Samenvatting CKI-10 22-1

Max-Planck-Institute for Psycholinguistics voor Research en Technical Facilities

door dhr. Wittenburg (als ik het allemaal goed begrepen heb)

Dhr. Wittenburg werkt bij het Max-Planck-Institute for Pscyholinguistics in Nijmegen. Dit instituut houdt zich bezig met wat er allemaal gebeurt in de hersenen. Het instituut is ingedeeld in zeven groepen.

De eerste groep onderzoekt hoe kinderen taal leren en hoe volwassenen taal leren (oftewel: hoe mensen taal leren). Deze groep heet de Acquisition Group. Een voorbeeld van wat er onderzocht wordt is: Er zijn verschillende soorten As. Zo verschilt een Chinese A bijvoorbeeld heel erg van een Nederlandse A. Als kinderen drie maanden oud zijn kunnen ze verschillende As wel onderscheiden, maar als ze acht maanden oud zijn kunnen ze deze ineens niet meer uit elkaar houden. Hoe kan dit?

De tweede groep heet de Comprehension Group. Deze groep onderzoekt wat er gebeurt als je taal begrijpt. Ze kijken hoe het lexicon eruit ziet.

Groep drie heet de Production Group. Zij onderzoeken wat er gebeurt bij het praten. Hoe gaat een groot idee in je hoofd naar enkele zinnen, naar woorden, naar klanken? Hierbij wordt vooral gebruik gemaakt van versprekingen: we plannen iets, en als we eenmaal bezig zijn met het geplande kan het niet meer gewijzigd worden, net als het afschieten van een kogel: als je eenmaal de trekker hebt overgehaald kun je hem niet meer van richting veranderen.

De vierde groep heet Language and Cognition. Hier wordt gekeken naar de onderliggende relatie tussen taal en denken: is denken talig?

De Neurocognition Group is de vijfde groep. Deze groep kijkt in de hersenen met behulp van MRI, MEG en EEG. Langzaam gaat nummer vijf over in nummer 6, die F.C. Donders Center for Neuro-imaging heet.

De laatste groep is de Inter-facultaire Werkgroep Taal en Spraak. Zij geven een werkgroep bij de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Hoe het er aan toe gaat bij het Max-Planck-Institute for Psycholinguistics is in het volgende diagram te zien:

Dhr. Wittenburg is directeur van de Technical Group. 62 % van de Technical Group wordt besteedt aan Support, 32 % aan Development en 6 % aan Overhead.

Alles wat opgenomen wordt (zowel op video als op audio) wordt bij binnenkomst direct digitaal opgeslagen. Alles wordt dus digitaal bekeken of beluisterd. Alles is nog heel experimenteel, maar omdat de software heel goed is is alles toch veel nauwkeuriger, want je hoeft natuurlijk alleen maar de muis te gebruiken.

Er wordt veel opgenomen. Zo hebben in een huis geruime tijd vier cameras gehangen om de kinderen te bestuderen bij alles wat ze deden, om te kijken waar ze van leren. Deze videobanden worden bekeken door Student Assistenten, die de beelden kunnen verkrijgen door ze op te halen via een groot intranet. De beelden zijn overigens ook op het web te bekijken, op www.mpi.nl/DOBES.

Om metadata te standaardiseren wordt vaak gebruik gemaakt van ISO-standaards, maar daar zitten lang niet alle talen nin. Een andere optie is dan Ethnographic, waar 4000 talen inzitten. Het Max-Planck-Institute heeft iets anders ontworpen: ISLE. Dit staat voor International Standard for Language Engineering. Wat dit allemaal inhoudt is te zien op www.mpi.nl/ISLE.

Toen wilde dhr. Wittenburg nog iets vertellen over het Semantic Web dat ze bij de Technical Group ontwerpen (als ik het allemaal goed begrepen heb), maar daar is hij niet echt meer aan toe gekomen, terwijl dat volgens mij het hoofdonderwerp was van zijn college. Hij gaf wel even een voorbeeldje van een ander Semantic Web, het zgn. Dublin Core. Dit is een metadatasysteem met 15 elementen, waarmee je het hele web kunt beschrijven. De grote vraag bij het ontwerpen van een Semantic Web is hoe je machines in staat kunt stellen zelfstandig een opdracht uit te voeren en dan te gaan zoeken.