Arend-Jan Boekestijn is geboren in 1959 te Amstelveen. Na het VWO studeerde hij geschiedenis en politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit. Van 1986 tot 1989 was hij verbonden aan het European University Institute te Florence. Vanaf 1989 is hij verbonden aan de vakgroep geschiedenis van de Universiteit Utrecht. Zijn publicaties liggen op het terrein van de geschiedenis van het Europese statensysteem in de 19e en 20e eeuw en de geschiedenis van de Europese Integratie. Hij schrijft regelmatig voor NRC-Handelsblad over buitenlandse politiek en wat verder ter tafel komt. Voorts is hij columnist van de GPD bladen en Binnenlands Bestuur. Sinds 2003 is hij lid van de klankbordgroep van de Nederlandse Minister van Defensie. Tenslotte is hij regelmatig te zien en te horen op televisie en radio.

Arend Jan Boekestijn nummer 14 op de kandidatenlijst van de VVD

De afgelopen 5 jaar heb ik in columns, tv en radio-optredens mijn mening over actuele vraagstukken niet onder stoelen of banken gestoken. Dat is een mooie ervaring maar het heeft ook iets makkelijks. Ik draag geen enkele verantwoordelijkheid en kan zomaar mijn mening uitdragen zonder dat ik daarvoor een prijs hoef te betalen. Toegegeven, het was niet altijd gemakkelijk. Mijn steun aan de oorlog in Irak heeft menig Nederlander zijn wenkbrauwen doen fronsen. Ik herinner me nog goed een discussiebijeenkomst in de Lutherse kerk in Utrecht waar een aantal Palestijnse jongeren mij bijna te lijf gingen. Dat was geen prettige ervaring maar het liep uiteindelijk met een sisser af omdat zij respect hadden voor het feit dat ik een onpopulair standpunt durfde te verdedigen.

  Politici hebben het echter nog veel moeilijker als opiniemakers. Zij leven nog meer in een glazen huis en moeten in ons verdeelde land altijd samenwerken met andere politieke partijen. Dat laatste betekent dat zij gedwongen zijn om compromissen te sluiten. Terwijl een opiniemaker kan kiezen voor het ideale heldere standpunt is een politicus vaak gedwongen om bloedeloze compromissen te verdedigen die ook nog eens onbedoelde gevolgen sorteren. Neen, het vak van politicus is bepaald niet benijdenswaardig.

  Het moet echter wel gebeuren. Wij kunnen onze problemen niet aanpakken als er geen goede mensen klaar staan die zo pragmatisch mogelijk oplossingen bedenken voor actuele vraagstukken en daar vervolgens politieke meerderheden voor trachten te vinden. Een andere weg vooruit is er niet.

  Het mooiste zou zijn als de Tweede kamer bevolkt zou worden door mensen die geen last hebben van moreel perfectionisme. Moreel perfectionisten menen dat zowel doelen als middelen heilig zijn. Dit standpunt wordt vooral gehuldigd door partijen ter linkerzijde. Een voorbeeld. Groen Links en de SP verklaren zich tegen de missie in Afghanistan omdat wij daar gaan vechten zonder dat er in hun ogen kans is dat er van wederopbouw iets terecht zal komen. Dat is een legitiem standpunt maar het heeft wel tot gevolg, als iedereen zo redeneert, dat de taliban sterker wordt met alle nare gevolgen vandien voor de Afghanen zelf en de veiligheid in de wereld. Het was immers de taliban die Al Qaida onderdak bood. Moreel perfectionisme kan in de praktijk dus immorele gevolgen hebben. Liberalen kunnen slechtere dingen doen dan hen hier op te wijzen. Het gaat in de politiek niet alleen om intenties maar ook om de gevolgen van ons handelen (of het niet handelen). In het Nederlandse politieke discours zijn wij vaak al tevreden als politici het hart op de goede plaats dragen. Minder oog hebben wij voor de soms negatieve gevolgen die prachtige intenties kunnen hebben.  

  Ook het fenomeen dat links zo vaak oude wijn uit nieuwe zakken serveert motiveert mij om de politiek in te gaan. Veel linkse politici zeggen dat zij voorgoed afscheid hebben genomen van het oude linkse gedachtegoed.  In werkelijkheid blijkt uit hun ideeŽn over globalisering hoezeer zij zich nog steeds laten leiden door dat oude denken. Het is gewoon een leugen dat wij de problemen waar globalisering ons voor stelt kunnen oplossen door protectionisme. Dat laatste maakt ons op den duur allemaal armer en dat maakt het nog moeilijker om sociale bescherming voor de zwakste groepen overeind te houden. Alleen een partij als de VVD is op dit punt werkelijk te vertrouwen.

  Dat laatste geldt voor veel meer impopulaire zaken. Kritische kanttekeningen plaatsen bij het multiculturalisme leverde Bolkestein geen vrienden op, maar hij had wel gelijk. Lang voordat Paul Scheffer de PVDA probeerde te overtuigen dat het roer om moest was de VVD al doordrongen van die noodzaak. Ook bij het beperken van de instroom van migranten zat de VVD in de eerste linies. Of wat dacht U van het energievraagstuk, iedereen weet dat alle energiedragers nadelen hebben, toch durft de PVDA het woord kernenergie niet in de mond te nemen.

  Om al deze redenen heb ik besloten om een poging te wagen om een kamerzetel te verwerven. Als kamerlid wil ik proberen om in woord en geschrift liberale beginselen toe te passen op maatschappelijke vraagstukken. Dat is geen sinecure. Hoe kunnen wij bijvoorbeeld het marktmechanisme propageren en tegelijkertijd de onvermijdelijke verliezers beschermen zonder dat zij in een akelige armoedeval verstrikt raken?  Hoe kunnen wij ontwikkelingssamenwerking hervormen zodat het geld daadwerkelijk ten goede komt van de allerarmsten en niet wordt gebruikt door de heersende elite om hun achterban tevreden te houden? En hoe kunnen wij terrorisme effectief bestrijden zonder de privacy van burgers teveel aan te tasten en vreedzame moslims van ons te vervreemden? En kunnen wij een ongebreideld individualisme en hedonisme wel tegengaan zonder dat wij bereid zijn te praten over de morele fundamenten van onze beschaving? En zo zijn er nog veel meer zaken waar ik mijn tanden in wil gaan zetten.

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar  homepage van Arend Jan Boekestijn