·          Compositionaliteit:

de betekenis van het geheel is een functie van de betekenis van de samenstellende delen, en van de manier waarop ze zijn samengevoegd.

 

·          Gegeneraliseerde kwantorentheorie

 

NP denoteert verzameling eigenschappen: VP Î NP

 

Det legt relatie tussen twee verzamelingen: Q(A,B)

 

·          Eigennamen in GQ theorie

 

(i)        Jenny is gelukkig

 

 

·          Standaardkwantoren in GQ theorie

 

(i)        Alle studenten zijn intelligent.

 

(ii)       Geen student is rijk.

 

 

·          Tweede-orde kwantoren in GQ theorie

 

(i)        De meeste studenten zijn gelukkig.

 

 

·          Algemene eigenschappen van natuurlijke taal kwantoren

 

¨         Conservativiteit:         

Q(A,B) « Q(A,AÇB)

 

(i)        Alle kinderen zijn lief              «

Alle kinderen zijn lieve kinderen

 

(ii)       Geen kind is slecht                              «

Geen kind is een slecht kind

 

(iii)      De meeste kinderen zijn gelukkig        «

De meeste kinderen zijn gelukkige

kinderen.

 

Maar:

(iv)      Alleen kinderen zijn gelukkig              <-/->

Alleen kinderen zijn gelukkige kinderen


¨         Kwantiteit: gesloten onder permutatie

 

Maar:                       

(i)        Jan’s fiets is gestolen

 

¨         Extensie

QE(A,B) en E Í E’ dan QE’(A,B)

 

Maar:

(i)        Er zijn veel sprekers van het

Nederlands.

 

 

·          Eigenschappen van klassen van

natuurlijke taal kwantoren

 

 

¨         monotonie

 

MON ­

Q(A,B) en B Í B’ dan Q(A,B’)

 

(i)        Alle kinderen kwamen laat thuis ®

            Alle kinderen kwamen thuis.

 

Maar:

(ii)       Geen kind kwam laat thuis     -/->

            Geen kind kwam thuis.

 

(iii)      Precies vijf kinderen kwamen laat thuis -/->

Precies vijf kinderen kwamen thuis.

 

MON ¯

Q(A,B) en B’ Í B dan Q(A,B’)

 

(i)        Geen kind kwam thuis.                       ®

            Geen kind kwam laat thuis.

 

Maar:

(ii)       Alle kinderen kwamen thuis.  -/->

            Alle kinderen kwamen laat thuis.

 

(iii)      Precies vijf kinderen kwamen thuis -/->

Precies vijf kinderen kwamen laat thuis.

 

 


­ MON: Q(A,B) en A Í A’ dan Q(A’,B)

 

(i)        Enkele rode boeken zijn verkocht ®

            Enkele boeken zijn verkocht

 

Maar:

(ii)       Geen rode boeken zijn verkocht -/->

            Geen boeken zijn verkocht

 

(iii)      Alle rode boeken zijn verkocht -/->

            Alle boeken zijn verkocht

 

(iv)      Precies drie rode boeken zijn verkocht -/->

            Precies drie boeken zijn verkocht

 

¯MON: Q(A,B) en A’ Í A dan Q(A’,B)

 

(i)        Geen boeken zijn verkocht     ®

            Geen rode boeken zijn verkocht

(ii)       Alle boeken zijn verkocht       ®

            Alle rode boeken zijn verkocht

 

Maar:

(iii)      Enkele boeken zijn verkocht   -/->

            Enkele rode boeken zijn verkocht

 

(iv)      Precies twee boeken zijn verkocht      -/->

            Precies twee rode boeken zijn verkocht

 

 

Toepassingen:

 

·          Negatief polaire uitdrukkingen

 

(i)        Jan hoeft niet te komen.

            *Jan hoeft te komen.

 

(ii)       Niemand heeft ook maar iets gezien.

            *Iedereen heeft ook maar iets gezien.

            Iedereen die ook maar iets heeft gezien moet zich melden.

 

(iii)      Hoogstens vijf kinderen hoeven hun huiswerk over te doen.

            *Minstens vijf kinderen hoeven hun huiswerk over te doen.

 

(iv)      Als je ook maar iets hebt gezien, moet je het vertellen.

 

(v)       Wie heeft er ook maar enig vertrouwen in de regering?

 

 


·          Bereik: ‘lineair’ en ‘inverse’

 

t.o.v. kwantoren

 

(i)        Iedereen heeft een boek/twee boeken van Chomsky gelezen.

 

(ii)       Twee agenten van de veiligheidsdienst begeleiden iedere bezoeker.

 

(iii)      Een vlag wappert voor iedere ambassade.

 

(iv)      Iedere docent denkt dat twee boeken door iedere student gelezen worden.

 

t.o.v. negatie

 

(v)       Alle deuren werden niet geopend.

 

(vi)      Jan gelooft niet dat een student van hem heeft gefraudeerd.

 

 

t.o.v. modale operatoren

 

(vii) Jan zoekt een eenhoorn.

 

(vii) Jenny wil een Spaanse prins trouwen.

 

 

Maar:

 

(vi)      Twee studenten hebben geen boek van Chomsky gelezen.

 

(vii)     Alle studenten hebben weinig boeken van Chomsky gelezen.

 

(iv)      Jan heeft niet minder dan vijf boeken van Chomsky gelezen.

 

 

Linguïstische generalisatie: mon¯ kwantoren staan geen inverse scope toe.

 

 


· Normale beperking op bereik: zinsgrens (clause) of NP grens.

 

Extra wijd bereik van indefinieten: over zinsgrens/NP grens heen.

 

Zinsgrens:

(i)        Iedereen zegt dat een student van dr.

Plop heeft gespiekt.

"> $ of $ > "

 

(ii)       Een student van dr. Plop zegt dat

iedereen heeft gespiekt.

$ > ", maar niet "> $ 

 

NP grens:

(iii)      Iedere docent hoorde het gerucht dat

een student van mij bij de dekaan

geroepen was.

"> $ of $ > "

 

(iv)      Een docent hoorde het gerucht dat

iedere student van mij bij de dekaan

was geroepen.

$ > ", maar niet "> $ 

 

 

Conclusie: restricties op bereik (indefinieten versus universele kwantoren) vragen aanvulling op predikaatlogische theorie van kwantoren.