De geest van Fortuyn is nog steeds onder ons. De uitslag van de Europese verkiezingen laat zien dat een substantieel deel van het electoraat op zoek is naar nieuwe leiders. Zonder charisma en geld haalde Paul van Buitenen 7,3 % van de stemmen. In de Tweede Kamer zou hij daarmee 11 zetels van de bestaande partijen hebben ingepikt. Geen wonder dat Bos, Verhagen en Van Aartsen er wat beteuterd bij zaten.
Nog meer dan de LPF
is Europa Transparant een one issue partij. Paul van Buitenen stelt zich
ten doel om de corruptie in Europa te bestrijden. Hij is dan ook niet van plan
om een politieke mening te ontwikkelen over andere zaken. Hoewel iedereen tegen
corruptie is, en de bestrijding ervan dus als een algemeen belang kan worden
gezien, ligt hier toch een probleem.
Een van de functies
van politieke partijen is namelijk het selecteren van goede vertegenwoordigers
die in staat zijn deelbelangen tegen elkaar af te wegen en het algemene belang
goed voor ogen te houden. Parlementariėrs die alleen oog hebben voor een
deelbelang hebben geen boodschap aan het algemene belang. Ook parlementariėrs
die slechts oog hebben voor één aspect van het algemeen belang doen hun werk
niet goed.
Parlementariėrs
zijn namelijk niet alleen vertegenwoordigers van een deelbelang maar ook van de
politiek als geheel. Dat is cruciaal. Zonder die dubbelrol zijn zij namelijk
niet in staat om deelbelangen tegen elkaar af te wegen zonder dat zij de kans
lopen als verraders van een specifiek deelbelang te worden afgeschilderd.
Politiek vereist nu eenmaal wikken en wegen. En hun dubbelfunctie is ook
onmisbaar om compromissen te kunnen sluiten. Zonder compromis bestaat er
namelijk geen politiek.
Indien Paul van
Buitenen zich louter richt op de bestrijding van corruptie dan geeft hij dus
niet thuis als het Europees Parlement spreekt over andere zaken die eveneens
het algemeen belang treffen zoals bijvoorbeeld terrorismebestrijding. In dat
geval is hij dus even geen tegenwoordiger van de Europese politiek. Dat is niet
alleen ongelukkig maar ook ongewenst omdat de ruimte voor onderhandelingen
tussen partijen geringer wordt indien er steeds meer europarlementariėrs komen
die zichzelf een zwijgplicht opleggen bij bepaalde agendapunten.
Toch heeft deze
verkiezingsuitslag ook positieve kanten. One-issue partijen kunnen
namelijk de aandacht richten op zaken die de bestaande partijen hebben
verwaarloosd. En in het geval van de corruptiebestrijding is dat zeker het
geval.
Bovendien heeft Van
Buitenen zich op dit terrein zeer verdienstelijk gemaakt. Wie kan zeggen dat
hij zijn baan heeft geofferd om onrecht aan de kaak te stellen? En zelfs in
1999 de Europese Commissie klein heeft gekregen? Van Buitenen is een moedig
mens en daar hebben wij er niet zoveel van. Zijn one-issue partij moet tot veel
in staat worden geacht.
En dat is nodig ook. De EU wordt al decennialang geteisterd door corruptie. De subsidies van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zijn gecompliceerd en vallen moeilijk te controleren. Hetzelfde voor de zogenaamde structuurgelden waarmee getracht wordt de economische structuur van een land te verbeteren. De economie van een arm land is soms niet in staat om deze gelden op een verantwoorde manier te absorberen. En rijke landen die het helemaal niet nodig hebben, krijgen om politieke redenen ook steun.
Paul van Buitenen
heeft dus veel werk te doen. Nog beter dan corruptiebestrijding via een one
issue partij is echter het voorkomen van corruptie. Om die reden zou men
het rondpompen van geld in de EU tot een minimum te beperken. Nationale staten
kunnen namelijk veel beter controleren dan Brussel. Nu wordt hun controlerende
taak ondermijnd omdat zij zowel controleren als ontvangen.
Het is dan ook
verheugend dat Bot tijdens een lezing in Berlijn voorstelde om delen van het
landbouwbeleid te renationaliseren. Daarmee slaat hij twee vliegen in een klap.
Minder corruptie en afdracht aan de EU.
Indien we de
geldstromen van de EU beperken en lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen
hebben Europese one issue partijen waarschijnlijk minder succes. En dan hoeven
de vertegenwoordigers van deze partijen ook niet meer de vergaderzaal uit te
lopen als er wordt gestemd over een zaak waar zij geen mening over hebben. En
draait iemand als Thorbecke, die altijd het algemeen belang voor ogen hield,
zich niet meer om in zijn graf.