Intelligente agenten

Samenvatting van de lezing gegeven door Wiebe van der Hoek voor het vak CKI-10 op 30 oktober 2001

Jasper Goseling

 

Agenten onderscheiden zich van traditionele systemen met een aantal karakteristieke eigenschappen. Agenten zijn autonoom, ze hebben een doel en kennis van de wereld. Agenten zijn flexibel, ze reageren op hun omgeving. Agenten zijn geplaatst in een omgeving waarmee ze communiceren d.m.v sensoren en actuatoren.

Een traditioneel systeem kan worden gekarakteriseerd met een sense-plan-act cycle. Voor een agent kan dit ook gedaan worden. Het plannen kan nu echter worden uitgebreid met een doel en kennis van de wereld. De sense en act fases kunnen nu ook invloed hebben op het doel en de kennis van de wereld.

Voor het redeneren over kennis in een systeem met meerdere agenten kan kennislogica gebruikt worden. Hierbij wordt een operator gebruikt waarmee aanwezige kennis kan worden gerepresenteerd. Deze operator is een modale operator, hij is niet te representeren in een waarheidstabel. Een voorbeeld van een probleem dat hiermee aangepakt kan worden is het overdragen van kennis. Hoe moet een protocol ontworpen worden, zo dat alle betrokkenen zeker zijn van succesvolle communicatie? Een begrip dat hierbij ook aan de orde is is common-knowledge, een begrip dat intuďtief duidelijk lijkt, maar dat niet zonder meer te formaliseren is. De dynamische logica is een mogelijke andere specificatietaal waarmee over multi-agent systemen geredeneerd kan worden. Een ander probleem binnen de multi-agent systemen is het omzetten van verschillende persoonlijke doelen naar een gemeenschappelijk doel. Verschillende op het eerste gezicht zinvolle protocollen voor het kiezen tussen verschillende alternatieven blijken verschillende problemen met zich mee te dragen. Het Arrow’s theorema zegt dat het bij het stellen van een aantal specifieke (maar zinnige) eisen aan het geleverde gemeenschappelijke doel, niet mogelijk is een protocol te ontwerpen dat aan deze eisen voldoet.