weinreich voort. De opnamen, pas geleden gedoneerd aan de bibliotheek van Columbia University, zijn vaak in erg slechte staat en subsidie voor het restaureren en onderhouden ervan zijn aangevraagd. De verzamelde opnamen vormen nu het “Language and Cultural Archive of Ashkenezic Jewry” (LCAAJ) wat zich in de Butler Library van Columbia University in New York bevindt.

Of er nog wel een toekomst is voor de Jiddische taal en cultuur? Met het Internet, dat de mensen die deze rijke traditie in stand willen houden met elkaar in contact brengt, is het Jiddisch verzekerd van een gouden toekomst, zijn verleden waardig.