IT Semantiek 2

Henriëtte de Swart

 

 

Gebruik 1e orde propositie/predikaten- logica voor analyse natuurlijke taal

 

·          Ingrediënten 1e orde logica

 

predikaatconstanten: P(s), R(x,y)

individuele constanten: a,b,c

individuele variabelen: x, y, z

connectieven: Ù, Ú, Ø, ®, «

kwantoren: $, "

 

 

·          Wat kun je hiermee beschrijven?

 

Vertalen ® interpretatie

 

· eigennamen en kwantoren

 

(i)        Jan kust Marie.

            Kussen(j,m)

 

(ii)       Iedereen leest een boek.

"x (Stud(x) ® $y (Boek(y) Ù Lezn(x,y)))

 

(iii)      Niet iedereen is gelukkig.

Ø"x Gelukkig(x)

 

(iv)      De koningin van Nederland is

gelukkig.

$x (KvN(x) Ù Gelukkig(x) Ù

"y (KvN(y)®y = x))

 

 

·          anafora: coreferentie en binding

 

(i)        Jan houdt van zichzelf.

            Houdenvan(j,j)

 

(ii)       Jan denkt dat hij gelukkig is.

           

(iii)Niemand houdt van zichzelf.

            Ø$x Houdenvan(x,x)

 

(iv)      Iedereen denkt dat hij gelukkig is.

 


·          Let op: syntactische beperkingen

 

¨         reflexieven versus pronomina

 

Principe A: een reflexief moet worden gebonden aan een antecedent dat voorkomt in de kleinste zin (S) of NP.

 

(i)        Jani denkt dat Sofiej van zichzelf*i/j houdt.

 

Principe B: een (niet-reflexief) pronomen mag niet worden gebonden aan een antecedent dat voorkomt in de kleinste zin (S) of NP.

 

(i)        Jani houdt van hem*i/j.

 

Principe C: eigennamen kunnen niet worden gebonden.

 

¨         binding versus coreferentie

 

(i)        Zijni moeder houdt van Jani.

 

(ii)       Zijni/*j moeder houdt van iedereenj.

 

 

Wat kun je hiermee niet beschrijven?

 

 

·          Interpretaties van connectieven die niet

passen binnen de waarheidstafels.

 

(i)        Jan en Jenny zijn getrouwd.

            Jan en Jenny houden van elkaar.

 

(ii)       Jan mengt rode en gele verf.

 

(iii)      Als niemand luistert naar niemand

vallen er doden in plaats van woorden.

 

(iv)      Personne n’est venu.             [Frans]

             Niemand is gekomen.

            Je n’ai rien mangé.

            Ik heb niets gegeten.

 

Personne n’a rien dit.                                     Niemand heeft iets gezegd.

 

·          Implicaturen

 

(i)        Wilt u soep of salade?


·          Andere argumenten dan individuele

 

(i)        Jan denkt dat hij gelukkig is.

 

(ii) Jenny houdt van schaatsen.

 

 

· Predikatie versus modificatie

 

(i)        een rode trui vs.

 

een grote muis/een kleine olifant

           

een valse munt

 

(ii)       hardlopen, vals spelen

 

 

·          tweede orde kwantificatie

 

(ii)       Jan heeft alle eigenschappen van

Sinterklaas.

 

(iii)      De meeste mensen zijn gelukkig.

 

 

·          Compositionaliteit:

de betekenis van het geheel is een functie van de betekenis van de samenstellende delen, en van de manier waarop ze zijn samengevoegd.